donderdag 25 februari 2016

ACTUELE STAND VAN ZAKEN BEDRIJFSGEZONDHEIDSZORG


Zomaar ergens gisteren op het internet tegengekomen : actueel rapport over bedrijfsgezondheidszorg
 
Zeer het lezen waard
Dit is de samenvatting van de Oval ( bron: oval site)
 
 
Rapport Panteia over huidige stand van zaken arbeidsgerelateerde zorg

In opdracht van het Ministerie van SZW heeft Panteia een inventarisatie gemaakt van de huidige stand van zaken van de arbeidsgerelateerde zorg. In het onderzoek wordt aangesloten op de vier beleidslijnen die in het SER-rapport 'Betere zorg voor werkenden' zijn aangekondigd. Op basis van bestaande bronnen, aangevuld met kwantitatief en kwalitatief onderzoek onder werkgevers, werknemers, huisartsen en bedrijfsartsen, is in kaart gebracht wat de huidige stand van zaken is op de vier beleidslijnen. In 2020 zal een evaluatie worden uitgevoerd. De vergelijking tussen de huidige stand van zaken en de evaluatie moet inzicht geven in de effecten van de nog te nemen maatregelen. De onderzoekers tekenen aan dat de resultaten uit de enquêtes onder huisartsen en bedrijfsartsen zijn te beschouwen als ‘een goede indicatie van de ervaringen en opvattingen van deze groepen’, maar dat niet duidelijk is of het een representatieve afspiegeling vormt. Hieronder zijn per beleidslijn de belangrijkste conclusies opgenomen.

1. Betere arbodienstverlening door meer betrokkenheid van werknemers

Sectorale en regionale initiatieven (invloed werknemers is via paritaire besturen geborgd)

·         In 2009-2014 was in 169 van de 250 sectoren een arbocatalogus ontwikkeld.

·         52% van de werkgevers weet niet of er een arbocatalogus is voor zijn branche. Wanneer hij dit wel weet, wordt de catalogus door 70% van de werkgevers gebruikt.

·         5 sectoren hebben een sectorinstituut dat zich specifiek richt op arbeidsomstandigheden.

·         Er zijn 121 branche RI&E instrumenten. Een kwart van de werkgevers uit de betreffende branches maakt hier daadwerkelijk gebruik van.

·         De arbeidsgerelateerde zorg is nog nauwelijks regionaal georganiseerd.

Preventiemedewerker en medezeggenschap

·         55% van de werkgevers is ervan op de hoogte dat de aanwezigheid van een preventiemedewerker een wettelijke verplichtig is.

·         57% van de werkgevers heeft naar eigen zeggen een preventiemedewerker aangesteld, die wordt in 28% van de bedrijven ingevuld door de werkgever.

·         53% van de werkgevers overlegt periodiek met zijn werknemers over het arbeidsomstandighedenbeleid, al dan niet via het medezeggenschapsorgaan.

·         In 30% van de bedrijven met een medezeggenschapsorgaan is deze betrokken bij de keuze voor een arbodienst door advies of het hebben van instemmingsrecht.

Vertrouwen in de bedrijfsarts

·         41% van de werknemers gaat liever naar de huisarts dan naar de bedrijfsarts met gezondheidsklachten waarvan ze denken dat deze door het werk worden veroorzaakt.

·         84% van de werkgevers vindt dat de bedrijfsarts onafhankelijk zijn werk kan doen.

·         49% van de werknemers vindt dat bedrijfsartsen net als huisartsen onafhankelijk hun werk doen, echter 72% van de bedrijfsartsen zelf heeft het idee dat werknemers hun onafhankelijke positie niet geheel vertrouwen.

2. Meer preventie op het werk

Aandacht voor preventie en getroffen maatregelen

·         97% van de werkgevers voelt zich hoofdverantwoordelijk voor een gezonde en veilige werksituatie.

·         58% heeft in de afgelopen twee jaar nieuwe maatregelen genomen, met name preventieve maatregelen als beschermingsmiddelen en technische verbeteringen.

·         De investeringen in preventie door externe arbodienstverleners, wordt geschat op €15,60.

·         66% van de werknemers vindt dat de werkgever zorgt voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden.

·         45% van de bedrijfsartsen bij een externe arbodienst of als zelfstandige vindt dat de contracten te weinig tijd en ruimte bieden voor preventieve activiteiten.

Toegang tot de arbeidsgerelateerde zorg

·         Volgens dit onderzoek heeft 78% van de werkgevers een contract voor arbodienstverlening afgesloten, 17% heeft geen contract en bij 12% is dat onduidelijk.

·         60% van de werkgevers zegt dat al vrije toegang tot de bedrijfsarts wordt gegeven, 35% van de werknemers zegt vrije toegang te hebben.

·         Werknemers hebben veel betere toegang tot de bedrijfsarts dan flexwerkers (slechts 10% van de werkgevers geeft zzp’ers toegang tot de bedrijfsarts).

3. Het vastleggen van een basiscontract voor professionele arbodienstverlening en meer bescherming voor de werknemer

Contracten voor arbodienstverlening

·         Inhoud contracten: in 98% zit verzuimbegeleiding, in 28% toetsing RI&E, in 9% de aanstellingskeuring en in 24% het PAGO.

·         Volgens bedrijfsartsen is in 89% van de contracten een arbeidsomstandighedenspreekuur opgenomen en in 71% het opsporen en diagnosticeren van beroepsziekten.

·         9% van de bedrijfsartsen komt regelmatig in situaties terecht waarin hij niet meer geheel onafhankelijk kan werken door toedoen van de werkgever.

Kennis van wet- en regelgeving

·         45% van de werkgevers weet niet wat de maatwerkregeling inhoudt, 60% van de werkgevers wil meer informatie hierover.

·         45% van de werkgevers weet niet dat het verplicht is om op elke vestiging een preventiemedewerker in dienst te hebben.

·         30% van de werkgevers weet niet dat hij verplicht is om na maximaal 6 weken verzuim een bedrijfsarts in te schakelen.

·         58% van de werkgevers wil meer informatie over de taken en bevoegdheden van de preventiemedewerker, 55% over privacybescherming bij verzuimbegeleiding.

·         32% van de werknemers denkt al recht te hebben op een second opinion.

4. Betere zorg voor werknemers door goede samenwerking tussen de reguliere gezondheidszorg en de bedrijfsgezondheiszorg

Samenwerking curatieve gezondheidszorg en bedrijfsgezondheidszorg

·         6% van de huisartsen heeft een structurele samenwerkingsrelatie met de bedrijfsarts.

·         62% van de huisartsen adviseert meerdere malen per maand een patiënt om de bedrijfsarts te raadplegen. 46% verwijst nooit officieel door middels een verwijsbrief.

·         Vice versa adviseert van de bedrijfsartsen 64% meerdere malen per maand om een huisarts te raadplegen.

·         45% van de huisartsen is ontevreden over informatieuitwisseling van de bedrijfsarts, vice versa is dat 22%.

·         Bedrijfsartsen zijn meer tevreden over de samenwerking dan huisartsen: 45% van de bedrijfsartsen versus 17% van de huisartsen.

·         70% van de huisartsen vindt het belemmerend dat het veel moeite kost om te achterhalen wie de bedrijfsarts is.

Kennis van de factor arbeid in de curatieve zorg
54% van de huisartsen zegt altijd of vaak expliciet aandacht te besteden aan arbeid in een behandelplan.
55% van de bedrijfsartsen vindt dat huisartsen onvoldoende rekening houden met de factor arbeid bij diagnose en behandelplan.
Volgens bedrijfsartsen hebben fysiotherapeuten en psychologen meer kennis van arbeid dan huisartsen.


Bron: Panteia

 

vrijdag 5 februari 2016

Over burn out en dat soort zaken

Aardig artikel over burn out in de NRC van 3 febr 2016:

Zo herken je een burn-out - en zo doe je er wat aan

Uitgeput Een op de zeven werkende Nederlanders heeft last van burn-outklachten als oververmoeidheid en emotionele uitputting. Grijp in voor het helemaal misgaat. Door regelmatig te leven en te sporten, maar vooral door te vragen: hoe maak ik mijn baan leuker?
We beginnen met een testje. Hier zijn alvast de mogelijke antwoorden: nooit, enkele keren per jaar, maandelijks, enkele keren per maand, elke week, enkele keren per week, elke dag. Kies het beste antwoord bij deze stellingen:
 
– Aan het einde van een werkdag voel ik me leeg.
– Ik voel me moe als ik ’s morgens opsta en geconfronteerd word met mijn werk.
– Het vergt heel veel van mij om de hele dag met mensen te werken.
– Ik voel me compleet uitgeput door mijn werk.
 
Dit zijn vragen om emotionele uitputting vast te stellen. Dat is een van de belangrijkste indicatoren van een burn-out.
 
De vragen werden voorgelegd aan Nederlandse werknemers tijdens een grote jaarlijkse enquête over arbeidsomstandigheden van het Centraal Bureau voor de Statistiek, TNO en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De recentste verscheen eind vorig jaar. De uitkomst: een op de zeven werkende Nederlanders (14 procent) heeft burn-outverschijnselen. Zij beantwoordden deze vragen gemiddeld genomen met ‘enkele keren per maand’ of meer, met die score komen ze in aanmerking komen voor het label burn-outklachten.
 
Het aantal werknemers met burn-outklachten nam de afgelopen jaren toe met ongeveer 3 procent. TNO berekende dat ziekteverzuim door werkstress zoals burn-out jaarlijks 1,8 miljard euro kost.

Wanneer ben je kwetsbaar voor een burn-out? Wat voel je als je burn-outklachten hebt? En wat kun je dan doen?

Wat merk je van een burn-out?

Bij een burn-out ben je ‘opgebrand’ door langdurige stress. Voor opgebrand zijn bestaat een meetinstrument: de Maslach Burnout Inventory. Dat is een burn-out-test aan de hand van een vragenlijst, vergelijkbaar met de stellingen over emotionele uitputting van zojuist.
Om te beginnen is er die emotionele uitputting, die we al eerder noemden. Ook zijn cynisme en afstand van het werk symptomen, net als gebrek aan professioneel zelfvertrouwen.
 
Wat merk je daarvan bij jezelf, of bij een collega? Dat kan verschillen, maar hoog op de checklist komen bijvoorbeeld moeheid, slecht slapen, prikkelbaarheid, piekeren, emotionele labiliteit, gejaagd gevoel en concentratieproblemen.
 
Komt een burn-out door te hard werken?
Nee, dat is te kort door de bocht. „Je hoort weleens: ‘ik heb een burn-out, want ik heb het zo druk gehad’. Maar druk alleen is de reden niet”, zegt Ron de Kloet. Hij is emeritus hoogleraar neuro-endocrinologie en farmacologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum en heeft jarenlang onderzoek gedaan naar de invloed van stress op ons lichaam. „In werkelijkheid lukte het dan niet om de werkdruk te hanteren.”

Maar wat zijn dan risicofactoren?

Onzekerheid, zegt De Kloet. „Stress draait om informatie.” Voorspelbare situaties zijn goed: dan weet je hoe je moet reageren. „Maar is er veel onduidelijkheid, dan kan dat stress opleveren.” Een beetje stress is niet zo erg, maar langdurige stress kan leiden tot een burn-out. De Kloet schetst zo’n onduidelijke werksituatie: „Je bent onzeker over je functioneren. Kan ik het wel aan?” Of je bent onzeker over je carrière: „Het gaat slecht met het bedrijf waar je werkt. Er zijn de hele tijd geruchten en je hebt geen idee wat de toekomst brengt.”

Nog zo’n risicofactor: gebrek aan sociale steun, zegt Toon Taris, hoogleraar arbeidspsychologie aan de Universiteit Utrecht. Je kunt nooit even lekker klagen bij je collega’s. Je baas heeft niet door hoe hard je werkt en je krijgt geen waardering voor dat harde werk (wat de onzekerheid weer voedt).
Ook belangrijk: gebrek aan autonomie en controle. Wie zelf zijn werktempo en carrière bepaalt, heeft er ook meer grip op. En, zoals eerder gezegd: werkdruk.

Is iedereen er even gevoelig voor?

Nee. Voor een deel ligt stressbestendigheid en dus veerkracht bij stress en burn-outverschijnselen genetisch vast, zegt De Kloet. Ongeveer 30 procent van de mensen is van nature optimistisch. Zij zijn genetisch beschermd tegen depressie en piekeren niet of weinig.
 
Er zijn twee risicofactoren in je karakter, zegt Taris. Mensen die geneigd zijn zich te druk te maken, zijn kwetsbaar: neuroten, met een weinig flatterend woord. Druk maken en stressen ligt al snel dicht bij elkaar.
 
En daarnaast: perfectionisme. Perfectionisten stoppen (te) veel tijd in hun werk, want het moet van hen – logisch – héél goed zijn. Taris:
En zij kunnen vaak ook moeilijk delegeren: anderen kunnen het nooit zo goed als zij.
Perfectionisme leidt vaak ook tot uitstelgedrag (wat dan weer voor stressvolle situaties zorgt), zegt Taris. Drempelvrees eigenlijk, omdat mensen zoveel van zichzelf verwachten.
 
Ook in sommige beroepen heb je een verhoogde kans op burn-outklachten. Leraren zijn het kwetsbaarst, blijkt uit CBS-cijfers: van hen ervaart een op de vijf burn-outklachten. Onderwijsbond AOb maakt zich daar zorgen over. Vorige week maakte televisieprogramma Zembla bekend dat de bond docenten sinds september vraagt een dagboek bij te houden om inzicht te geven in hun werkdag. Een hoge werkdruk maakt docenten kwetsbaar voor burn-outklachten, maar ook een gebrek aan autonomie is een factor.

Lopen jonge mensen, zoals je in de media hoort, een hoger risico?

De groep van 25 tot 35 jaar oud is, inderdaad, het meest vertegenwoordigd in de laatste cijfers van CBS en TNO. Maar laten we niet overdrijven: dat scheelt slechts een paar tiende procentpunt met, bijvoorbeeld, de groep van 55 tot 60 jaar. „Vergeleken met hoeveel aandacht ervoor is, zou je verwachten dat het aantal burn-outs onder jongeren véél hoger is”, zegt Claudi Bockting, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit Utrecht.
 
Hoe zoiets dan toch de wereld inkomt? „Jonge mensen zoeken tegenwoordig veel sneller hulp voor psychische klachten – maar dat wil niet zeggen dat die klachten ook vaker voorkomen. Uit alle beschikbare data blijkt dat dat niet het geval is.” Haar conclusie? „Eigenlijk goed nieuws: ondanks dat een behoorlijke groep jongeren worstelt met zichzelf – iets van alle tijden – lijken we toch weerbaarder dan we denken.”

Burn-out komt door langdurige stress. Waarom is stress zo slecht?

Om die vraag te beantwoorden moeten we naar de bijnier. Daar wordt het hormoon cortisol aangemaakt. „Dat hormoon helpt allereerst om de betekenis van een stressvolle situatie in te schatten en een handige strategie te verzinnen een dreigend probleem op te lossen”, zegt Ron de Kloet. Naarmate het cortisolniveau verder stijgt, wordt een tweede functie van dat hormoon in werking gezet die de de gevonden oplossing van het probleem in het geheugen opslaat, zodat je een volgende keer weet wat te doen. Je past je aan, je wordt weer rustig en je cortisolniveau daalt.
 
Maar nu komt het: soms komt die tweede werking van cortisol onder druk te staan. Het lúkt gewoonweg niet om je probleem op te lossen. „Omdat je te onzeker bent over de uitkomst van je actie, bijvoorbeeld”, zegt De Kloet.
Je cortisolniveau blijft dan hoog. Dat heeft lichamelijke gevolgen, zegt De Kloet. Je bloeddruk stijgt, je stofwisseling raakt ontregeld, je afweersysteem krijgt het zwaar en – heel belangrijk – je slaapt slecht. De Kloet: „Als je cortisol hoog is dan kom je niet in je diepste slaap terecht. En die slaap is juist bedoeld om te herstellen.”

Wat kun je doen als je burn-outklachten hebt?

Blijf je te lang lopen met burn-outverschijnselen dan kun je op den duur thuis komen te zitten met een volledige burn-out. En je situatie kan daarna nog verslechteren: burn-outpatiënten hebben een verhoogd risico op depressie.
 
Vaak duurt het maanden, of zelfs jaren, voor je na een burn-out weer helemaal aan het werk bent. Maar, zegt Toon Taris, hoe langer je thuiszit, hoe moeilijk het is om weer aan de slag te gaan. „Bij een burn-out – en vergelijkbare klachten, zoals depressie – is het belangrijk om snel weer voorzichtig aan het werk te gaan”, zegt hij daarom.
 
Er zijn „behoorlijk succesvolle behandelprogramma’s” die ernaar streven dat je binnen twee of drie weken weer een aantal uren werkt, zegt hij. Maar voorzichtig dus. Denk aan: twee uur op maandag en twee op vrijdag. Kies dan vooral de ‘leuke’ werkzaamheden, zegt hij, en vooral níét de heel belastende.
 
Maar het is natuurlijk fijner om in te grijpen voordat het helemaal misgaat. Pas daarom op jezelf. Probeer regelmatig te leven en te sporten, adviseert De Kloet. Hardlopen, zwemmen, wandelen. Je verstookt er de energie mee die extra wordt opgewekt door stress. Als het meezit slaap je dan beter.
En, zegt Taris, ga bij jezelf te rade. Hoe komt het dat je dit voelt? „Is je werk te belastend? Doe je te veel? En waar komt dat door? Kun je geen ‘nee’ zeggen, voel je je overal verantwoordelijk voor, is je ambitie groter dan je agenda toestaat?”
 
Wat de inhoud van je werk betreft: kijk daar eens kritisch naar, adviseert Taris. Overleg met je baas en vraag naar je taken. Is wat jij denkt dat je moet doen, ook echt wat er van je verwacht wordt? Kun je je werk leuker maken? „Bijvoorbeeld door taken die je belastend vindt te delegeren? Of een cursus te volgen zodat je toegroeit naar een leukere functie?”
Zo niet, vraag je dan eens af: is dit eigenlijk wel de juiste baan voor mij?

zondag 31 januari 2016

Bar slecht plan - want wat krom is, is niet recht

 

Een bar slecht plan


Welkom in de wondere wereld van de bedrijfsarts. Never a dull moment. Zo kwam minister Asscher van Sociale Zaken vorige week met het voorstel om bedrijfsartsen en arbodiensten een boete op te leggen als ze geen beroepsziekten (meer) melden.(1, 2)
 
Het niet melden van een beroepsziekte wordt voortaan gezien als een overtreding, een licht strafrechtelijk (!) vergrijp. Per vergrijp kan maximaal 450 euro boete worden opgelegd.(3) Hoe en wat wordt verder niet uitgelegd. Juridische gezien een unicum lijkt me – buitengewoon interessant dus voor de juridische fijnproevers – maar voor de rest: een bar slecht plan.
 
Momenteel zijn bedrijfsartsen en arbodiensten al wettelijk verplicht beroepsziekten te melden. Maar deze regeling werkt niet. Dat blijkt uit onderzoek, na onderzoek, na onderzoek. Zo meldt bijna de helft van de bedrijfsartsen nooit (!) een beroepsziekte en wordt getypeerd als chronische nulmelder(4) Dat is niet zomaar, maar op goede gronden én professionele afwegingen.
 
 
De huidige NCvB-monitor is als een kapotte thermometer: het geeft een uitslag, maar heeft geen enkele toegevoegde waarde. Deze monitor kan de toets der (methodologische) kritiek niet doorstaan. De huidige opzet wemelt van de structurele tekortkomingen. En dat is allemaal ruimschoots bekend bij het NCvB én op het ministerie van SZW.
 
De Raad van State (hét adviesorgaan van de regering) stelt – zeer terecht – dat de belangrijkste taak van de bedrijfsarts het verbeteren van de arbeidsomstandigheden ín het bedrijf is. Het melden van beroepsziekten is daarmee van relatief geringe betekenis.
 
 
 
De RvS adviseerde dan ook negatief over het voorstel.(5) In niet mis te verstane woorden en formuleringen. Het huidige voorstel is ‘niet deugdelijk’, ‘niet aannemelijk’, en ‘mist een daartoe strekkende redenering’. Het eindoordeel: ‘bestraffing is geen proportionele en geschikte reactie’. Hoe helder wil je het hebben ?
 
 
Merkwaardigerwijs legt minister Asscher deze vernietigende kritiek van de Raad van State naast zich neer én houdt vast aan de boeteregeling gezien ‘het grote belang dat de SER hecht aan handhaving van de meldingsplicht’.
 
Onbegrijpelijke redenering. Sinds wanneer is een SER-/polderopinie een grondslag voor rechtsregels? De polder über alles? Ik heb altijd gedacht dat het om de effectiviteit van het beleid ging, maar daarmee ben ik bij de huidige minister van Sociale Zaken blijkbaar aan het verkeerde adres, begrijp ik nu.
 
Toch lijkt minister Asscher niet zo zeker van zijn zaak. De PvdA bewindsman wil namelijk de boeteregeling voorwaardelijk invoeren. Hij ‘gunt het werkveld nog enige tijd om substantieel meer te melden’. Hoe lang het werkveld nog krijgt en wat hij precies met ‘substantieel meer’ bedoelt, blijft echter duister. Beetje dreigen, maar niet echt doorbijten dus.
 
Maar het moment van kiezen of delen voor de minister is bij deze variant al heel nabij. Want per 1 juli van dit jaar houdt de Arbouw op te bestaan en zal het melden door de bouwartsen (goed voor twee derde van alle meldingen) naar verwachting snel opdrogen. Dit najaar is het dus al D-day voor deze optie. Dat wordt dus ook al niets.
 
Laat ik klare wijn schenken: ik doe niet mee aan deze windowdressing en polderkolder. Kwestie van professioneel afwegen én handelen. Beetje dom handhaven zal juridisch een onbegaanbare weg blijken. Anders is het ‘see you in court’ zal ik maar zeggen. Dit voorstel moet van tafel.
 
Al eerder stelde ik – ruim beargumenteerd – voor de meldplicht af te schaffen en om te zien naar betere alternatieven, want ‘wat krom is, is niet recht’.(6,7,8)

Meer over die alternatieven, andere verbetervoorstellen, tips en suggesties vanuit de praktijk van de bedrijfsarts in de volgende blog met presentatie van het (actie)programma ‘Werkend Nederland verdient beter’.

Het kan namelijk anders, beter. Ech wel!
 
 
Ook verschenen als blog op Medisch Contact site - zie al daar ook de commentaren van lezers
 
 
 
 
Afbeeldingsresultaat voor in de prullenbak ermee

zondag 10 januari 2016

Weekendpost van de Newsdesk De Werkplaats - over drie BGZ hoogleraren die naar de zorg willen, loyaliteitsvragen bij het UWV, én ZZP-ers die het sociale zekerheid stelsel op scherp zetten

De Weekendpost van de Newsdesk - week 1 -  2016
9 januari 2016

Het goede voornemen voor dit jaar: elke week of tweewekelijks een Weekendpost van De Werkplaats op deze site. Met interessante, en nieuwsgierig makende berichten uit het domein van de bedrijfsarts. En allerlei andere aanpalende gebieden.
 
Interessant genoeg ?
Mail het  dan door naar mogelijk andere geïnteresseerden en gebruik de kracht van het netwerk, de crowd.
 
 
Wat had week één ons te bieden ?
De volgende drie interessante berichten zijn geselecteerd.
 
1.  Klapper van de week : Medisch Contact 7 januari 2016  met artikel van aanstormend talent Bas Knoop.
 

 

                                        Positie bedrijfsarts blijft heet hangijzer         
 
Spraakmakend artikel waarin drie hoogleraren uit de kast komen. Ze zijn namelijk voor een grote stelselwijziging.De positie van bedrijfsarts moet anders- twitterde Willem van Mechelen- VUmc. Opvallend, aangezien het kabinet - in aansluiting op het verdeelde SER advies- juist had besloten dit niet te doen.
 
Maar is het een realistische optie ? Helaas presenteerden zowel van Mechelen - VUmc noch Carel Hulshof - AMC/NVAB als Han Anema-VUmc er een routekaart bij. Dat maakt beoordeling erg lastig.  
 
 
                                         
                             
Het is naar mijn overtuiging - om veelheid van redenen - een volstrekt onrealistische en ook politiek onhaalbare optie. In een vervolg weekendpost meer daar over. Het maakt voor mij pijnlijk helder hoe ver de toch zeer geleerde en gewaardeerde heren 'losgezongen' zijn geraakt van de dagelijkse praktijk én politieke werkelijkheid.
 
Even zo goed: toch een nieuwsfeit, waarop de Oval, Szw én de NVAB/KNMG op zullen (moeten) reageren.
 
Dit gaat nog een staartje krijgen. De Newsdesk blijft het volgen. We houden U op de hoogte.
 
 
                          
 
 
 
2. Trouw vrijdag 8 januari:  UWV verlangt loyaliteit van zijn medewerkers
 
Het UWV is de laatste tijd niet zo positief in het nieuws. Met name dagblad Trouw  - 'Misschien wel de beste krant van Nederland '- houdt de vinger aan de 'zere' pols.
 
Dat blijkt een doorn in het oog van de Raad van Bestuur. Met name het lekken naar de pers moet worden gestopt. Een speciale editie van het personeelsblad waarschuwt klokkenluiders. Loyaliteit aan de organisatie wordt gevraagd. Iedere UWV-er kan nu de test 'hoe loyaal ben jij aan het UWV' doen.
                             
                        
 
 
 
 
De test in tien vragen:
 
1. Wat is de belangrijkste reden dat je bij het UWV werkt 
2. Hoe belangrijk is werk voor je ?
3. Ben je trots op het UWV ?
4. Wil jij ook de komende vijf jaar bij het UWV werken ?
5. Verdedig jij UWV als we slecht in het nieuws zijn ?
6. Nieuwe wetgeving is niet altijd gunstig voor de klant. Hoe ga je hiermee om ?
7. Loop jezelf tegen dingen aan die je niet goed vindt ?
8. Heb je er wel eens aan gedacht intern aan de bel te trekken ?
9. Moet je loyaal zijn aan e organisatie waar je werkt ?
10. Wat vind je van collega's die naar de pers gaan om 'misstanden' aan de kaak te stellen
 
Vervang het woord UWV met die van  uw eigen organisatie en doe zelf ook de test !
Dit is meer dan intrigerend wat hier gebeurd.
 
De Newsdesk gaat als een speer op zoek naar deze speciale editie.
Dat wordt een collectors item ! Zeker weten.
 
Tip: volg het wel en wee van het UWV in dagblad Trouw aan de hand van de berichten en scoops van UWV watcher Ingrid Weel - redactie economie.
 
 
 
                           
 
3. Breaking polder nieuws !
Financieel Dagblad - zaterdag 9 januari 2016: Polder stuurt aan op arbeidsmarktrevolutie
 
Kleinere kloof tussen vast en flexibel werk moet ontrafeling sociaal stelsel voorkomen.
 
Zeer actueel inkijkje in de kraamkamer van de polder. 'Zelfstandigen hausse dwingt Nederland tot reparatie sociaal stelsel'
 
Must read. Juist voor de bedrijfsarts. Bent U nog aangesloten ? Zo liggen er opties op tafel tot radicale verkorting van de loondoorbetalingstermijn.
 
Wat zijn de plussen en minnen van de verschillende opties. Wat de implicaties ? Hoe die te 'waarderen en in te schatten ?
 
 
  
 
 
Lees het artikel:
 
 
 
en ook:
 
 
 
4. Ter afsluiting
 
 
Zomaar bericht uit de samenleving : NRC dinsdag  5 januari 2016. Titel: Eerst maar eens met de computer leren omgaan. Of was/is het : doen vrouwen het beter dan mannen ?
 
Een vijftal laagopgeleide en werkloze mannen vertellen over hun maatschappelijk hachelijke situatie. Zij blijken moeilijk werk te kunnen vinden.
 
Een erg aardige impressie over de onderkant van de samenleving, maar ook met opvallende sociologische observatie. Vrouwen emancipeerden en werden zelfstandiger. Mannen hingen in de kroeg en in de moskee.
 
 
 
 
Het artikel heeft blijkbaar binnen de NRC discussie opgeleverd. Dat blijkt uit de opmerkingen op de NRC site over de kop van het artikel. Deze blijkt te zijn geëvolueerd.
 
In de papieren krant van dinsdag 5 januari staat: 'Eerst maar eens met de computer leren omgaan. Maar de allereerste kop was:'Deze mannen kunnen hun vrouwen niet meer bijbenen' . Op de NRC site staat nu de kop: Vrouwen doen het beter als mannen.
 
 
 
                                      
 
 

donderdag 7 januari 2016

2016 wordt een roerig jaar voor bedrijfsartsen

We schrijven 7 januari 2016. Dit lijkt een behoorlijk roerig jaar voor de bedrijfsartsen te worden.
De eerste signalen druppelen daarvan binnen. Overal zijn bliepjes op het radar waarneembaar. Ik pak er even drie uit.


1.Blijft positie bedrijfsarts een heet hangijzer ? Is bekostiging vanuit Zvw een optie ?

Het eerste bliepje op het scherm betreft een Achter het Nieuws artikel in Medisch Contact van de kersverse nieuwe portefeuillehouder arbo - bedrijfsgezondheidszorg van Medisch Contact Bas Knoop met de pakkende titel: Positie bedrijfsarts blijft heet hangijzer. Gisteren on line gegaan- morgen/vandaag op de mat. Met een aardige up date van actuele meningen.

Een spraakmakend artikel wat mij betreft, waarin - heel opvallend - drie hoogleraren bedrijfsgezondheidszorg , te weten Han Anema -Vumc, Carel Hulshof - Amc en Willem van Mechelen -Vumc - publiekelijk aangeven voorstander te zijn van een grote stelselwijziging. Naar hun opvatting zou de bedrijfsarts uit de Zvw bekostigd moeten worden.

Ik deel hun analyse en oplossingsrichting in het geheel niet. Het lijkt mij niet alleen een onwenselijke, maar ook onbegaanbare weg. Maar dat ter zijde. Later meer daarover.
 
Het artikel is te lezen via de link:


Maar als drie hoogleraren en vooraanstaande bedrijfsartsen/opleiders 'en public' stellen voorstander te zijn van een grote stelselwijziging, is het in ieder geval een nieuwsfeit waar rekening mee gehouden moet worden.
 
Geen route kaart

Helaas wordt er geen route kaart aangereikt hoe naar het door hun gewenste  'groene gras aan de overkant, aldaar bij de zorg' te komen. Het lijkt allemaal een beetje voor de bühne, maar is het niet.

Het sluit namelijk nauw aan bij de strategie van de NVAB. De NVAB opteert al jaren om naar de zorg terug te keren. Ik schreef daarover een artikel in 2007, die vrij voorspellend bleek te zijn, met de titel: Terug naar de moederschoot.
 
Te lezen via de link

Het past ook naadloos in de huidige strategische beleidsopvattingen binnen het NVAB bestuur en KNMG stafbureau, die expliciet opteren voor opsplitsing van de bedrijfsarts. Dat maakt deze opvattingen minder vrijblijvend. Dat blijkt uit recent gelekte vergader stukken, die toch wel een klein golfje van onrust in de bedrijfsartsen gelederen en arbodienstverleners opleverde. Ook daar volgt later meer informatie over. 
 
Het drietal stelt eigenlijk voor de arbodiensten in hun huidige vorm op te heffen, zonder overigens daarvoor houtsnijdende argumentatie aan te leveren. Politieke opvattingen over de rol,taken en bevoegdheden van de overheid lijken hieraan ten grondslag te liggen.

Waar is het probleem ?

Het kernprobleem is dat er eigenlijk geen helemaal 'echt probleem' is, want de rapportcijfers voor de dienstverlening zijn voldoende en de meeste uitkomstindicatoren -verzuimpercentage, wia instroom, aantal ongevallen, arbo beleid - staan voor grootste deel op groen. Niet dat alles rozengeur en maneschijn is - er is ruimte voor verbetering - maar die is mijns inziens juist niet te bereiken middels een stelselwijziging.
 
 
Soesa in zicht ?
 
Maar - op het moment - dat de KNMG/NVAB vast houden aan deze opvatting - en dit mogelijk in de loop van dit jaar officieel omarmen en vastleggen als beleidsvoornemen - en die kans lijkt groot - komt het debat over de toekomst van de bedrijfsarts naar mijn overtuiging in een onoplosbare patsituatie. Wat tegelijkertijd grote effecten kan hebben op andere aanpalende dossiers als instroom bedrijfsartsen, kennis infra structuur, samenwerking/verbetering afstemming met curatieve sector.

Kortom: donkere wolken pakken zich samen in dit dossier door de opstelling/positionering van het drietal. Dit lijkt nog een staartje te gaan krijgen.
 
Blijft over  de - toch onderhand wel erg prangende - vraag waar die voortdurende neiging tot zelfkastijding vandaan komt ? Het lijkt nooit goed te wezen.

2. Beroepsziekten en het melden door bedrijfsarts - blog op Arbo Online
 
Tweede bliepje op het scherm: De voorstellen tot wijziging van Arbowet. Asscher verstuurde deze voorstellen op 23 december jl naar de Tweede Kamer

Veelal goede voorstellen, afgezien van het voorstel om het niet melden van beroepsziekten voortaan als overtreding aan te merken. Een erg slecht plan. Het wordt voorwaardelijk in de wet opgenomen. Het veld krijgt eerst nog de kans 'beter te melden'.

Het lijkt mij een unicum: artsen die beboet worden voor louter landelijk preventief beleid.
Dit kan mogelijk een precedent werking hebben.

Ik heb het plan opgevat na te gaan of er vergelijkbare situaties/posities te vinden zijn. Het gaat namelijk niet om acute zaken zoals bij pokken - het melden van besmettelijke infectieziekten. Daarnaast is de melding anoniem en zodat erop 'plaats delict niveau - de werkplek in bedrijf - niets mee gedaan kan worden. Dus ook nog ineffectief.

Eerder deze zomer verstuurde ik een brief naar de Raad van State, waarin ik met redenen omkleed de RvS heb gewezen op plussen en minnen van deze regeling. Of het echt effect heeft gehad is kan ik niet beoordelen, maar de Raad van State heeft wel negatief hierover geadviseerd. Het voorstel van Asscher komt nog in het voorjaar in de Tweede Kamer ter bespreking.

Ook dit voorstel lijkt een onbegaanbare weg, aangezien structuur en opzet niet deugen - om het even kort te houden. Het kan de toets der kritiek - ook in methodologische zin - mijns inziens - niet doorstaan.
 
Werkend Nederland verdient beter.
Dit kan anders, beter vooral
 
Dus in plaats van aan het NCvB melden is het verstandiger een structuur te creëren waarin op bedrijfsniveau van casuïstiek geleerd kan worden.
 
Het RIVM heeft iets vergelijkbaars ontworpen bij arbeidsongevallen. Terug te lezen via Leren van arbeidsongevallen met Storybuilder.

Een erg interessant idee om eens over door te denken.
 

Een vergelijkbaar idee is afkomstig van de Oval - branche organisaties arbodiensten. Die presenteerde de optie van fact finding dossier onderzoek. Ook het overdenken waard 
 
zie link:
 
 
 
Mijn actuele standpunt: Schaf meldplicht af.
Het is tijd voor grondige heroriëntering en groot onderhoud van het NCvB

Eerder verwoordde ik deze visie in een zogenaamd Standpunt TBV. Gisteren plaatste Arbo online - vakblad voor veiligheidskundigen -  een variant van dit standpunt on line.
Nu te lezen op Arbo Online
 



3. De derde bliep het scherm: het debat over lengte van loondoorbetaling bij ziekte

De wettelijke regeling voor loondoorbetaling bij ziekte/arbeidsongeschiktheid is nu 2 jaar
Eerder stelde het CDA - op voorspraak van MKB Nederland - voor dit bekorten naar 1 jaar. Anderen wilden zelfs terug naar de duur van zes week.

Allerlei varianten van publiek/privaat/collectief verplicht/vrijwillige opzet verschenen in de kranten. Opzet en implicaties van de meeste plannen waren volstrekt onduidelijk. Er was geen touw aan vast te knopen. En dat voorspelt weinig goeds.
 
Naar mijn overtuiging wordt dit hét hoofdpijn dossier voor het komende halfjaar. Wijziging van de huidige opzet heeft zeer vergaande en grote effecten in zowel de werking van het systeem als gehele arbodienstverlening hebben. Niet iets om lichtvaardig mee om te gaan

Ik mag hopen dat de politici zich laten adviseren door én vooral goed luisteren naar mensen met 'diep inzicht' in deze materie, want dit is uiterst complexe stuff. Totaal ongeschikt voor quick and dirty constructies.

Dé oplossing zal naar alle waarschijnlijkheid moeten komen van de overredings en advies kwaliteiten van de experts op SZW. Zij zijn in de kern dé reddingsbrigade om BV Nederland te behoeden voor 'dol dwaze politieke polder constructies'.

Hup SZW , hup zou ik dus willen zeggen.
Laat de Nederlandse Sociale Zekerheids Leeuw niet in zijn hempie staan.
Hup SZW hup.

Dat zij BV Nederland moge behoeden voor....
 
 
Afsluitend voor dit moment: het bal is geopend. Dit wordt een roerig jaar.

Schaf meldingsplicht beroepsziekte af

Schaf meldingsplicht beroepsziekte af

06-01-2016 - column Arbo Online    

andere richting_322410299
Schaf de meldingsplicht van beroepsziekten door bedrijfsartsen en arbodiensten af. Het is tijd voor een grondige heroriëntatie.

Want het is nutteloos, dat nogal lukraak melden van beroepsziekten door bedrijfsartsen bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) ten behoeve van preventief beleid. Waarom? Dat leg ik hieronder uit.
 

Zuur

 
Ziek door het werk, daar zit niemand op te wachten. Zuur, en vaak – maar niet altijd – nog te voorkomen ook. Hoeveel beroepsziekten er exact op jaarbasis voorkomen is niet bekend. Wel zijn er schattingen. Van 17.000 tot 400.000. Factor 23 verschil. Daar valt moeilijk mee te werken. Bedrijfsartsen melden ongeveer 7.000 beroepsziekten op jaarbasis. Dat zijn zij en de arbodiensten wettelijk verplicht. “Het vormt een belangrijk onderdeel in het huidige stelsel van gezond en veilig werken. Op basis van deze meldingen kunnen risicogroepen worden gesignaleerd en preventieve activiteiten worden gestart.” Zo stelt het ministerie/de Inspectie SZW.
 

Preventie

 
Inderdaad, preventie is het idee achter de melding. Maar deze regeling werkt niet. En dat is al jaren zo. Dat blijkt uit onderzoek na onderzoek na onderzoek. Ik heb ze hier allemaal op het bureau voor me liggen. Toch durft niemand (ministerie SZW, Inspectie SZW, NCvB, NVAB …) deze pijnlijke conclusie te trekken en die hardop uit te spreken. Te bang voor de implicaties? Gezichtsverlies? Of gewoon toch te veel (eigen)belang bij handhaving van de huidige situatie ? Of last van kokerdenken of tunnelvisie? Ik weet het niet.
 

Lange lijstjes

De lange lijstjes met belemmerende en bevorderende factoren zijn ook al jaren beschikbaar én bekend. Zonder concreet tastbaar resultaat. Zo blijkt ook weer uit het meest recente onderzoek ‘Versterken melding beroepsziekten’ in opdracht van de Inspectie SZW. De huidige NCvB-monitor is als een kapotte thermometer: wel een uitslag, geen toegevoegde waarde. Het middel, het melden van beroepsziekten door bedrijfsarts/arbodienst, draagt daardoor niet substantieel bij aan het beoogde doel: preventief beleid. Dus kunnen we de meldingsplicht beroepsziekte door bedrijfsarts/arbodienst afschaffen. En wel per direct. Het is tijd voor een grondige heroriëntatie en voor meer onderzoek op de plaats delict (de werkplek).
 

Nulmelders

Slechts 30% van de bedrijfsartsen blijkt af en toe een beroepsziekte te melden (70% dus niet). Bijna de helft van alle bedrijfsartsen, 46% om precies te zijn, meldt nooit(!) een beroepsziekte en wordt getypeerd als ‘chronische nulmelder’. Grappige naam, overigens. Slechts 13% staat te boek als consequente melder, maar een even zo grote groep (14%) is überhaupt niet gemotiveerd om mee te doen. Onvoldoende draagvlak, heet zo iets in poldertermen. Hoe hard wil je het hebben?
Representatief zijn de NCvB-cijfers ook niet te noemen, aangezien het merendeel van de meldingen afkomstig is van een kleine, selecte groep bedrijfsartsen, en ook nog voornamelijk uit één sector (de bouw). Toch bestaat publiekelijk het beeld dat dit dé juiste harde cijfers zijn. Check nu.nl beroepsziekten maar eens, bijvoorbeeld. In deze context is het jammer te moeten constateren dat het NCvB geen heldere bijsluiter/disclaimer levert.
 

Elastiek

Het NCvB hanteert een brede definitie van een beroepsziekte. Die luidt als volgt: “Een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaats gevonden”. Maar ja, wat moet onder ‘in overwegende mate’ worden verstaan? Daar bestaat geen meetlat voor. Dat is elastiek.
De NCvB-definitie is dan ook te breed en te inclusief geformuleerd. En dus te vaag en te multi-interpretabel om in de praktijk onderscheidend genoeg te kunnen werken. Daarmee is een betrouwbaarheidsprobleem geïntroduceerd: want komt in dezelfde casus bedrijfsarts A tot dezelfde conclusie als bedrijfsartsen B en C? Wedden van niet?
 

Zoek!

Daarnaast: de NCvB-monitor heeft geen helder omschreven zoekstrategie. Deze is nu kort samen te vatten als: zoek bedrijfsarts, zoek! Zoek beroepsziekte! De meeste bedrijfsartsen lijken gewoon te wachten op wat er langskomt. Beetje lukraak zoeken. Dat blijkt ook uit de cijfers. Bouwartsen kijken vooral op PAGO/PMO-plekken (91%) en vinden vooral lawaaidoofheid (33%). Niet-bouwartsen zoeken op andere plekken – verzuim en open spreekuur (92%) – en vinden dus andere beroepsziekten. De gepresenteerde cijfers zijn dan ook niet meer dan een losse verzameling meldingen en incidenten zonder enig verband en dus onbruikbaar voor preventief beleid. “If you don’t know where you are going, all roads lead to nowhere” (Henry Kissinger).
 

Polderconstructie

Blijft over de vraag of deze monitor de toets der methodologische kritiek eigenlijk wel kan doorstaan ? Ik denk van niet. Naleving van meldingsplicht is – tot op heden – niet handhaafbaar, aangezien een sanctiemogelijkheid ontbreekt in de regelgeving. Een echte polderconstructie dus. In het nieuwe wetsvoorstel staat dat er “meer mogelijkheden voor handhaving” komen. Nadere uitwerking daarvan ontbreekt echter. Ook in de presentaties van vertegenwoordigers van de Inspectie SZW op de BG-dagen. Maar de S- (sanctie) en B- (boete) woorden zijn wel uitgesproken. Het lijkt erop dat de overheid haar speerpunt van preventie verlegt naar handhaving.
 

Monitoren

In de kern is het monitoren van beroepsziekten op landelijk niveau ten behoeve van preventief beleid te zien als een publieke of overheidstaak, die uitgevoerd zou moeten worden door de Inspectie SZW in haar rol als toezichthouder. Deze taak is in mijn opinie ‘ten principale ‘niet weg te zetten of ‘uit te besteden’ aan professionals (bedrijfsartsen) en/of organisaties (arbodiensten) die in het private domein werken. Het ministerie/de Inspectie SZW introduceert vergaande rolonduidelijkheid door de bedrijfsarts en arbodienst wettelijk te verplichten beroepsziekten te melden ten behoeve van preventief beleid. De bedrijfsarts of arbodienst is adviseur, geen toezichthouder en/of ‘verlengde arm’ van de Inspectie SZW. Je \kunt niet van tweeën één krijgen.
 
 
Afsluitend: doorgaan op de ingeslagen route zoals minister Asscher/het ministerie van SZW én de Inspectie SZW nu voorstaan lijkt mij een onbegaanbare weg. Grondige herbezinning en groot onderhoud van het NCvB is nu eerst aan de orde. 
 
En de bedrijfsarts en andere arbo-professionals? Die moeten het bedrijf in, de werkvloer op en aan de slag. Want er is werk aan de winkel!
 

Dolf Algra | zelfstandig bedrijfsarts en publicist De Werkplaats – broedplaats en denktank van Dat Kan Anders/De Nieuwe Bedrijfsarts


> Wilt u het rapport ‘Versterken melding beroepsziekten’ lezen? U kunt het HIER downloaden.