maandag 15 juni 2015

De bedrijfsarts, de minister én een onbegaanbare weg , en nu .....

De bedrijfsarts, de minister én een onbegaanbare weg
 

Schaf de meldingsplicht beroepsziekte door bedrijfsarts af. Want de huidige NCvB-monitor beroepsziekte is als een kapotte thermometer: het geeft een uitslag, maar zegt niets. Dat was de boodschap van mijn vorige blog. Dat heeft tot de nodige ophef geleid.

 
Dagblad Trouw haalde een opvallende krent uit deze pap en opende afgelopen woensdag (10 juni 2015) met de kop op de voorpagina 'Helft bedrijfsartsen meldt beroepsziekten nooit'. Dat ging erin als koek.
                           

Kortstondige media-aandacht op internet (Nu.nl) en radio (NPO en BNR) was het gevolg. Interessant, maar levert het ook echt wat op? Kunnen zaken ten goede worden gekeerd? Want deze kwestie zit al tien jaar muurvast.

Minister Asscher van Sociale Zaken is echter vooralsnog niet van plan de huidige regeling aan te passen. Dat bleek recentelijk in een vergadering met de vaste Kamercommissie Sociale Zaken.

                                                                                                
Zijn argumentatielijn daarvoor is simpel: een beroepsziekte is iets medisch – het woord zegt het al. Neem daarbij het gegeven dat elk bedrijf zich deskundig moet laten bijstaan door een bedrijfsarts. Dus: één plus één is twee: bedrijfsarts meldt beroepsziekte. Bovendien: dit is allemaal al wettelijk zo geregeld. Dus: vooral niet te ingewikkeld over lopen doen.



Handig omzeilde Asscher daarmee de vraag of deze monitor nou wel of niet functioneert én wat de toegevoegde waarde ervan is. De vaste Kamercommissie van Sociale Zaken bleek geen weerwoord op deze redenering te hebben. Huidige tussenstand: de bedrijfsartsen worden geacht te blijven melden én de NCvB-monitor blijft in stand. Maar gaan de bedrijfsartsen dat ook doen?

Terug naar de monitor en de cijfers. Meten is weten, ja toch? Zeker als je EBM hoog in het vaandel hebt staan. Maar wat als er geen gerichte zoekstrategie wordt gebruikt en de meetlat (definitie van beroepsziekte) van elastiek blijkt te zijn? Wat meten én weten we dan?

Hoe betrouwbaar en valide zijn de gepresenteerde cijfers eigenlijk? En wat kun je ermee? En wordt het beoogde doel bereikt? Kan het de toets der (methodologische) kritiek doorstaan? Of is het typisch een Bonneuxtje?

                                

De huidige zoekstrategie is kort samen te vatten als: zoek bedrijfsarts, zoek! Zoek beroepsziekte! Geen structuur noch focus in te bekennen. De bedrijfsartsen lijken gewoon te wachten op wat er langskomt.

Dat blijkt ook uit de cijfers. Bouwartsen kijken vooral op PAGO/PMO (91%)-plekken en vinden vooral lawaaidoofheid (33%). Niet-bouwartsen zoeken op andere plekken (verzuim en open spreekuur: 92%) en vinden andere beroepsziekten.

Maar: ‘If you don't know where you are going, all roads lead to nowhere.’ (Henry Kissinger)



De monitor beroepsziekte is niet alleen kapot, maar is ook nog eens overbodig. Alle cijfers om preventiebeleid op landelijk, sectoraal en/of brancheniveau te ontwikkelen (doel van de monitor) zijn al lang en breed bekend. Neem ter illustratie de Arbobalans 2014. Wat wil je nog meer weten?

Opvallende terzijde: de NCvB-monitor wordt daar niet eens als bronmateriaal gebruikt (zie bladzijde 105)! En dat betekent ...

Zo doorgaan lijkt mij een onbegaanbare weg. Voor de minister, maar ook voor de bedrijfsartsen, die per direct met melden kunnen stoppen. Grondige herbezinning én groot onderhoud van het NCvB is nu eerst aan de orde.

Want: beroepsziekten moeten op de werkvloer worden aangepakt en opgelost, en niet in nota's en vergaderzaaltjes.


 
Dolf Algra
 
Voor de fijnproevers:
 
 
                                      
 

maandag 8 juni 2015

Beroepen spotten - niet alleen voor de bedrijfsarts leuke hobby ? Het gebeurt allemaal zo onder je neus

Het werk wordt lichamelijk steeds lichter, zeggen velen.

Is ook zo, maar toch: er blijft nog genoeg fysiek zwaar werk te signaleren. Tenminste als je goed oplet. Het is niet moeilijk: gewoon ‘beroepen kijken’ op straat. Vlak voor je neus.

 
 
 
 
 
Neem het traject van mijn woonhuis naar de kleuterschool van mijn zoontje. Geschatte afstand: 250 meter.

Als ik mijn deur, op nr. 40, dichttrek, stopt net de vuilniswagen met daarop een chauffeur en twee vuilnisophalers.
                                      

De schoonmaker van het kantoor naast ons snelt met de laatste vuilniszak naar buiten.

                                    
Bij nr. 28 is de straat opengebroken - riool- en grondwerkers zijn daar aan de slag.

                                    


Nog een ‘open gat’: aan de overkant, tussen nr. 29 en nr. 15, zijn kabelmonteurs van het energie/
kabelbedrijf bezig. De stratenmakers van Gemeentewerken dichten en egaliseren de gaten weer.

Ook binnenshuis wordt geklust. Er zijn bouwvakkers te zien in nr. 21. De schilder op nr. 12 heeft zijn ghettoblaster op vol gezet en is net begonnen met het afbranden van de kozijnen.

                                 


Op de hoek staat het busje van Nachtuil, het enige uitzendbureau voor nachtwerk. De nachtploeg - pijpfitters, elektromonteurs en lassers - drinkt een laatste bak koffie en gaat dan huis- en bedwaarts.

We steken over: de buschauffeur van de RET stopt galant, maar moet snel optrekken vanwege een in sneltreinvaart naderende politieauto (twee agenten) meteen gevolgd door een ambulance (chauffeur en ambulanceverpleegkundige).


                                            Afbeelding voor het nieuwsresultaat

We zwaaien naar onze overbuurman Gerrit, die ziekenverzorgende is. De peuterspeelzaal naast de kleuterschool start om 07.45 uur en de vijf leidsters zijn dus al in full swing.


En zo tellen we tijdens deze korte wandeling al snel achttien zware beroepen. En dan hebben we de schooljuf van mijn zoontje niet meegerekend. Maar die heeft psychisch zwaar werk. En zij is niet de enige.

maandag 1 juni 2015

Steeds meer flexwerkers

Sterke stijging flexwerkers in afgelopen tien jaar
Het aantal werknemers met een tijdelijk contract, ook wel aangeduid als flexwerkers, is in de afgelopen tien jaar sterk toegenomen van 15 procent in 2004 tot 22 procent in 2014.
            
Dat melden het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en TNO in een maandag gepubliceerd rapport over de dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt.
De stijging is in Nederland groter dan in de meeste andere Europese landen. Alleen Spanje en Portugal hebben een hoger aandeel flexwerkers als onderdeel van hun beroepsbevolking.
Binnen Nederland zijn grote regionale verschillen. Dat is volgens het onderzoek een gevolg van de verstedelijking, in grote steden is het aantal flexwerkers het grootst. Van de werknemers met een tijdelijk contract, heeft na drie jaar een derde een vaste arbeidsovereenkomst.


Flexwerkers

Flexwerkers
                                                             
 

Innovatie

Uit het onderzoek blijkt verder dat werknemers die meerdere banen combineren, voor meer afwisseling en persoonlijke ontwikkeling, tevredener, bevlogener en beter inzetbaar zijn dan werknemers met een baan.
Voor mensen die meerdere banen hebben omdat zij anders financieel niet rondkomen, geldt het tegenovergestelde. Bovendien lijdt deze groep werknemers sneller aan burn-outverschijnselen.
Het aantal werknemers met meerdere banen, in loondienst en/of als zzp'er, is de afgelopen tien jaar eveneens gestegen van 6 procent in 2004 tot 8 procent in het afgelopen jaar.
Volgens het onderzoek van het CBS en TNO zijn bedrijven met veel flexwerkers niet innovatiever dan bedrijven waar juist veel werknemers met vaste arbeidskrachten werken.
Bedrijven met veel flexwerkers zijn wel innovatiever als die goede toekomstperspectieven van hun werkgever krijgen en worden opgenomen in de bedrijfscultuur dan werkgevers die dit niet doen.


Kabinet

Het kabinet wil juist het aantal werknemers met een tijdelijk contract terugdringen. In het sociaal akkoord uit april 2013 zijn hier met de sociale partners afspraken over gemaakt. Flexwerkers  moeten sneller kunnen doorstromen naar een vast contract, zo moeten werkgevers na twee jaar in plaats van na drie jaar een vast contract aanbieden.
De versteviging van de positie van flexwerkers is vooral een eis van de vakbonden, zij zien in tijdelijke contracten een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden. De wet treedt op 1 juli aanstaande in werking.
Halbe Zijlstra, fractieleider van de VVD, liet zaterdag tijdens een congres van zijn partij weten dat de VVD zzp'ers ziet als een oplossing en niet als een probleem.
"Laten we eerlijk zijn, we moeten niet vaste contracten aantrekkelijker maken door het zzp-schap onaantrekkelijk te maken", aldus Zijlstra.

Schijnzelfstandigheid

Nederland kent op dit moment naar schatting een miljoen zelfstandigen. Een deel kiest vrijwillig voor deze vorm van ondernemerschap, maar er is ook een groep die valt onder zogenaamde schijnzelfstandigheid.
Dat is een verschijnsel dat mensen officieel door het leven gaan als zzp’er, maar in feite verkapt in dienst zijn bij een opdrachtgever. Er is dan meestal geen sprake van vrije keuze.

dinsdag 26 mei 2015

Schaf meldingsplicht beroepsziekte door bedrijfsarts af

Schaf meldingsplicht beroepsziekte door bedrijfsarts af .Want: het kan anders, beter.



                                   

Momenteel zijn bedrijfsartsen en arbodiensten wettelijk verplicht beroepsziekten te melden. Maar deze regeling werkt niet. Dat blijkt uit onderzoek, na onderzoek, na onderzoek. Ik heb ze hier allemaal voor me op het bureau liggen.
 
Toch durft niemand deze conclusie te trekken en dit hardop te zeggen. Te bang voor de implicaties ervan? Gezichtsverlies? Of gewoon toch te veel (eigen)belang bij handhaving van huidige situatie?
Lange lijstjes met belemmerende en bevorderende factoren zijn ook al jaren beschikbaar. Maar zonder tastbaar resultaat. Zo blijkt ook weer uit het meest recente onderzoek ‘Versterken melding beroepsziekten’ in opdracht van de Inspectie SZW.
 
Even wat cijfers: slechts 30 procent van de bedrijfsartsen meldt af en toe een beroepsziekte (70% dus niet) en 46 procent van alle bedrijfsartsen meldt nooit (!) een beroepsziekte en wordt getypeerd als chronische nulmelder. Grappige naam overigens.
 
Hoe hard wil je het hebben? Representatief zijn de cijfers ook al niet te noemen, aangezien het merendeel van de meldingen afkomstig is van een kleine selecte groep van bedrijfsartsen uit de bouw.
 
 
                                                   
 
De huidige monitor is als een kapotte thermometer: het geeft een uitslag maar zonder toegevoegde waarde. Elk jaar rapporteert het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCVB) keurig de uitkomsten in het zogenaamde ‘Beroepsziekten in cijfers’-rapport. De uitkomsten van de monitor zijn elk jaar grosso modo hetzelfde. Dus: volgend jaar kunt u een vergelijkbare uitslag tegemoet zien.
Maar alle goede bedoelingen ten spijt, doorgaan op deze weg heeft geen zin. Want de huidige regeling kent drie structurele tekortkomingen en is ‘ten principale’ niet werkbaar te maken. In de kern draait het om de vraag: wie meldt wat, aan wie en met welk doel?
 
Allereerst meldden de probleemeigenaren van de beroepsziekten (de werknemer/werkende én werkgever) niet zelf hun beroepsziekte (meer), want dit is via de huidige wettelijke regeling ‘uitbesteed’ aan de arbodienst en bedrijfsarts. Wie en waarom dit zo bedacht is, is helaas niet meer te achterhalen.

Daarnaast zijn er structurele problemen met de definitie van een beroepsziekte, zoals door het NCVB gehanteerd. Deze luidt: ‘een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden’. 

Maar ja: wat moet onder ‘in overwegende mate’ worden verstaan? Daar bestaat geen meetlat voor. Deze definitie is te breed en te inclusief geformuleerd en dus te vaag en te multi-interpretabel om in de praktijk onderscheidend genoeg te kunnen werken.
 
Laatste punt: bedrijfsartsen en arbodiensten zijn momenteel wettelijk verplicht beroepsziekten te melden, maar naleving is niet handhaafbaar aangezien sanctiemogelijkheid in de regelgeving (bewust?) ontbreekt. Een echte polderconstructie dus.
 
 
 
                                         
 
 
 
Het doel van het melden – preventie op de werkvloer – wordt zo niet gehaald. Maar het kan beter. De oplossing is even voor de hand liggend als simpel.

• Laat de probleemeigenaar van de beroepsziekte, te weten werkgever/werknemer/werkende zelf weer de beroepsziekte melden. Niet bij het NCVB, maar bij de Inspectie SZW. Vergelijkbaar met de huidige regeling Arbeidsongevallen. Net als vroeger.

• Gebruik een goed ‘discriminerende’ en limitatieve lijst met beroepsziekten zoals de Europese lijst.

• Innoveer het NCVB. Suggesties zijn al in overvloed gedaan. Zoals fact finding door objectief, representatief en periodiek dossieronderzoek (goed idee van de Oval).

• Afwikkeling van schade en compensatie: een achtergebleven terrein. Ook hier is al uitgebreid onderzoek naar gedaan (zie SER-advies: Stelsel voor gezond en veilig werken). Veel nuttige suggesties ter verbetering zijn naar voren gebracht

• En de bedrijfsarts? Die moet op de werkvloer aan de slag.

Dus: waarom doormodderen? Er is werk aan de winkel!


 
 
 

 
 
Voor de fijnproevers:

SZW internet consultatie wijzigingen Arbowet - De visie van Dat Kan Anders - deel twee - overdenkingen over de positie van de bedrijfsarts


Datum             : Zaterdag 23 mei 2015

Betreft             : Reactie op verzoek tot internet consultatie

onderwerp      : Versterking Arbodienstverlening zoals voorgesteld middels

                          wijzigingen in de Arbowet

                                                

Ter aanvulling: aantal korte overdenkingen/opmerkingen over de discussie over positie van de bedrijfsarts



 
Onderstaand ter aanvulling van eerder verzonden commentaar een aantal overdenkingen bij de positie bedrijfsarts: Uitgaan van feiten in plaats van meningen en percepties.

Al langer worden er 'zorgen' geuit over de positie en onafhankelijkheid van de bedrijfsarts. In het recente SER advies Beter Zorg voor Werkenden worden deze wederom breed uitgemeten. Ook in de kabinets brief van  28 januari 2015 wordt dit aspect aangestipt.  Dat Kan Anders bedrijfsartsen heeft de behoefte deze zorgen te nuanceren.

 

Wat opvalt is dat eerder meningen en percepties dan de harde feiten de overhand voeren in deze discussie. In de opinie van Dat Kan Anders wordt door bepaalde partijen de positie van de bedrijfsarts bewust 'geproblematiseerd', dit vanuit geheel andere motieven en overwegingen dan op feitelijk onderbouwde probleem situaties.

 

De bedrijfsarts wordt zodoende 'willens en wetens ' doelbewust onderdeel gemaakt van het 'grote sociale conflict' tussen werkgever en werknemer.

 

Expliciet moet hierbij de rol van de vakbond FNV  worden benoemd, die een 'ware kruistocht' tegen de positie van de bedrijfsarts voert, zoals recentelijk helder werd verwoord in de brief van de FNV( dd 3 maart j.l.) aan de vaste Kamer commissie van SZW .

 

 

Maar keer op keer blijkt uit onderzoek dat het rapportcijfers voor de bedrijfsarts en de arbodienstverleners-  zowel door werknemers als werkgevers - een ruime voldoende is. Ook op onafhankelijkheid, integriteit en professionaliteit.

 

Verwezen wordt naar het Astri onderzoek naar de positie van de bedrijfsarts (2011) en vervolgonderzoeken naar de tevredenheid van arbodienstverlening door het Gfk in opdracht van de branche vereniging van arbodiensten Oval.

 

Na dertig jaar praktijkervaring zeg ik: bedrijfsarts is een mooi, maar ook 'lastig en listig' vak. If you can't stand the heat don't enter the kitchen - dus niet voor watjes

 

Laat onverlet en ook afrondend: laat de cijfers en feiten spreken in plaats van meningen en percepties.

 

Van de bedrijfsartsen kan én mag verwacht worden dat zij zich in een wir-war aan meningen en belangen kunnen handhaven en hun werk op professionele wijze uitoefenen.

 

                                                  

 

Relevante verwijzingen
               


 1. Astri onderzoek naar positie van de bedrijfsarts - 2011

zie link: http://www.astri.nl/projecten/thema-1/onderzoek-naar-de-positie-van-de-bedrijfsarts/

2.  Tevredenheidsonderzoek arbodienstverlening Gfk

http://www.oval.nl/nieuwscentrum/nieuws/2284-nieuw-clienttevredenheidsonderzoek-arbodiensten

3. blog de poetin aanpak
 

http://medischcontact.artsennet.nl/Opinie/Blogs/Dolf-Algra/Bericht-Dolf-Algra/146585/Poetinaanpak-Dolf-Algra.htm.

4. blog de geheime liefde tussen de nvab en de fnv

http://medischcontact.artsennet.nl/Opinie/Blogs/Dolf-Algra/Bericht-Dolf-Algra/145201/De-geheime-liefde-van-de-NVAB-voor-de-FNV-Dolf-Algra.htm

5. de brief van de FNV -  dd 2 maart 2015 - naar vaste kamer commissie SZW is , alhoewel openbaar-  voor zover nu bekend - niet via internet bereikbaar.   
 
 

SZW internet consultatie wijzigingen Arbowet - De visie van Dat Kan Anders


Datum             : Vrijdag 22 mei 2015

Betreft             : Reactie op verzoek tot internet consultatie

onderwerp      : Versterking Arbodienstverlening zoals voorgesteld middels

                          wijzigingen in de Arbowet

 

1.      Directe aanleiding

 

Directe aanleiding tot dit korte commentaar van Dat Kan Anders - bedrijfsartsen is de mogelijkheid tot (internet) consultatie,  zoals geboden door Ministerie van Sociale Zaken -  gepubliceerd op 28 april 2015 - mbt versterken van de arbodienstverlening. Het commentaar is kort en puntsgewijs geformuleerd.

 

 

2.      Commentaar op hoofdlijnen: welkome aanvulling

 

In hoofdlijnen zijn de voorgestelde wijzigingsvoorstellen voor de Arbowet als een verbetering aan te merken. Een welkome aanvulling op staand beleid. De voorstellen zijn in lijn met én een nadere uitwerking van de kabinetsreactie op het SER advies Betere zorg voor Werkenden zoals verwoord in haar brief dd 28 januari 2015 over Toekomst Arbeidsgerelateerde zorg.

 

 

3.      Achteruitkijkend: nog een korte reactie en waardering van de kabinetsbrief Toekomst Arbeidsgerelateerde Zorg

 

Het kabinet constateert - in haar brief Toekomst Arbeidsgerelateerde Zorg van 28 januari 2015 - dat het de SER niet gelukt is om tot een unaniem en breed gedragen advies over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg te komen.

 

Het kabinet trekt daaruit de conclusie dat zij  'onder deze omstandigheid geen breed draagvlak voor een stelsel wijziging ziet'.

 

Een terechte conclusie. Want het stelsel functioneert in de kern naar behoren redelijk. Dat blijkt ook uit een veelheid van rapportages en beleidsevaluatie op vrijwel elk relevant beleidsterrein. Over all eindcijfer: zes plus ? Er zijn/waren dan ook geen  houtsnijdende argumenten voor grote stelselwijzigingen. Daarmee beëindigde het kabinet ook per direct deze al twee jaar voortmodderende discussie.

 

Dat Kan Anders  is altijd voorstander geweest van een scenario één- plus - om het in KPMG Plexus termen te verwoorden. Dat houdt in: aanpassingen en verbeteringen moeten binnen het raamwerk van het huidige - redelijk goed functionerende - stelsel gezocht worden.

 

Achteraf moet worden geconstateerd dat het SER advies niet alleen een verdeeld, maar vooral ook een onrijp, niet uitgebalanceerd, weinig realistische advies zonder enige financiële onderbouwing is. Het had een te hoog tekentafel gehalte. Een gemiste kans van de polder.

 

Het kabinet besloot daarop het ' vooral praktisch' te houden middels een aantal concrete maatregelen die de dienstverlening in de bedrijfsgezondheidszorg en de reguliere zorg moeten verbeteren en waarbij - heel belangrijk - de werkgever de regie over het verzuim en arbo beleid behoudt. Een terechte en juiste beleidskeuze in de opinie van Dat Kan Anders.

                                                  

 

4.      Aangekondigde beleidskeuzes van het kabinet: meer aandacht voor eigen regie en maatwerk

 

Het kabinet richt zich in haar nieuwe beleid op de volgende vier speerpunten, zo valt te lezen in haar wijzigingsvoorstellen:

·         betere arbodienstverlening door meer betrokkenheid van werknemers

·         meer preventie op het werk

·         het vastleggen  van een basiscontract voor professionele arbodienstverlening en meer bescherming voor de werknemer

·         betere zorg voor werknemers door goede samenwerking  tussen de reguliere gezondheidszorg en bedrijfsgezondheidszorg

 

In de brief van 28 januari 2015 heeft het kabinet de bovenstaande speerpunten nader uitgewerkt tot de volgende voornemens voor wetswijziging:

·         versterking van de positie van de preventiemedewerker en samenwerking met

            arbodienstverleners;

·         verduidelijken van de adviserende rol van de bedrijfsarts;

·         het kunnen consulteren van de bedrijfsarts;

·         ruimte voor professionele beroepsuitoefening door bedrijfsarts en andere

            arbodienstverleners met taken uit de arboregelgeving;

·         het basiscontract arbodienstverlening;

·         meer mogelijkheden voor handhaving op bovenstaande onderwerpen, en toezicht

 

In zijn algemeenheid een welkome aanvulling op staand beleid.

 

Het kabinet verwacht daarbij van het werkveld een grote mate van 'zelfredzaamheid' en roept op om ' niet af te wachten en zelf voortvarend aan de slag te gaan'. Met de buzz-woorden: eigen regie en maatwerk. Of om Kennedy te parafraseren: vraag niet aan de overheid wat zij voor U kan doen, maar wat U voor haar (en vooral uw eigen bedrijf/dienst kan doen). Gewoon: aan de slag dus.


Uit  haar brief van 28 januari 2015 over Toekomst Arbeidsgerelateerde zorg valt een concrete route kaart/beleidsagenda voor de korte termijn te distelleren.

 

De branche organisatie van arbodiensten Oval maakte een inzichtelijk samenvatting van de belangrijkste punten (zie link: http://www.oval.nl/nieuwscentrum/nieuws/2368-belangrijkste-punten-reactie-kabinet-op-ser-advies-toekomst-arbeidsgerelateerde-zorg)

 
                                            
 

5.      Overblijvende losse eindjes: de second opinion en melding beroepziekten

 

§  De  mogelijkheid van second opinion: een overbodige zaak.

 

In de kabinetsbrief van 28 januari 2015 wordt  'bijna terloops' de extra mogelijkheid van een second opinion aangedragen.  Op de website van het Ministerie van Sociale Zaken wordt echter deze optie publicitair breed uitgemeten.

 

De optie tot second opinion wordt in een bijzin zonder nader uitwerking slechts aangestipt, terwijl anderzijds wel expliciet gesteld wordt gemeld dat het ' hier niet de  'second opinion' (deskundigenoordeel)  van het UWV' wordt bedoeld. ( zie bladzijde 6 van de brief - annotatie 16)

 

Vraag blijft dus over waarover deze nieuwe optie wel zou moeten gaan en wat de meerwaarde hiervan is. Deze optie heeft dan ook in het werkveld tot veel onduidelijkheid, discussie en verwarring geleid.

 

In de visie van Dat Kan Anders is het creëren van deze extra mogelijkheid tot second opinion een overbodige zaak, aangezien er nu al voldoende/afdoende mogelijkheden zijn verschillen van inzicht uit praten en te slechten. De meerwaarde lijkt (zeer) gering. Het zou juist wellicht contra productief kunnen uitpakken.

 
 

Meldingsprocedure beroepsziekten: een andere aanpak is noodzakelijk.

 

Momenteel zijn bedrijfsartsen en arbodiensten wettelijk verplicht beroepsziekten te melden. Deze regeling blijkt niet te werken. Dat blijkt uit onderzoek, na onderzoek, na onderzoek.

 

Lange lijstjes met belemmerende en bevorderende factoren zijn al jaren beschikbaar. Maar zonder concreet tastbaar resultaat. Zoals ook weer recentelijk is gebleken uit het handhavings onderzoek van de Inspectie SZW Versterken Melden Beroepsziekten.

 

De huidige regeling/monitor is als een kapotte thermometer: er is elk jaar een uitslag (het zogenaamde BIC rapport), maar de uitslag is volledig voorspelbaar en heeft dus geen toegevoegde waarde meer.

 

Maar in de kern komt het erop neer dat deze regeling 'ten principale' ook niet werkbaar te maken is. De opzet van de huidige regeling kent namelijk een aantal basale structurele tekortkomingen, zoals:

 

§  Probleemhouder/eigenaar van een beroepsziekte meldt nu niet zelf.

 

De  probleemeigenaren van de beroepsziekten zijn de werkende en werkgever. Deze probleemeigenaren meldden nu zelf niet (meer), want is het melden van beroepsziekten 'uitbesteed' aan de arbodienst en bedrijfsarts.

 

§  Wettelijke regeling zonder sancties

 

Momenteel zijn arbodiensten (sinds 1993) en bedrijfsartsen (sinds 2005) wettelijk verplicht beroepsziekten te melden. Naleving daarvan is 'vrijblijvend' , aangezien sanctiemogelijkheden in de regelgeving ontbreken.

 

§  Definitie beroepsziekte: is niet discriminerend/onderscheidend genoeg

 

De NCVB definitie van een beroepsziekte is simpel en luidt: 'een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaats gevonden'

 

Deze definitie is te breed en te inclusief geformuleerd en dus te vaag en te multi interpretabel om in de praktijk 'discriminerend/onderscheidend' genoeg te kunnen werken.

                                       

De oplossing: verander juridisch en institutioneel kader

 

De oplossing is niet ingewikkeld.

 

1. Verander meldingsprocedure

 

Probleemeigenaar van de  beroepsziekte, te weten werkgever/werknemer/werkende meldden zelf beroepsziekte. Niet bij het NCVB, maar bij de Inspectie Szw. Vergelijkbaar aan de huidige regeling Arbeidsongevallen

 

2. Innoveer de monitor beroepsziekte bij het NCVB

 

Het NCVB is nu teveel old school. Innoveer. De bezem er door. Suggesties zijn er in overvloed al gedaan. Zoals door de Oval: fact finding door objectief, representatief en periodiek dossieronderzoek.

 
 
 

3.  Schade en compensatie - innoveer ook hier

 

Een achtergebleven terrein. Ook hier is al uitgebreid onderzoek naar gedaan ( zie SER advies - Stelsel veilig en gezond werken ). Veel nuttige suggesties ter verbetering zijn naar voren gebracht

 

Verwijzingen

 

1. Dat Kan Anders

http://denieuwebedrijfsarts.blogspot.nl/2014/10/nieuwe-beroepsorganisatie-voor-de.html

 

2. link naar internet consultatie

https://www.internetconsultatie.nl/versterken_arbodienstverlening

 

3.  Nieuw Ser plan zet bedrijfsgezondheidszorg op zijn kop

 

http://medischcontact.artsennet.nl/Opinie/Blogs/Dolf-Algra/Bericht-Dolf-Algra/144939/Nieuw-SERplan-zet-bedrijfsgezondheidszorg-op-zijn-kop-Dolf-Algra.htm

 

4. SER advies - geen chocola van te maken

 

http://medischcontact.artsennet.nl/Opinie/Blogs/Dolf-Algra/Bericht-Dolf-Algra/146306/SERadvies-geen-chocola-van-te-maken-Dolf-Algra.htm

                       

5.  Over het verplicht melden van beroepsziekten

 

http://denieuwebedrijfsarts.blogspot.nl/2013/12/over-het-verplicht-melden-van.html

 

 

6. Ecorys onderzoek beroepsziekten

 

http://www.consultancy.nl/nieuws/ecorys-management-van-beroepsziekten-kan-beter

 

 

7. Beroepsziekten in Cijfers - BIC rapport - NCVB

 

http://beroepsziekten.nl/beroepsziekten-cijfers-2014-en-arbobalans

 

8. Inspectie SZW rapport Versterken melden beroepsziekten

 

http://www.denederlandsegrondwet.nl/9353000/1/j9vvihlf299q0sr/vjm27bcxihv2?ctx=vii1dqsa6yzs

 

9. Oval voorstel:

 

https://www.maetisardyn.nl/sites/default/files/nieuws/downloads/statement_oval_beroepsziekten_definitief.pdf

 

 


9.   Melden van arbeidsongeval

 

http://www.inspectieszw.nl/contact/arbeidsongeval_melden/

 

 

10. Ser advies stelsel gezond en veilig werken

 

 https://www.ser.nl/nl/publicaties/adviezen/2010-2019/2012/stelsel-gezond-en-veilig-werken.aspx

 

donderdag 21 mei 2015

Discussie over loondoorbetaling bij ziekte - tussenstand bij aanvang


Kamer dubt over loondoorbetaling bij ziekte

 
Onderstaand een aardige korte samenvatting van de politieke standpunten bij aanvang van het debat vandaag ( 21 mei 2015) in de Tweede Kamer van de vaste kamer commissie SZW zoals gepubliceerd op Nu nl
 
Wat altijd weer opvalt is het ontbreken van bijsluiters bij dit soort voorstellen. Dus wat zijn de plussen en de minnen op basis van dieper inzicht in de werking van het stelsel. 

Neem bijvoorbeeld het VVD voorstel om van het huidige 'risque social' naar een 'risque professional' stelsel over te stappen. Wat zijn daar de implicaties eigenlijk van ? Is daar afdoend diep over door gedacht ?
 
Wel aardig voor de verzekeraars natuurlijk, want die krijgen 'zomaar' een geweldig grote markt aangeboden. Maar hoe pakt het in de praktijk uit ? Op bedrijven en medewerkersniveau ? Want: the devil is toch in the detail
 
Ach, zo kun je met gemak wel twintig cruciale vragen stellen cq bedenken. Toch verstandig omdat  allemaal van te voren te doen. Toch ?
 
 
 

 

 

De Tweede Kamer wil dat werkgevers minder huiverig zijn om mensen in dienst te nemen en daarom moet de verplichting om twee jaar loon door te betalen tegen het licht gehouden worden.

Met name mkb'ers kunnen in de problemen komen als zij werknemers verplicht twee jaar moeten doorbetalen en daarnaast ook weer een nieuwe medewerker moeten betalen.

Het CPB becijferde echter dat de verplichting beperken tot een jaar de overheid 800 miljoen euro kost, omdat mensen meer gebruik zullen maken van overheidsvangnetten.

De VVD stelt daarom voor om de verantwoordelijkheid te verschuiven van werkgever naar werknemer. Kamerlid Anoushka Schut-Welkzijn wil dat werkgevers alleen nog moeten doorbetalen als de ziekte via het werk is veroorzaakt.

Werknemers mogen vervolgens zelf kiezen hoe ze zich voor doorbetaling bij ziekte verzekeren. Volgens haar betekent dit niet dat werknemers extra belast worden, omdat ze in dit nieuwe systeem zelf meer over zullen houden om te besteden.

Noodzakelijk

Volgens Schut behoort Nederland qua ziekteverzuim tot de top van Europa en is het daarom noodzakelijk om mensen zelf meer verantwoordelijkheid te geven.

De PvdA wil op haar beurt dat minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) met een plan komt om kleine ondernemers te ondersteunen die geconfronteerd worden met loondoorbetaling bij ziekte. "Zonder dat dat ten koste gaat van inkomenszekerheid,  werkgelegenheid of re-integratiemogelijkheden voor de werknemer", aldus Kamerlid Grace Tanamal.

Ook CDA-Kamerlid Pieter Heerma wil dat er snel een oplossing komt voor de kleine werkgevers.

Steven van Weyenberg (D66) deelt de zorgen, maar vindt ook dat werkgevers in de spiegel moeten kijken. "Ze klagen over hoge lasten maar in 80 procent van de cao's ligt loondoorbetaling boven de 170 procent van het inkomen in de eerste twee jaar die sociaal partners en kabinet ooit als maximum hebben afgesproken."

Moeite

Uit onderzoek van Asscher bleek dat 45 procent moeite heeft met de lange doorbetaling bij ziekte. Premier Mark Rutte erkende al eerder dat hoge lasten en regels een rem zetten op ondernemerschap. 

Donderdagmiddag debatteert de Kamer met Asscher over loondoorbetaling bij ziekte.

 bron:
 

NU nl:
Gepubliceerd: 21 mei 2015 06:3521-05-15 06:35Laatste update: 21 mei 2015 08:5421-05-15 08:54