woensdag 14 december 2016

Kim over haar burn out - ik wilde met niets stoppen ....

Helemaal hip: de burn out
Het fenomeen is niet weg te branden uit de media
 
Dit keer vertelt Kim uit Groningen erover.
Erg inzichtelijk
 
 
 
 
 
 
Zie het onderstaande korte bericht
bron : RTV Noord - 5 dec 2016
Anderhalf jaar geleden viel ze ineens bijna flauw in een winkel. Ze fietste naar huis en zat de rest van de dag huilend binnen.
Het overkwam de 21-jarige Kim Oosterhoff uit Marum. Ze bleek een burn-out te hebben. Een paar maanden geleden is ze een blog begonnen over wat ze meemaakt en wat dat met haar doet. Ze wil het taboe op burn-outs doorbreken.

Geen tussenweg
Bij Kim kwam de burn-out doordat ze niks wilde missen. Ze studeerde, werkte, danste, gaf dansles en zat bij een theatergezelschap. Dat bleek uiteindelijk te veel. 'Achteraf zie je dat het gekkenwerk is. Maar op dat moment denk je: met één ding stoppen kan niet. Totdat die burn-out er is en dan moet je met alles stoppen. Dan is er geen tussenweg meer.'

Volgens GZ-psycholoog Nienke Leenders van Lentis zijn het juist jongeren als Kim die vaak door een burn-out worden getroffen. Het zijn de jongeren waarvan niemand het verwacht; die alles goed doen. Eén op de zeven jongeren heeft inmiddels een burn-out.
                           
Anderhalf jaar geleden viel ze ineens bijna flauw in een winkel. Ze fietste naar huis en zat de rest van de dag huilend binnen.
Het overkwam de 21-jarige Kim Oosterhoff uit Marum. Ze bleek een burn-out te hebben. Een paar maanden geleden is ze een blog begonnen over wat ze meemaakt en wat dat met haar doet. Ze wil het taboe op burn-outs doorbreken.

Geen tussenweg
Bij Kim kwam de burn-out doordat ze niks wilde missen. Ze studeerde, werkte, danste, gaf dansles en zat bij een theatergezelschap. Dat bleek uiteindelijk te veel. 'Achteraf zie je dat het gekkenwerk is. Maar op dat moment denk je: met één ding stoppen kan niet. Totdat die burn-out er is en dan moet je met alles stoppen. Dan is er geen tussenweg meer.'

Volgens GZ-psycholoog Nienke Leenders van Lentis zijn het juist jongeren als Kim die vaak door een burn-out worden getroffen. Het zijn de jongeren waarvan niemand het verwacht; die alles goed doen. Eén op de zeven jongeren heeft inmiddels een burn-out.

'Heel erg'
Kim studeert niet meer en moet elke middag nog even liggen om de dag vol te kunnen houden. Ze geeft wel weer wat dansles en besteedt de rest van haar tijd aan het bloggen.

Ze kon er niet bij, dat ze er niet over kon praten op het moment dat ze zich slecht voelde. 'Bij mij duurt het straks al twee jaar voordat ik beter ben. Hoe gaat dat dan met zo'n persoon, wordt hij dan wel beter? Dat vond ik heel erg.'
 


Prikkelbaar
Volgens GZ-psycholoog Leenders is het inderdaad van belang dat jongeren zich meer bewust worden van het risico op een burn-out. 'Dat ze zich realiseren dat ze vermoeid zijn of prikkelbaar.' Op dat moment zouden ze gas terug moeten nemen om een burn-out te voorkomen.

De behandeling van een burn-out bestaat uit twee delen. Eerst moeten jongeren herstellen, omdat ze geestelijk en fysiek helemaal zijn uitgeput. Daarna krijgen ze cognitieve gedragstherapie, waarbij bijvoorbeeld bekeken wordt hoe ze wat minder perfectionistisch kunnen zijn.     

 
                                    
 
 
mooie zinnen als:
Ik wilde met niets stoppen
 
 
 

zaterdag 19 november 2016

Een nieuwe definitie van gezondheid. Is dat nodig en zinnig ?

Onze definitie van gezondheid is de beste.  You better believe it !

 
De oude WHO-definitie van gezondheid kan bij het grofvuil, want ze is te statisch, te beperkt. Modelletje eikenhout, zal ik maar zeggen. Very old fashioned. Past gewoonweg niet meer in deze moderne fluïde en vluchtige tijd.
 
 
                               
 
 
Hoogste tijd voor een nieuwe, dynamische én vooral 'positieve' definitie van gezondheid waarin 'functioneren, veerkracht en zelfregie' centraal staan. Met zonnige perspectieven als shared decision making, motivational interviewing én een heuse 'veerkrachtpoli'.
 
Past naadloos in de onelinerwereld van ‘Alles is gezondheid’ en ‘Yes, we can’. Wie kan daar nou tegen zijn? Je bent zoveel meer dan alleen je ziekte en/of gebrek. Bovendien, mensen die positief denken zijn gezonder en gelukkiger. Als je maar in je kracht staat. Denken ze, zeggen ze, vinden ze. De zorgelite.
 
                             
 
Deze zorgelite – de Gezondheidsraad, en ZonMw – bleek in 2009 een ernstige behoefte aan change te hebben en heeft Machteld Huber verzocht een nieuw concept van het begrip gezondheid  te ontwerpen. Speciaal voor u. Het haalde zelfs de cover van The British Medical Journal (2011). Curieus wapenfeit. Sindsdien is deze nieuwe positieve definitie van gezondheid aan een stormachtige opmars begonnen. Dat was mij eerlijk gezegd een beetje ontgaan. Mea culpa. Maar ik ben nu weer bij de les. Dacht ik.
 
Volgens dit nieuwe concept is gezondheid 'het vermogen om zich aan te passen en eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven'. Die zin heb ik even op me moeten laten inwerken. Ik heb hem zeker tien keer hardop voor mezelf herhaald. Tot grote ergernis van mijn huisgenoten. Gezondheid wordt in deze nieuwe definitie uitgelegd als 'het vermogen om zelf regie te voeren'. En dat allemaal 'in het licht van'.
 
                            
 
Tja: wie wil dat nou  niet: zelf regie voeren? Maar waar zijn de ziekte, de gezondheid én het gebrek gebleven? Die lijken te zijn opgelost. Gewoon weggedefinieerd? Alleen de schil – coping – blijft over. En dat allemaal 'in het licht van'. Bij mij gaat in ieder geval het licht even uit.
 
Ben ook de kluts kwijt. Dus achtergrondstukken erbij gepakt. En ja hoor. Hebbes. My lucky number voor de kluts blijkt 140-556-6-32 te zijn. Dat zit zo: 140 zorginsiders hebben 556 uitspraken gedaan over gezondheidsindicatoren. In groepsgesprekken aan tafeltjes. Die uitspraken zijn netjes op flip-over gecategoriseerd in zes hoofddimensies. En daarna met gele en roze plakkertjes uitgesplitst in 32 aspecten. Et voilà! De nieuwe positieve definitie van gezondheid, mét praktisch spinnenwebdiagram. U kunt het zelf uitproberen. Je voelt de kracht, de force van het positieve als vanzelf boven komen. Gewoon even doen. Gegarandeerd 100 procent authority based.
 
 
                          
 
Maar ik heb last van een vastloper in twee van de zes geschetste hoofddimensies. Met vier basisdimensies, te weten lichaamsfuncties (1) en mentale functies en beleving (2), dagelijks functioneren (3) en kwaliteit van leven (4) kan ik als eenvoudige werkvloerdokter wel overweg. Maar wat aan te vangen met sociaal-maatschappelijke participatie (5) én de spiritueel-existentiële dimensie (6) als doel van zorg en gezondheid?
 
De dokter is toch geen maatschappelijk werker en/of dominee? De zorg toch geen sociale dienst? De Wmo geen Zvw? Dit ligt toch ver buiten het competentiegebied én invloedssfeer van de zorgprofessional? En: hoe om te gaan met het verschil in disease (objectiveerbare aandoening), illness (ziektebeleving) en sickness (ziektegedrag)? Is dit concept überhaupt te operationaliseren? Als ik het spinnenwebdiagram erbij pak en mezelf score heb ik ernstige twijfels, want het is per dag anders.
 
 
                          
              
 
 
Maar voor vragen, bedenkingen – laat staan kritiek – is het echter te laat. Blijkt. Het 'ideetjesstadium' is allang gepasseerd nu de KNMG deze 'positieve' definitie van gezondheid beleidsmatig heeft omarmd en over onze hoofden 'uitrolt'. Hele generaties dokters zullen erin worden opgevoed én onderwezen. Want, vrij naar de Positivo's: onze definitie van gezondheid is de beste. De zorgelite heeft – voor u en mij – gewikt en gewogen. Wir schaffen das, klar doch, oder...?
 
 
Meer weten en lezen ?  Dat kan via de volgende links:
3. Heroverweeg uw opvatting van het begrip 'gezondheid' - Machteld Huber -NTVG - februari 2016
4. Een eerdere kritische reflectie:  Definitie 'gezondheid aan herziening toe - Jaap van der Stel -  Medisch Contact -  9 juni 2016
5. Accentuate the positive - The Singing Detective - Michael Gambon als hallucinerende psoriasis patient in BBC serie van Dennis Potter
6. Always look at the bright side of life - Monty Python - Life of Brian
 
 
                     

maandag 31 oktober 2016

'Zzp'er heeft vaak geen verzekering voor arbeidsongeschiktheid'


'Zzp'er heeft vaak geen verzekering voor arbeidsongeschiktheid' - kopte NU nl vandaag (31 okt 2016). Bron van het bericht  is een nieuw CPB rapport. Interessante observaties.
       
 
                             
              
'Zzp'er heeft vaak geen verzekering voor arbeidsongeschiktheid'
 
Steeds minder mensen verzekeren zich tegen arbeidsongeschiktheid. Dit komt door de groei van het aantal zelfstandigen. 
Zzp'ers sluiten om financiële redenen vaak geen verzekering af. Dit concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in het maandag verschenen onderzoek 'Zelfstandigen en arbeidsongeschiktheid'.
Een kwart van de zelfstandigen heeft volgens het onderzoek onvoldoende financiële mogelijkheden om in een minimuminkomen te voorzien als zij arbeidsongeschikt worden.
 
Meer dan de helft van de zelfstandigen heeft onvoldoende mogelijkheden om een vervangend inkomen op het niveau van een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA) te krijgen. Eén op de twintig heeft helemaal geen mogelijkheden om in een minimuminkomen te voorzien. Zij moeten waarschijnlijk een beroep op de bijstand doen.
 
Een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering kan volgens de onderzoekers een oplossing zijn, maar daar zitten voor- en nadelen aan. Verder zou er over nagedacht kunnen worden voor welk bedrag een zelfstandige zich zou moeten verzekeren, ook in vergelijking tot werknemers
 
                           
 
 
 
     2.  Het persbericht van het CPB over Zelfstandigen en arbeidsongeschiktheid
 
CPB Policy Brief 2016/11, 31 oktober 2016
 
Door de toename van het aantal zelfstandigen en de afname van de verzekeringsgraad onder deze zelfstandigen zijn steeds minder werkenden verzekerd tegen werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid.
 
Voor werkloosheid en ziekte kan betoogd worden dat het gaat om kortdurende risico’s met relatief beperkte financiële gevolgen, die naar hun aard en vanwege de kans op ongewenst gedrag (‘moral hazard’) wellicht beter onder het ondernemersrisico geschaard kunnen worden.
 
Maar bij arbeidsongeschiktheid gaat het om een lastig in te schatten, klein risico met grote financiële gevolgen die bovendien minder samenhangen met het ondernemerschap. Voor een dergelijk risico ligt een brede risicodeling meer voor de hand. Dit roept de vraag op of en hoe zelfstandigen verzekerd dienen te zijn tegen arbeidsongeschiktheid en waarin zij verschillen van werknemers.
 
 
link naar rapport:
 
 
 
    3. Geinteresseerd in het grotere plaatje ? 
 
 
 
                             
      
 
 
Lees ook het andere interessante  CPB rapport:  Zelfstandigen en hun alternatieven voor sociale zekerheid - CPB Achtergronddocument, 31 oktober 2016
 
 
 
 
Centrale vraag in dit CPB Achtergronddocument: “In hoeverre zijn zelfstandigen in staat om zelf inkomensschokken op te vangen?”
 
Zijn de zelfstandigen in Nederland de ‘dagloners van de 21e eeuw’ of de ‘zelfbewuste zelfstandigen’?
 
Beide archetypen komen voor, maar geen van beide doet recht aan de verscheidenheid van de groep. Bij het publieke debat over de rol van zelfstandigen in de sociale zekerheid is het zinvol om te beseffen dat inmiddels sprake is van grote diversiteit binnen de groep zelfstandigen. Door de groei van het aandeel zzp’ers is ‘de zelfstandige’ niet meer te vangen met één archetypisch beeld.
 
Daarnaast is het onderscheid tussen zelfstandigen en werknemers steeds minder evident geworden.
Dat is een van de bevindingen van het vorig jaar gepubliceerde interdepartementale beleidsonderzoek naar zzp’ers (IBO-ZZP, zie Ministerie van Financiën, 2015). Daarnaast vinden zij dat het bruto inkomen van zelfstandigen gemiddeld lager is dan van werknemers, maar dat het besteedbaar inkomen vergelijkbaar is vanwege de verschillen in belasting, sociale premie en toeslagen.
 
Ook merkt men op dat door de groei van het aandeel zzp’ers het bereik en het financieel draagvlak van het sociale zekerheidsstelsel afneemt, en dat het inkomensrisico bij ongeval en ouderdom toeneemt.
 
In een position paper ten behoeve van het IBO concludeerde CPB onder andere dat zelfstandigen zich soms onvoldoende bewust zijn van hun inkomensrisico bij arbeidsongeschiktheid, en dat bestaande mogelijkheden voor verzekering onderbenut blijven (Bosch et al., 2015). Knoef et al (2013) stellen vast dat zelfstandigen in vergelijking met werknemers minder sparen voor hun pensioen, maar wel meer vermogen opbouwen in hun eigen woning.
 
 
Deze bevindingen roepen de vraag op die centraal staat in dit achtergronddocument:
 “In hoeverre zijn zelfstandigen in staat om zelf inkomensschokken op te vangen?”
 
 

 
Lees ook de CPB Policy Brief 'Zelfstandigen en arbeidsongeschiktheid' en het bijbehorende persbericht.
 
 
 
 
 
 
 

vrijdag 14 oktober 2016

De bedrijfsarts, het business model én een sterk veranderende wereld. Wendbaarheid vereist

And the times they are changing

Bob Dylan zong het al. Het begint nu ook op de werkvloer van de bedrijfsarts door te dringen. Doorgaan op de oude voet lijkt niet meer houdbaar. Vandaar ook het idee van de arbeidsarts. Ik verwijs naar eerdere berichten op deze site. Maar bij het concept van de arbeidsarts is geen enkel business model waarneembaar.

 
Het Business Model Canvas kan helpen meer vat op de business en de dienstverlening te krijgen en kan de basis vormen voor een gezond ondernemingsplan
 
 

Pak het boek er eens bij en vul de negen bouwstenen in

Lees - voor in de tussentijd onderstaand artikel van Consultancy. nl  - (bron- 12 okteober 2016)

En zo heb je genoeg stof tot nadenken
En dat kan nooit kwaad, toch ? ....

 

 

Businessmodellen gaan flink op de schop

 
 
 
bron: 12 oktober 2016 Consultancy.nl
Een groot deel van de businessmodellen in de Nederlandse adviesbranche moet de komende jaren op de schop. Hoewel de bestaande verdienmodellen het momenteel nog relatief goed doen, hebben veel consultants sterke twijfels over de toekomstbestendigheid van de traditionele beloningsmodellen zoals ‘uurtje-factuurtje’ die vandaag de dag de boventoon voeren. De sector staat een grote transitie, en in sommige segmenten een kaalslag, te wachten.
Om inzicht te krijgen in businessmodel-innovatie in de consultingsector voerde Sioo, een opleidingsinstituut voor verandermanagement en de Vrije Universiteit Amsterdam, onderzoek uit onder 100+ (senior) consultants van grote en kleine advieskantoren. Uit de resultaten komt naar voren dat consultants in ons land relatief tevreden zijn met het financiële succes van hun huidige businessmodel. Op een schaal van 1 (zeer ontevreden) tot 5 (zeer tevreden) geven ze een score van 3,6. Drie kwart (75%) van de adviseurs die hebben deelgenomen aan de studie is het verder (zeer) eens met de stelling ‘Mijn business model is winstgevend’.
Mijn business model is winstgevend
Een verdere analyse van de onderzoeksresultaten toont echter aan dat het financiële succes van huidige businessmodellen ook een keerzijde heeft. Minder dan de helft van de consultants geeft aan dat hun businessmodel hen in de afgelopen jaren heeft geholpen de omzet te verhogen of nieuwe marktsegmenten te betreden. Met andere woorden, bestaande verdienmodellen blijven voortbouwen op bestaande business, maar zijn minder effectief als het aankomt op het creëren van nieuwe omzetkansen. Gezien de ontwikkelingen die momenteel gaande zijn in het consultancylandschap, van groeiende concurrentie tot toenemende druk op tarieven en marges en veranderende verwachtingen van klanten, stellen de onderzoekers dat er een vernieuwing in businessmodellen nodig is.

Houdbaarheid van businessmodellen

Om meer duidelijkheid te krijgen over de noodzaak van innovatie in de consultancysector, kregen de respondenten drie vragen voorgelegd over hun verwachtingen ten aanzien van toekomstige businessmodellen. Met de stelling dat hun businessmodel geschikt is voor het nieuwe normaal en nog steeds onderscheidend is, is 42% van de consultants het (zeer) eens, terwijl 37% het daar (zeer) mee oneens is. “Een grote deel van de consultants is dus niet in staat om zich te onderscheiden van de massa”, verklaart Sioo-rector Ard-Pieter de Man.
Mijn business model onderscheidt me van mijn concurrent
De Nederlandse consultingsector telt vandaag de dag circa 97.000 organisatieadviesbureaus, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2008, toen de teller op 53.000 stond. Als de data uit het onderzoek van Sioo over de gehele sector zou worden uitgespreid, dan zou dat betekenen dat dat bijna 35.000 adviesbureaus en zelfstandige adviseurs (>90% van de adviesondernemingen zijn ZZP’ers) moeite hebben om zichzelf duidelijk te positioneren in de markt. Met het oog op de groeiende kloof tussen vraag en aanbod – het aantal toetreders in de consultancymarkt blijft de komende jaren naar verwachting relatief hoog terwijl de marktvooruitzichten gemixte beelden laten zien – ligt het volgens analisten in de lijn der verwachting dat er een kaalslag zal plaatsvinden in (segmenten van) de markt.
De consultants die deelnamen aan het Sioo onderzoek lijken dit beeld te bevestigen. Met de stelling ‘Mijn business model zal moeten veranderen om concurrerend te blijven’ is slechts 22% van de adviseurs het (zeer) oneens. Een meerderheid van 59% is het daarentegen (zeer) eens met de stelling – zij erkennen het belang om van koers te veranderen. “Hoewel de respondenten geloven dat hun business model op de korte termijn goed functioneert, heeft de meerderheid zorgen over de houdbaarheid van dat business model op de lange termijn”, zegt De Man.
Mijn business model zal moeten veranderen om concurrerend te blijven

Sleutelen aan verdienmodellen

Gevraag naar de noodzaak tot verandering, geven de consultants in het onderzoek een aantal gebieden waarop zij verwachten hun businessmodel onder de loep te moeten nemen. Bovenaan de prioriteitenlijst staat specialisatie op een beperkt aantal diensten en een beperkt aantal marktsegmenten. Deze trend heeft zich de afgelopen jaren als gevolg van de crisis al ingezet, maar zal voorlopig nog de partneragenda’s domineren. “Adviseurs die zich als manusje-van-alles presenteren bestaan straks niet meer”, aldus De Man.
Snel impact leveren bij de klant staat op de derde plaats van het meest veranderende element in business modellen. “Klanten willen vandaag de dag snel resultaat zien”, legt De Man uit. Daarnaast scoort ‘partneren’ hoog. Adviseurs partneren met de klant, met wie zij steeds meer zaken ontwikkelen die niet direct een financieel voordeel opleveren, zoals onderzoek of ontwikkeling van een tool waar de klant niet voor betaald. Ook partneren en netwerken consultants steeds vaker met andere adviesbureaus, en laten in sommige gevallen het traditionele beeld los waarbij concullega’s worden gezien als concurrenten.
De meest en minst veranderende elementen van business modellen
Elementen die volgens consultants minder aan verandering onderhevig zijn betreft hun fysieke aanwezigheid bij de klant (in plaats van online interactie) en het belang van klantcontact voor onder meer het binnenhalen of sparren over een opdracht. Verdienmodellen blijven, in de ogen van de respondenten, (verrassend) nog redelijk klassiek: abonnementsmodellen zijn schaars, uurtarieven blijven dominant en het geld wordt vooral verdiend met eenmalige projecten en niet met een continue relatie (zoals bijvoorbeeld een joint venture met klanten).
Een trend die de laatste jaren aan populariteit wint, maar nog steeds in de kinderschoenen staat, is de opkomst van performance-based beloning en prestatiecontracten. Steeds vaker vragen opdrachtgevers aan bureaus om aan risk-sharing te doen, of om een gedeelte van de beloning afhankelijk te maken van behaalde resultaten. Sommige bureaus gaan zelfs een stap verder: ze bieden niet alleen prestatie-gebaseerde contracten aan, maar zijn ook bereid in projecten te investeren. Voorbeelden van bureaus die deze vorm toepassen zijn onder meer McKinsey & Company, Bain & Company en Fahrenheit 212 (onderdeel van Capgemini Consulting), en als het gaat om bureaus van eigen bodem, Rebel Group en Dutch. 
Maar zoals het er nu voor staat, werkt de overgrote meerderheid (70%) van consultants nog met traditionele beloningsmodellen als uurtarieven en fixed fees. Werken met prestatiebeloning komt in de praktijk nog in beperkte mate voor.
Beloningsmodellen van consultants
Reflecterend op de resultaten geeft De Man aan dat er momenteel sprake is van “aanzienlijke verandering” van consulting businessmodellen, hoewel dit nog vooral plaatsvindt in het upstream deel van het businessmodel – hoe consultants intern opereren versus hoe ze werken met klanten (downstream). De verandering vindt plaats over het hele landschap, van grote tot kleine adviesorganisaties, maar iets meer bij bureaus die actief zijn in de private sector dan in de publieke sector. Dit heeft volgens de onderzoeker te maken met de context waarin adviesbureaus opereren: opdrachtgevers en tenderprocedures in het publieke domein zijn zelf ook wat conservatiever, waardoor de snelheid van verandering wat lager uitvalt.

Businessmodellen van de toekomst

Hoewel het lastig is om in de toekomst te kijken, aangezien bureaus nog “volop bezig zijn met experimenteren”, zegt De Man dat op basis van de verkennende analyse (de komende maanden wordt er meer onderzoek naar het onderwerp opgestart) er een aantal patronen zichtbaar zijn in de businessmodellen van de toekomst. Op hoofdlijnen zijn er drie organisatievormen die naar het oppervlak zullen komen: collaborative, continuous en instant consulting.
Collaborative consulting wordt gekenmerkt door bureaus die vasthouden aan lage vaste kosten, via bijvoorbeeld het hanteren van een netwerk organisatievorm en het gebruikmaken van een grote flexibele schil van associés, wat op zijn beurt leidt tot hoge variabele kosten. Deze bureaus zijn over het algemeen gespecialiseerd en gefocust op bepaalde markten en diensten, en werken samen met andere bureaus om een voordeel te krijgen ten opzichte van anderen. “Ze werken regelmatig samen met andere adviesbureaus in het netwerk op het gebied van marktproposities en uitvoering, en kennen een hoge graad van sourcing van kennis van concullega’s”, stelt De Man.
Bureaus die een continuous consulting model hanteren, kiezen ervoor om terugkerende diensten en inkomsten toe te voegen aan traditionele adviesdiensten. Deze aanpak wordt reeds toegepast door een aantal bureaus, waarbij McKinsey Solutions het bekendste voorbeeld is. Klanten kunnen een abonnement afsluiten bij McKinsey Solutions en krijgen daarvoor in ruil een vaste set van oplossingen, inzichten en gestandaardiseerde consultancydiensten. “Op dit moment gaat continuous consulting vaak samen met data analytics en tools”, aldus De Man, maar langzaam aan doen steeds meer vormen intrede in het landschap. Zo hebben verschillende bureaus ‘all you can train’ concepten in de markt gezet en zijn er ook legio bureaus die werken met advies-abonnementen.
 
Consulting businessmodellen van de toekomst
 
 
 
Instant consulting is volgens De Man het businessmodel dat het meest afwijkt van de realiteit in de huidige adviesmarkt. In deze vorm zien klanten direct en meetbaar voordelen vanaf dag één van een adviesopdracht. Het betreft hier geen quickscan oplossing die bij ongeveer elk bureau in de toolbox zit, maar echt adviesoplossingen die meteen tastbare baten van het werk van de adviseur inzichtelijk maken. Op dit moment is dit model vooral zichtbaar binnen het gamification domein, waar de lessen die tijdens (video-)spel worden aangeleerd direct in de werkelijkheid worden toegepast. Ook zijn er tientallen tools, vooral gericht op ondersteuning bij implementatie, die dergelijke directe resultaten kunnen opleveren.
Doordat nieuwe technologieën steeds meer mogelijk maken en klanten steeds hogere verwachtingen hebben ten aanzien van de snelheid van veranderingen, is volgens De Man een grootschalige adoptie van instant consulting de volgende stap. “Klanten schroeven de eisen aan consultants om sneller verandering teweeg te brengen. Consulting projecten waarin consultants eerst onderzoek doen, dan een tussenrapport presenteren, vervolgens met een herontwerp komen en dan pas beginnen te implementeren, passen niet bij deze roep om snelheid.”
Een ander model dat een opkomst zal maken in de branche, is er een die minder vanuit bureaus zelf komt, en meer vanuit uitdagers en nieuwe concurrenten. Dit zijn de virtual consulting networks. “Daarbij melden klanten zich met hun project bij een organisatie, die vervolgens consultants uit haar netwerk matcht met de klant. Digitalisering speelt hierin een grote rol”, licht De Man toe. Wereldwijd zijn redelijk wat organisaties die een dergelijk model hanteren, elk met een net iets ander business model of gericht op een ander onderwerp. Talmix (het voormalige MBA & Company), blur, Comatch, Hourly Nerd, Eden McCallum en expert360 zijn namen die regelmatig voorbij komen in de media. In ons land was VirtualCC tot voor kort een van de uitdragers van het virtuele model, tot het bedrijf afgelopen maand failliet werd verklaard.

Verschillende businessmodellen

De Man concludeert dat, net zoals nu het geval is, er in de toekomst verschillende businessmodellen naast elkaar zullen bestaan. “Grotere bureaus zich zullen ontwikkelen tot Multi Model Consultancies, waarin diverse business modellen naast elkaar opereren.” McKinsey is hierin al vergevorderd met een gevarieerd en breed aanbod in de markt, zoals McKinsey Solutions, McKinsey Implementation en McKinsey Restructuring. Ook Roland Berger heeft al enkele stappen in deze richting gezet, door onder meer de lancering van nieuwe business units en Terra Numerata, een losstaand netwerk dat het Duitse bureau heeft opgezet rondom de ontwikkeling van digitale business modellen.
De rollen van consultants
Uiteindelijk zal de veranderende aard van consulting en de implicaties hiervan op business modellen hun impact hebben op de manier waarop consultancybureaus werken en in welke vorm. Zo benadrukte Peter de Wit, managing partner Noord-Europa bij McKinsey & Company, recent in een interview met het FD bijvoorbeeld hoe het veranderende DNA van zijn bureau veranderingen teweeg brengt in de benadering van personeelsbeleid, zoals in de beloning of in het gebruik van het ‘Up or Out’ principe. In veel bureaus hebben verbredingen naar nieuwe gebieden als Digital, Cybersecurity en Solutions geleid tot de oprichting van nieuwe business units, en dus ontstaat een nieuwe bloedgroep in het bedrijf. Soms wordt er dan een onafhankelijke eenheid opgezet om te kunnen voldoen aan de afwijkende vereisten van een ander businessmodel (bijvoorbeeld BCG Digital Ventures). Daarnaast zal het ook invloed hebben op de rollen die consultants uitoefenen, waarbij sommigen verplaatsen naar rollen waarin zij meer dan alleen advies geven.
Dat de businessmodellen in de adviesbranche zullen veranderen is inmiddels wel duidelijk. Volgens De Man blijft het echter de vraag hoeveel en hoe snel ze zullen veranderen, een boodschap die onder andere ook door Harvard-hoogleraar Clayton Christensen meerdere malen is gegeven. Niet iedereen gelooft echter dat het zo’n vaart zal lopen. Johan Aurik, mogelijk ’s lands meest invloedrijke consultant (Aurik is de wereldwijde topman van A.T. Kearney), zei eerder dit jaar nog dat het businessmodel van de grote consultancyfirma’s weinig vatbaar is voor disruptie. “Ik ben nog geen enkele nieuwe speler tegengekomen als serieuze concurrent. En ik denk ook niet dat ze er zullen komen. Het opbouwen van een goede partnership duurt lang en is een stroperig proces. Bovendien moeten de grote firma’s een wereldwijd netwerk hebben. Dat businessmodel is lastig te imiteren”, stelde hij.
De tijd zal het leren, Consultancy.nl blijft de ontwikkelingen op de voet volgen.

donderdag 13 oktober 2016

De arbeidsarts: optie of droom?

De arbeidsarts: realistische optie of vurige wensdroom?

      
‘Nieuwe arts zet arbeid centraal in spreekkamer’, kopte dagblad Trouw drie week geleden. Old-school dokters – zoals bedrijfsartsen – voldoen niet meer. Op de schop ermee. De hoogste tijd voor een nieuw soort dokter: de arbeidsarts. Aldus de KNMG/NVAB in haar visiedocument ‘Zorg die werkt’.
Deze arts moet toegankelijk zijn voor iedereen met werkgerelateerde klachten. Zonder verwijsbriefje. Gewoon om de hoek in het gezondheidscentrum – direct naast de huisarts, eerstelijnspsycholoog, en fysiotherapeut.
 
Want: arbeid maakt gezond. Vroeger was werk ziekmakend, nu niet meer. Werk is namelijk een gezondmaker. Dat is het basisidee erachter. Arbeid als eigenaardig soort medicijn, met participatie als nieuw behandeldoel voor alle artsen. Werkend Nederland verdient namelijk het beste. Waarom is niemand daar eerder opgekomen?
 
En gratis bovendien. Gratis ?!? Ja gratis, want deze arts wordt betaald door de overheid, uit het basispakket van de zorgverzekeringswet.
 
De doelgroep is breed. Heel breed. De arbeidsarts is er voor de zzp’ers, werklozen, studenten, gepensioneerden, werkzoekenden, schoolverlaters, mantelzorgers, vrijwilligers, stagiairs én ook nog eens als extra voorziening voor werknemers met vast en flexcontract. Eigenlijk dus voor iedereen tussen 16 en 72 jaar.
 
Is dit een realistische optie of vurige wensdroom? De KNMG-NVAB-combinatie is overtuigd van het eerste. Ik denk het laatste. Er zijn namelijk grote – heel grote – vraagtekens bij te plaatsen. Zullen we deze ui gezamenlijk – entre nous – even afpellen?
 
Eén: het is een typisch ‘doktersidee’. Met de beste bedoelingen opgesteld én met een warm hart voor de knelpunten rond arbeid en gezondheid. Met als vertrekpunt: wat de dokter doet, is goed. Maar nogal voorbij de werkelijkheid van alledag.
 
Twee: wat heeft een werkloze of schoolverlater eigenlijk bij een dokter te zoeken? Beiden zoeken werk, en dát is géén medisch probleem. Volstrekt onhelder blijft welke zorgvragen er door de arbeidsarts opgelost zouden moeten worden.
 
Drie: participatie, ‘actief meedoen’ als behandeldoel? De zorg als sociale dienst? Sociaal-maatschappelijke problemen worden op deze manier sterk gemedicaliseerd. De jaren tachtig lijken terug met een nieuwe ‘markt van welzijn en geluk’.
 
Vier: zorg is niet gratis, nooit geweest. Iemand betaalt altijd. In dit geval dus de burger middels een fors hogere premie voor het basispakket. Zoals nu bij de wijkverpleegkundige. Het getuigt vooral van een weinig ontwikkeld kostenbewustzijn bij dokters.
 
Vijf: opname in het basispakket van de Zorgverzekeringswet is helemaal geen optie. Het voldoet nu niet aan criteria van noodzakelijk te verzekeren (ntv-) zorg. Ik verwijs naar pakketbeheer deel drie van het Zorginstituut. Einde story. Tenzij je aanhanger van het Nationaal ZorgFonds-idee van de SP bent. Dan is fictief alles mogelijk.
 
Zes: arbeid maakt gezond? Maar fietsen en brood ook. Maar de bakker en de fietsenmaker zitten toch ook niet in het basispakket?
 
Zeven: no businesscase. Aan de financiële paragraaf hebben de opstellers hun vingers niet gebrand, want die ontbreekt volledig. Eerdere opmerkingen van de KNMG-werkgroepvoorzitter Gerrit van der Wal dat het ‘grotendeels budgettair neutraal’ is regelrechte kaboutertaal. Nogal pijnlijk eigenlijk allemaal.
 
Toch een realistische optie? Ik hoor het u zeggen. En ja, de NVAB-leden zijn in de tussentijd ook – ongezien – enthousiast over het concept van de arbeidsarts. Aan de slag dan maar? Waar is het wachten op? Subsidie? Toon karakter en investeer zelf in deze KNMG-NVAB-start-up. Voor eigen rekening en risico. Laat zien dat er een echte businesscase van te maken is. Het draait per slot van rekening ook om de eigen boterham. No guts, no glory !
 
Of zijn dromen toch bedrog ?
 
 
Deze blog verscheen ook in Medisch Contact dd 10 okt 2016
 
 
 

dinsdag 27 september 2016

De NVAB papers - over: besluit nummer 56 van het NVAB bestuur én hoe je blijkbaar ongezien blij kunt zijn/worden

De NVAB PAPERS: up date 26 september 2016

Algemeen Bestuur (AB) van NVAB blijkt al in april 2016 - op hoofdlijnen - akkoord te zijn gegaan met introductie van de arbeidsarts. Dat valt te lezen in besluit nummer 56.

 
Uit stukken blijkt dat het Algemeen Bestuur (AB) van de NVAB al in april 2016 heeft ingestemd met het KNMG rapport Zorg die werkt.

In besluit nummer 56 valt namelijk het volgende te lezen:

 ' Het AB is akkoord met de hoofdlijnen van de versie van de KNMG visie arbeidsgerelateerde zorg - versie 15 april 2016: ic. de uitgangspunten op p 39 en de introductie van de 'arbeidsarts'.

en:

 'Zij zal op basis van een communicatieplan uitdragen dat de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde zeer gebaat is met deze erkenning van het vakgebied in KNMG verband. Een of meerdere pilots zullen duidelijk moeten maken of het voorgestelde model levensvatbaar is'.
 
Dat is opvallend.
Dat is dus al een half jaar voor ledenraadpleging van 19 september jl. Vreemd en opmerkelijk is
dat de NVAB leden tot nu toe nog steeds geen kennis hebben kunnen nemen van het KNMG rapport Zorg die werkt.

Ook andere stakeholders -zoals directies van arbodiensten-  zijn niet nader geïnformeerd en moeten het doen met presentatie van van der Wal en de terugkerende mededeling dat 'alles nog in ontwikkeling' en 'in beraad is'.

Dagblad Trouw daarentegen blijkt wel in het bezit te zijn van het KNMG rapport en citeert ruimhartig eruit in het artikel: Nieuwe arts zet arbeid centraal in spreekkamer - Trouw woensdag 21 september.

Toch blijken de NVAB leden enthousiast het KNMG idee 'te omarmen' - aldus het NVAB bestuur na de ledenraadpleging van 19 september 2016. Intrigerend. Want op basis van welke informatie zijn ze zo enthousiast geworden ? Ongezien kun je blijkbaar ook blij worden.
 
Zeer vergaande implicaties
 
Niet helder is waarom het NVAB bestuur haar leden en andere stake holders niet tijdig en volledig informeert, terwijl men wel aan de andere kant zelf-  bewust - actief de openbaarheid en publiciteit zoekt.

Het  KNMG rapport 'Zorg die werkt' heeft zeer vergaande implicaties voor zowel het werkveld en takenpakket van de huidige bedrijfsarts, áls ook de markt van arbodiensten.
 
Blijft de vraag over: waarom publiceren de KNMG/ NVAB het rapport Zorg die werkt, niet ? 
Dat was nodig geweest op de volgende vier tijdstippen

a. na presentatie van van der Wal op BG dagen -  27 mei 2016
b. na artikel in Medisch Contact - 15 juni 2016
c. ter informering van NVAB leden bij leden raadpleging  - 19 september 2016
d. Na publicatie artikel Trouw - 21 september 2016

Waarom geen open kaart gespeeld ?
Wat hebben KNMG en NVAB te verbergen ?
Of is dit gewoon een bewuste strategie ?
Met voorbedachte rade dus ?

Benieuwd hoe zich dit verder ontwikkelt

 
zie:
Leden omarmen KNMG visie enthousiast - maar op basis van welke informatie ?
 
 

vrijdag 23 september 2016

Dossier Arbeidsarts -De NVAB papers - week up date - vrijdag 23 september 2016 - met quizvraag: is de bedrijfsarts de dodo onder de dokters aan het worden ?

Week up date - week 38 - De NVAB papers en de arbeidsarts

1. Vrijdag 16 september 2016

KNMG rapport arbeidsarts openbaar

Vorig week werd het KNMG rapport - Zorg die werkt- over de arbeidsarts dan toch nog publiekelijk bekend.

Een doorbraak. Want tot voor kort moest de buitenwacht het slechts doen  'een potloodschets' in de vorm van de presentatie werkgroep voorzitter van der Wal. En dat gaf te denken.

Van der Wal gaf kort na zijn presentatie een korte toelichting, maar die riep alleen nog maar meer vragen op. Het verscheen als artikel in Medisch Contact onder de kop: Bij arbeidsarts kan iedereen terecht. Iedereen ? Bij een arbeidsarts ? Gratis ? Is de bedrijfsarts dan afgeschaft !?!

Veel vragen bleven onbeantwoord, maar KNMG als NVAB huldigden zich daarna in een diep stilzwijgen.


2.  Woensdag 21 september

Trouw bericht - Nieuwe arts zet arbeid centraal in spreekkamer

Die stilte is deze week definitief doorbroken met het artikel in Trouw onder de kop: Nieuwe arts zet arbeid centraal in spreekkamer.

Volgens de KNMG/NVAB is het tijd voor een nieuwe dokter, de arbeidsarts. Sympathiek idee wellicht, klinkt interessant , het overwegen waard.  Toch ? Wees nu eerlijk. Bovendien: gratis, want de nieuwe functie wordt betaald uit zorgverzekeringswet. Tenminste dat is het KNMG NVAB plan.

Past ook erg goed in one liner denken als: Alles is Gezondheid, Arbeid maakt Gezond, en de Machteld Hüber definitie van gezondheid - uit de positieve geneeskunde en het Nationaal Zorg Fonds

Het idee om de arbeidsarts vanuit zorgverzekeringspakket te betalen lijkt eerder een wensgedachte dan een realistische optie. Het voldoet op dit moment in ieder geval NIET aan de pakket criteria- deel drie zoals opgesteld door Zorg Instituut.

Kan deze nieuwe zorg betaald worden vanuit het basis pakket ? Men leze daartoe het volgende bericht van het Zorg Instituut:

 'Nieuwe zorg in het pakket

Bij het aanbieden van een product of dienst is het van belang te weten of de ziektekostenverzekeraar dit product of deze dienst mag vergoeden uit het basispakket van de wettelijke ziektekostenverzekering. Het Zorginstituut doet daarover richtinggevende uitspraken.
link: zorginstituut en pakketbeheer

https://www.zorginstituutnederland.nl/pakket/werkwijze+pakketbeheer

pakketbeheer in de praktijk - deel drie
https://www.zorginstituutnederland.nl/binaries/content/documents/zinl-www/documenten/publicaties/rapporten-en-standpunten/2013/1310-pakketbeheer-in-de-praktijk-deel-3/1310-pakketbeheer-in-de-praktijk-deel-3/Pakketbeheer+in+de+Praktijk+(deel+3).pdf



Kortom: is de arbeidsarts een realistische optie of toch fata morgana ?

Als het aan de KNMG/NVAB ligt het eerste. Deze wil graag subsidie ontvangen om dit idee op basis van experimenten uit te werken. Liefst via Zonmw. Dat biedt namelijk garantie.



3.  Donderdag 22 september

De KNMG - NVAB marketingcampagne gaat van start

Wellicht eerder dan zelf gedacht is de marketingcampagne -waarschijnlijk onder druk van voortijdige Trouw publicatie - van start gegaan. Deze campagne is te volgen middels de sites van zowel de KNMG als NVAB

De KNMG campagne: toekomstvisie - zorg die werkt

https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/dossiers/arbeidsgerichte-medische-zorg.htm


De NVAB campagne: Arbocuratieve samenwerking: toekomstvisie KNMG in ontwikkeling

https://www.nvab-online.nl/actueel/nieuws/arbocuratieve-samenwerking-toekomstvisie-knmg-ontwikkeling



4. Donderdag 22 september 2016

Bericht Oval: Imagocampagne bedrijfsarts in najaar van start
In oktober gaat de campagne 'Bedrijfsarts worden. Het betere werk' van start. Met inzet van tien enthousiaste ambassadeurs die werken als bedrijfsarts of voor het vak in opleiding zijn. Zij laten via blogs, vlogs, social media, artikelen en presentaties de aantrekkelijke kanten en mogelijkheden van het vak zien. Basisartsen en zij-instromers kunnen ook gastcolleges of presentaties bijwonen en in gesprek gaan met een van de ambassadeurs.
 
OVAL is samen met de NVAB, het ministerie van SZW, opleiders en andere stakeholders betrokken bij de projectgroep imagocampagne bedrijfsartsen. Met beperkte financiële support vanuit het ministerie van SZW en inzet van een externe projectleider wordt momenteel hard gewerkt aan de voorbereiding van de campagne. De website www.bedrijfsartsworden.nl gaat op 10 oktober live.
Bron: OVAL
 
 
Zou de arbeidsarts daar nu ook meteen ingeplugd gaan worden ?
Want in KNMG - NVAB rapport komt de bedrijfsarts slechts in de marge nog voor.
 
Quiz vraag: is de bedrijfsarts de dodo onder de dokters aan het worden ?
 
 
5. Vrijdag 23 september 2016
 
Reumatologen zijn al voor de arbeidsarts.
 
In Medisch Contact van deze week is een interessant artikel van tweetal reumatologen te lezen. Titel: Meer aandacht gevraagd voor werken met reuma. Het doet verslag van project waarbij reumatologen naar werk hebben gevraagd !  Werkelijk een stap voorwaarts. In de categorie: A smal step, but ...
 
Ook het idee van de arbeidsarts passeert de revue. Reumatologen staan daar positief tegenover. Maar op basis van een aantal heel opvallende aannames. Maar alhoewel positief gestemd, positionering zouden ze graag anders zien, namelijk in tweede lijn - als soort klinisch arbeidsgeneeskundige - light versie ?
 
Geinteresseerd ? Lees het artikel in Medisch Contact en vorm zelf uw mening.
 
 
De aftrap is genomen.
Benieuwd hoe dit dossier zich verder zal ontwikkelen

De Nieuwe Bedrijfsarts houdt U op de hoogte
Volg de Newsdesk



 
 
 

donderdag 22 september 2016

NVAB vestigt nu haar hoop op VWS - NVAB papers - up date donderdag 22 september 2016



Donderdag 22 september 2016
 
Medisch Contact vraagt elk jaar de voorzitters van de verschillende KNMG federatie partners - rond Prinsjesdag - te reageren op het staande en komend beleid. Zo ook dit jaar
 
In haar eerste reactie op nu lopende de begrotingsbehandelingen in de Tweede Kamer vestigt de NVAB nu vooral haar hoop op VWS.
 
'Wij zien in de beleidsagenda's een plus bij SZW en een min bij VWS , aldus NVAB voorzitter Jurriaan Penders.
 
Bovenstaande reactie sluit aan bij de nieuwe plannen rond deze - recent door KNMG en NVAB gelanceerde - arbeidsarts.  Zie eerdere berichten daarover op De Nieuwe Bedrijfsarts
 
In de visie van de KNMG en NVAB is het tijd voor een nieuwe dokter: de arbeidsarts. Het werkveld en takenpakket van de bedrijfsarts gaat op de schop.
 
De arbeidsarts moet vrij toegankelijk zijn voor iedereen die werkgerelateerde gezondheidsklachten heeft. Bezoek aan deze dokter is gratis, want betaald door overheid uit gelden uit het basispakket van de zorgverzekeringswet. Tenminste dat is het plan.
 
Een onevenwichtig, onvoldoend doordacht en onrijp plan.  Klinkt sympathiek, maar gaat niet werken. Maar dáár later meer over. Dan een uitgebreid overzicht van de plussen en de minnen.
 
De gehele reactie is te bekijken via Medisch Contact TV
 
 
 
 
 
                                           video image

woensdag 21 september 2016

De NVAB papers - up date 21 september : de arbeidsarts in de spotlights - bericht Trouw én NVAB leden omarmen het KNMG rapport

De NVAB papers - de up date:
 
 
                                         
        
 
 
1. Vrijdag 16 september:

KNMG rapport Zorg die werkt - versie juni 2016 is nu publiekelijk beschikbaar - vrijdag 16 september 2016
 
Eind vorige week is het KNMG rapport Zorg die werkt - dan uiteindelijk toch nog  - publiekelijk beschikbaar gekomen.
 
Eindelijk, want alhoewel er al het nodige over gezegd én geschreven is ontbrak het tot u toe aan 'hard materiaal' bijvoorbeeld in de vorm van een rapport. Dat maakte het praten erover niet gemakkelijker.

Wel waren er de gelekte stukken uit najaar 2015 - de zogenaamde NVAB papers - beschikbaar maar niemand van de makers bleek /wenste daarop aanspreekbaar te zijn.

Dus moest iedereen het in deze discussie het doen met de volgende vier bouwstenen die wel bekend waren:
 
 
 
                                           
 
 
a. Presentatie van prof.van der Wal  - werkgroep voorzitter - op de NVAB BG dagen in juni van dit jaar.
 
 
b. Het artikel van Henk Maassen - Medisch Contact met de bijpassende titel: Bij de arbeidsarts kan iedereen terecht.
 
 
c. De visie van de NVAB op de arbeidsgerichte medische zorg
 
De NVAB benadrukte in haar reactie dat het niet om een stelselwijziging zou gaan, maar dat de nieuwe dokter - de arbeidsarts - moet worden gezien als 'een extra toevoeging'. In de visie van het NVAB bestuur is de arbeidsarts 'gewoon een bedrijfsarts  ', maar 'dan anders gepositioneerd' 
 
Verwezen wordt naar:
 
 
                               
 
 
 
d. Blog Medisch Contact: Gaat de bedrijfsarts dan toch nog op de schop ?
 
 


Dit alles bleek veel vragen op te roepen die tot nu toe onbeantwoord bleven.
KNMG als NVAB hulde zich - tot nu toe echter -  in een groot stilzwijgen.
 
Nu het rapport van de KNMG werkgroep van der Wal wel publiekelijk beschikbaar is,
kan een ieder zijn eigen mening vormen op basis van hard materiaal.

 
Nog niet gelezen, maar wel geïnteresseerd.
Vraag exemplaar aan en mail naar : a5.algra.advies@euronet.nl
 
 
 
2. Maandag 19 september 2016

NVAB leden enthousiast over KNMG plan en omarmen concept van de arbeidsarts - maandag 19 september - NVAB ledenraadpleging
 
Eergisteren werden de leden van de NVAB bijgepraat door het NVAB bestuur over de plannen van de KNMG werkgroep. Al eerder (april 2016) had het NVAB bestuur zelf op hoofdlijnen ingestemd met het rapport.
 
De leden bleken enthousiast over het rapport en omarmen het concept van de arbeidsarts - aldus de korte terugkoppeling op de NVAB site.

https://www.nvab-online.nl/actueel/nieuws/nvab-ledenbijeenkomst-over-fundamenten-en-vernieuwing
 
                                     
 
 
 
 
 
3. Woensdag 21 september 2016

De arbeidsarts in de spotlights - inzichtgevend artikel in Trouw - woensdag 21 september 2016
 
Dagblad Trouw pikte het bericht op en publiceert vandaag een inzichtgevend artikel onder kop Nieuwe arts zet arbeid centraal in spreekkamer.
 
De ideeën van de KNMG werkgroep Zorg die werkt worden helder en puntsgewijs onder het voetlicht gebracht.
 
De kern:
* het is tijd voor een nieuwe dokter - de arbeidsarts
* deze dokter is/wordt vrij toegankelijk voor iedereen met een werkgerelateerde vraag, zoals zpp-ers , schoolverlaters, mantelzorgers, gepensioneerden, werklozen, werkzoekenden, stagiaires ...
* bezoek is gratis
* wordt betaald door overheid
* via zorgverzekeringswet
 
 Zie Trouw van vandaag of kijk op Blendle voor het gehele artikel

http://www.trouw.nl/tr/nl/15/article/search.dhtml
 
 4. Hoe nu verder ?
Blijf de Newsdesk volgen.
 
Is dit goed plan ?
Wat zijn de plussen, wat de minnen, welke vragen nog niet beantwoord, wat lost het eigenlijk op, welk probleem speelde er ook al weer ? Wat nu ?
 
Zomaar wat vragen die opborrelen. Dat er iets gebeuren moet kan blijken uit zomaar wat cijfers uit zomaar een onderzoekje, maar wellicht niet ver bezijden de werkelijkheid van alledag en dus....
 
De Newsdesk houdt U op de hoogte
 
 
 
Cijfers uit zomaar onderzoekje - voor wat het waard is. Maar geeft wel te denkenAfbeeldingsresultaat voor arbeidsarts
 
 
 
 

vrijdag 16 september 2016

De NVAB papers: de laatste versie is uit en nu publiek beschikbaar - Gaat de bedrijfsarts dan toch nog op de schop ?

Bericht van de Newsdesk De Werkplaats

1. De NVAB papers - nieuwe versie publiek beschikbaar

Er is een nieuwe versie van het KNMG rapport 'Zorg die werkt'- rapport van der Wal - publiek beschikbaar.

Dit rapport kan - met gerust hart - als game changer gezien worden
Als het aan de KNMG/NVAB ligt gaat het werkveld van de bedrijfsarts namelijk definitief op de schop.Niet meteen natuurlijk, maar plakjes gewijs. Na wat experimenten en evaluaties.
Rustig even wennen aan nieuwe situatie.
Een salami aanpak dus.
Onder het mom van: alles blijft in ontwikkeling

2. Vorige gelekte versie ging viral

De laatst bekende versie - de versie uit sept/okt 2015 - ging viral
en gaf aanleiding tot veel onrust. Niet vreemd, gezien de vergaande plannen die worden geïntroduceerd en de massa vragen die onbeantwoord bleven.

NVAB en KNMG probeerden de zaak te 'downseizen' met one liners als:
* het is louter concept versie,
* is nog onderwerp van intern beraad
* alles is in ontwikkeling

'Alles zal reg kom', heb vertrouwen' was het adagium.

3. Laatste versie - biedt helderheid, zoals verwacht - de arbeidsarts komt er echt aan !

In de kern komt het erop neer dat het takenpakket en werkveld van de bedrijfsarts op de schop gaat,
Zoals al eerder voorspeld, maar door NVAB voorzitter ontkent

Men leze: Gaat de bedrijfsarts dan toch op de schop ?
https://www.medischcontact.nl/opinie/blogs-columns/blog/gaat-de-bedrijfsarts-toch-nog-op-de-schop.htm

Nieuwe dokter wordt geïntroduceerd: de arbeidsarts (AA)
De AA wordt
* in de eerste lijn gesitueerd,
* valt binnen de financiering van de zorgverzekeringswet
* en wordt dus geheel publiekelijk gefinancieerd
Tenminste in de visie van de samenstellers/schrijvers van het rapport, waaronder de voorzitter van de NVAB.

Dit is allemaal behoorlijk kwestieus.


4. Ledenraadpleging op 19 september - waarover praten wij/zij ?

De leden van de NVAB worden op een extra ledenvergadering op 19 september bijgepraat en geraadpleegd
http://us2.campaign-archive2.com/?u=a5c28eae4a40cd9af818f9b06&id=a02c551ba1&e=0fdcbe81f1

Wat precies ter tafel komt is niet helder. Dat bleek bij eerdere navraag bij zowel KNMG als NVAB.  Dus: of deze conceptversie (uberhaupt) beschikbaar voor de leden is én ter tafel komt op deze avond -  is voor dit moment een groot vraagteken. De NVAB leden kunnen maar beter even hun mailbox checken.

Ter informatie - niet onbelangrijk:

Het NVAB bestuur blijkt - op hoofdlijnen - al in april van dit jaar met dit rapport te hebben ingestemd. 

In april al ? Dus nog voor de presentatie van van der Wal op de BG dagen dus ?
Maar: alles was toch nog in ontwikkeling - of lag het toch al meer vast dan voorgesteld ?
Merkwaardig toch. Dat roept meteen een aantal vragen op, zoals ....


5. Game changer ?

Dit rapport kan met gerust hart als game changer worden beschouwd
Dat is ook nadrukkelijk de bedoeling van zowel de KNMG als NVAB
Het werkveld en takenpakket van de (huidige) bedrijfsarts gaat -tenminste als het aan de KNMG/NVAB ligt -daarmee definitief op de schop


6. En hoe kijkt U daartegen aan ?
Lees het bijgaande rapport en oordeel zelf

7. Hoe gaat dit verder ? Geinteresseerd in de afloop ?
Newsdesk De Werkplaats zal nader verslag blijven van de laatste ontwikkelingen op de site van De Nieuwe Bedrijfsarts
http://denieuwebedrijfsarts.blogspot.nl/


8. Vindt U wellicht dat Uw collega dit ook zou moeten weten ?
Stuur deze mail dan door naar andere belangstellenden
Het gaat per slot van rekening om de eigen toekomst van de bedrijfsarts en ons vak

9. De grote makke

De grote makke van dit stuk is natuurlijk dat het 120% dokters oriented is.
Volgens principe: invented here
Geen buitenwereld in zicht.


10.Een viertal achtergrond stukken

a. Presentatie vd Wal op BG dagen
https://www.nvab-online.nl/sites/default/files/bg-dagen/Gerrit%20van%20der%20Wal%20-%20Zorg%20die%20werkt.pdf

b. bij de arbeidsarts kan iedereen terecht - artikel Medisch Contact
https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/Bij-arbeidsarts-kan-iedereen-terecht.htm

c. Visie NVAB
https://www.nvab-online.nl/actueel/nieuws/arbeidsgerichte-medisch-zorg-visie-ontwikkeling

d. Visie Dolf Algra - blog
Gaat de bedrijfsarts dan toch nog op de schop ?
https://www.medischcontact.nl/opinie/blogs-columns/blog/gaat-de-bedrijfsarts-toch-nog-op-de-schop.htm


Geinteresseerd in dit rapport ?
Vraag exemplaar aan !

Mail naar :  a5.algra.advies@euronet.nl 
 

donderdag 15 september 2016

Aanpassing Arbowet - een korte impressie over wat er op 7 september in de Tweede Kamer werd besproken

Bedrijfsarts en preventie centraal bij aanpassing Arbowet

 

bron: Tweede Kamer
 
 
 
7 september 2016, wetsvoorstel - Bij een wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet houdt minister Asscher (Sociale Zaken) de positie van de bedrijfsarts tegen het licht. Ook is er aandacht voor preventie, handhaving en toezicht.
              
De duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking verbeteren in een veranderende arbeidsmarkt. Dit wil Asscher bereiken met zijn voorstel om de Arbeidsomstandighedenwet aan te passen. Daarbij gaat het met name om de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij arbodienstverlening, preventie en de positie van de bedrijfsarts. Kerstens (PvdA) vindt de voorgestelde veranderingen een verbetering. Ook Heerma (CDA) en Van Weyenberg (D66) zijn op hoofdlijnen positief. Maar Schut (VVD) ziet vooral procedurele maatregelen, zoals instemming van de or bij aanstelling van een preventiemedewerker, die de arbozorg niet verbeteren. Ulenbelt (SP) noemt het wetsvoorstel een "lapmiddel": er moet veel meer gebeuren.

Rol van en toegang tot bedrijfsarts beter geregeld

De toegang van werknemers tot de bedrijfsarts en de onafhankelijkheid van die bedrijfsarts worden in de wet vastgelegd. Een belangrijke verandering, vindt Kerstens. Ulenbelt is blij met de herinvoering van het arbeidsomstandighedenspreekuur. Verder benadrukt hij, net als Van Weyenberg, het recht op een second opinion voor werknemers die het oneens zijn met hun bedrijfsarts. Schut denkt dat de kwaliteit van de bedrijfsgezondheidszorg pas echt omhooggaat als de samenwerking met huisartsen en specialisten verbetert. Nu de rol van bedrijfsartsen groter wordt, zijn er meer nodig, stelt Heerma vast. Hij pleit voor maatregelen om een tekort te voorkomen.

Melden van beroepsziekten is belangrijk voor preventie

Het lessen trekken uit beroepsziekten is belangrijk voor preventie in de toekomst. Daarom moeten werkgevers een meldingsplicht krijgen, betoogt Ulenbelt. Hiervoor krijgt hij bijval van Kerstens. Maar door privacyregels en het medisch beroepsgeheim weten werkgevers vaak helemaal niet dat een werknemer een beroepsziekte heeft, werpt Schut tegen. Dat is inderdaad een probleem, erkent Van Weyenberg. Hij spoort de minister daarom aan om het mogelijk te maken dat bedrijfsartsen geanonimiseerde informatie over beroepsziekten aan bedrijven verstrekken. Het is beter om de meldingsplicht bij de bedrijfsarts te laten liggen, antwoordt Asscher.
De Kamer stemt op 13 september over het wetsvoorstel en de ingediende moties.

Zie ook:

  • Het overzicht van de laatste debatten in het kort
  • De geredigeerde woordelijke verslagen van Kamervergaderingen (het stenogram). Deze zijn maximaal vier uur na het uitspreken beschikbaar.