donderdag 14 februari 2013

Beter den wapenrok aangegord ... ?


Over grenzen trekken en nee leren zeggen

Medisch Contact publiceerde een week of wat geleden een vriendelijk en een bijna lichtvoetig interview met Jurriaan Penders, de nieuwe voorzitter van de NVAB (MC 4/2013: 200).

Toch kan de nieuwe voorzitter maar beter zijn borst nat maken en zijn wapenrok aantrekken, want hij en zijn leden gaan zware tijden tegemoet.




Grote arbodiensten lopen op dit moment krakend vast, klanten overwegen andere oplossingen, het schuurt tussen managers en professionals, en bedrijfsartsen komen de spreekkamer bijna niet meer uit.

De NVAB hoopt met haar tien nieuwe kernwaarden het onheil – dat zij in een gelegenheidscombinatie met de FNV deels over zichzelf heeft afgeroepen – weer in te dammen. Maar ja, papier is vooral geduldig. De eerdere beroepscode en het beroepsstatuut zijn ook papieren tijgers gebleken.

Dus: wanneer trekt de NVAB als beroepsvereniging een echte grens? Bij een contract met 15-minuten-spreekuur voor de bedrijfsarts of moeten we wachten tot het een 10-minuten-spreekuurtje wordt?






En: wanneer legt die individuele bedrijfsarts de bal op de stip? Wanneer neemt hij de klant én zichzelf én zijn eigen vak serieus (genoeg) en zegt tot hier en niet verder? Want: wat was de bedoeling van ons handelen ook al weer?







De NVAB en haar leden blijven maar hopen en geloven in hulp van buiten (de overheid, de zorg, de branches, vakbonden). De realiteit is: de bedrijfsartsen zullen vooral zichzelf moeten leren redden, en daar word je sterk van.

vrijdag 8 februari 2013

NVAB strategie op dood spoor ? Terug naar de bedoeling !

Hoe moet de NVAB nu verder ?

De aanleiding: ankeiler - dreigend tekort aan bedrijfsartsen

NVAB voorzitter Jurriaan Penders startte begin januari de discussie over het dreigende tekort van bedrijfsartsen. Hij haalde daarbij ruim het nieuws. Een goede start van het nieuwe jaar voor de NVAB. Lees de NVAB nieuwsbrief daarover. Penders maakte indruk in een uitgebreid interview met Medisch Contact met de titel: Er bestaat huiver om bedrijfsarts te worden

Het vervolg: kamervragen

Door deze goed geregisseerde actie werd het eerste hoofddoel - kamervragen laten stellen en het probleem op de politiek agenda zien te krijgen - bereikt. Dit keer was het niet de SP ( Paul Ulenbelt) maar Linda Voortman van Groen Links die de zaak opstartte. Omdat de PvdA met de kopstukken Asscher en Kleinsma op het Ministerie van Sociale Zaken nu de scepter zwaaien, in combinatie met de politieke afspraak tussen VVD en PvdA ieder zijn eigen toko en werkveld per ministerie, lagen er goede kansen in het verschiet om een vinger achter de deur te krijgen cq een doorbraak te forceren.

De beantwoording: een zeer koude douche

Drie dagen geleden ( 5 febr2013) volgde de beantwoording en deze valt desastreus voor de NVAB strategie uit. In slechts vier pagina's beantwoording is de NVAB terug bij af en is inwezen buitenspel gezet. Op bijna alle punten ( opleiding, dreigend tekort, gewenste actie ) krijgt de NVAB nul op het rekest. Advies: lees de beantwoording zorgvuldig en laat het even op zijn implicaties doorwerken. Heel hard oeps, dus.

Het nieuws - de kop:  werknemer niet gezonder door bedrijfsarts

Henk Maassen - even oplettend als altijd - van Medisch Contact maakte de beantwoording wereldkundig en Medisch Contact kopte het nieuws als Werknemer niet gezonder door bedrijfsarts  . Een heel opvallende kop die meteen effect resorteerde met een aantal reacties.

De NVAB reactie: diepe teleurstelling

De NVAB reageerde onthutst en is diep teleurgesteld: de werknemer kan niet zonder bedrijfsarts. De ontgoocheling is van het papier te ruiken. Jarenlange inspanningen worden met slechts enkele pennestreken te niet gedaan.

Njet, njet, njet
Het politieke antwoord op de NVAB wensen en voorstellen is heel kort samen te vatten : njet, njet, njet.

Anders kijken, anders reageren

Toch kun je anders tegen dezelfde realiteit aankijken. Elk nadeel heb zijn voordeel zei de jonge Cruijff altijd al. Neem het heft in eigen hand en vertrouw op eigen kunnen.

Eerste reactie van De Nieuwe Bedrijfsarts (DNB) ( in Medisch Contact)

1. Het kan ook anders 

Terechte kanttekeningen van Minister Schippers: de bedrijfsarts moeten zelf 'het' verschil maken. Elke dag weer. Is niet erg, is juist goed.

De bedrijfsarts is de laatste tijd niet zo positief in het nieuws. Vragen spelen er over oa onafhankelijkheid, toegankelijkheid, en dreigende tekorten. In mijn opinie worden veel zaken (bewust? ) behoorlijk geproblematiseerd en andere blijven juist onderbelicht.

Gaat het echt zo slecht ? Nee. Is er een noodzaak tot systeemwijzigingen? Nee. Moet de bedrijfsarts de zorg in ? Nee: de bedrijfsarts moet juist de zorg uit en het bedrijf- zijn/haar natuurlijke habitat namelijk - in. Is sociaal medische begeleiding en advies verzekerde zorg ? Nee: daarmee vergroot je het gevaar voor medicalisering van persoonlijke en maatschappelijke problemen.

Heeft iedere werkende 'recht' op een bedrijfsarts ? Nee: dat is aan het verkeerde eind van het touw trekken. De bedrijfsarts zal elke dag weer duidelijk moeten maken wat zijn of haar eigen toegevoegde waarde is - in het spreekuur, bij het sociaal medisch overleg, bij de veiligheidskeuring of in het advies. Is niet erg, is namelijk professioneel.

In grote lijnen deel ik dan ook de visie van Minister Schippers. Schippers legt naar mijn opinie dan terecht ook de vinger op de zere plek: werkenden en hun organisaties ( ik schrijf hier bewust geen werknemer en werkgever) zijn inderdaad primair zelf verantwoordelijk.

En de bedrijfsarts zal zelf 'het' verschil moeten maken. Persoonlijk vind ik het geen gemakkelijk, maar wel erg mooi vak

Bedrijfsartsen zullen moeten leren zichzelf te redden in plaats van 'hulp van buiten ( overheid, directies arbodiensten, sociale partners, vakbonden, ...) af te wachten.

Het kan (veel) beter, met minder bedrijfsartsen door slimmer en vooral anders te werken. Geinteresseerd hoe het anders kan ? Google eens het Manifest van De Nieuwe Bedrijfsarts


2. Tweede reactie DNB: Terug naar de bedoeling: maak zelf het verschil

Bedrijfsartsen moeten leren zichzelf te redden in plaats hun hoop te vestigen op hulp van buiten zoals de overheid. Daar ben je per slot van rekening professional voor (met minimaal 10 jarige academische opleiding). Anders gesteld: If live sucks, deal with it.

Ik heb voor mezelf de volgende spelregels ontworpen

1. Zeg nee bij verkeerde randvoorwaarden - elke dienstverlening staat en valt bij de juiste randvoorwaarden. Trek een grens en zeg nee, indien het niet werkbaar is. De tien kernwaarden van de bedrijfsarts kunnen zowel als kapstok of anders als exit strategie gehanteerd worden. Neem je zelf dus vooral serieus en maak er werk van.

2. Bewaak actief je onafhankelijke positie: codes, statuten, afspraken: het is allemaal mooi, maar vooral papier. Het begint altijd bij jezelf. Wat je vooral nodig hebt, is een rechte rug en sterke knieën. Maak een lijstje van tien pijnpunten en oefen de heel week door. Train jezelf in het omgaan met problematische cq knellende situaties

3. Demedicaliseren: veel problemen/vraagstukken, die de bedrijfsarts krijgt voorgeschoteld worden als medisch probleem gelabeld. Op de achtergrond ( de vraag achter de vraag) spelen vooral loopbaan, levensloop, functionerings, persoonsgebonden en/of relationele problematiek. Demedicaliseer dus actief

4. Toegankelijkheid: de toegankelijkheid van de bedrijfsarts wordt veelal in beleidsterminologie uitgelegd als: wie betaalt ? Er zijn 2000 bedrijfsartsen verdeeld over geheel Nederland. Genoeg dus. Iedereen met een werkprobleem kan dus zo een afspraak maken. Mijn spelregel : eerste consult/intake van 20 minuten is gratis (en dus voor rekening van de dokter)

5. Communicatie: geef elke medewerker twee kaartjes van jezelf mee. Eén voor betrokkene en de ander voor huisarts of specialist. Bellen en mailen maar.

6. Denk en handel out of the box: de klant heeft een oplossing nodig ipv een antwoord



En tenslotte de arbo weersvoorspelling voor de komende tijd:  kruiend ijs



maandag 4 februari 2013

Arbo Unie en 365/Arboned - laatste stand van zaken aan de top

Grote veranderingen in de top van  365 /Arboned en Arbo Unie

 
De laatste maanden is het flink aan het rommelen bovenin de hoogste regionen van De Grote Drie.
 
365/Arboned:
 
Miv van 4 dec 2012 werd plotsklaps Ceo Peter van der Kleij en CFO Marc Dijkstra binnen 365/Arboned aan de kant gezet ( per direct ontslagen zelfs). Paul Verburgt, algemeen directeur sinds 2004, en de grote man achter de groei van de organisatie sindsdien, keert terug in zijn oude functie.Verburgt was na zijn directeurschap bij 365 nog wel commissaris gebleven. Ook was hij een eigen bedrijf gestart: minimalmanagement.nl, waarbij hij managers adviseerde bij reorganisatie. Daarnaast schreef hij in die tijd enkele boeken, waarvan Bazenbargoens de bekendste is.

Dit bericht uit Management Team dd 4 dec 2012 van redacteur Peter Boerman gaat verder:
" Verburgt is niet terug to stay, aldus woordvoerder Linda van den Bergh. "Hij gaat samen met coo Richard Adamowicz de koers voor 2013 vaststellen en kijken hoe op termijn de besturing wordt ingevuld." Van den Bergh ontkent overigens ook dat de ceo en cfo zijn ontslagen. "De Raad van Commissarissen heeft maandag 3 december een nieuw interim-bestuur benoemd, bestaande uit Paul Verburgt en Richard Adamowicz", zegt ze. "Vervolgens hebben Peter en Marc de organisatie verlaten." Dat mag echter geen ontslag heten, volgens Van den Bergh. "Want daarmee pleeg je reputatieschade."

De ongeveer 1.400 medewerkers van (arbo)dienstverlener 365 zijn op maandag 3 december op de hoogte gebracht van het vertrek van de ceo en cfo.

up date 31 jan 2013:
Vorige week meldde Mathijs Smit van Medisch Contact ( nr 5- 2013 - 31 jan 13) het volgende:

"Arbodienst 365 (voorheen ArboNed) heeft 160 voltijds arbeidsplaatsen geschrapt. Dat bevestigt interim-directeur Paul Verburgt tegenover Medisch Contact. Verburgt trad zes weken geleden aan, nadat bestuursvoorzitter Peter van Kleij en financieel directeur Marc Dijkstra opstapten. Volgens Verburgt hoeft de arbodienst geen bedrijfsartsen te ontslaan.

De arbodienst raakte vorig jaar in de problemen doordat de invoering van een nieuw IT-systeem en een nieuw werkproces in de belangrijkste divisie mislukte, aldus Verburgt. ‘Daardoor ontstonden irritaties bij klanten en medewerkers. De aandeelhouders hebben toen gezegd, dit gaat zo niet langer. Van Kleij en Dijkstra hebben toen hun verantwoordelijkheid genomen.’
Oud-directeur Verburgt heef de taken van Van Kleij tijdelijk overgenomen. Verburgt leidde de arbodienst tussen 2004 en 2009, een periode waarin de onderneming werd verzelfstandigd. Vier verzekeraars en een pensioenfonds verkochten hun aandelen destijds aan Friesland Bank Participaties (nu Rabo Capital) en het management. Inmiddels behoort ook verzekeraar (en opdrachtgever) ASR tot de grootaandeelhouders.
 
MalaiseZoals de meeste arbodiensten werd 365 afgelopen jaren hard geraakt door de economische crisis en de malaise op de markt voor arbozorg. Uit de jaarrekeningen blijkt dat dit zijn weerslag had op de resultaten; 7,3 miljoen winst in 2008, 6 miljoen winst in 2009, 1,5 miljoen winst in 2010, en 2,1 miljoen verlies in 2011. Als gevolg van de marktmalaise en de interne problemen draaide 365 vorig jaar eveneens een miljoenenverlies, erkent Verburgt. Hoe hoog dat precies uitvalt, is nog niet bekend.
 
Als gevolg van de ‘financiële perikelen’ is de personeelsreductie noodzakelijk geworden, aldus de interim-topman. ‘Dat dit nog niet is opgepikt in de pers is tekenend voor de crisis in Nederland. Dergelijke zaken zijn aan de orde van de dag. Bij ons gaat het percentueel om een bescheiden getal.’ Begin vorig jaar telde de arbeidsdienst nog bijna 1100 voltijdwerknemers, onder wie 278 artsen.
Dat er onder de bedrijfsartsen geen ontslagen vallen, schrijft Verburgt mede toe aan de flexpool die de arbodienst als gevolg van de huidige fluctuaties in de markt heeft ingevoerd. ‘Dankzij die pool kunnen wij onze bedrijfsartsen zowel intern als extern makkelijk verhuren.’ Verburgt verwacht dat zijn interim-klus er in mei op zit, waarna hij de leiding van de herstelde arbodienst kan overgeven aan een opvolger. ‘Ik heb er vertrouwen in, want het bedrijf zelf is kerngezond. Er is een enorme veerkracht en vitaliteit.’ "
 
 
 
Binnen 1-2 maanden zal dus duidelijk worden wie de nieuwe aanvoerder van 365/Arboned zal gaan worden.
 
Arbo Unie
 
In hetzelfde tijdvak werd duidelijk dat bestuursvoorzitter Margriet Tiemstra niet langer op haar post zou aanblijven. Een nadere toelichting ontbrak. Eind vorige week werd duidelijk dat ir Wim Schimmel de nieuwe CEO van de Aro Unie gaat worden per 1 april 2013.
 
Dit valt te lezen in het onderstaande positief gestemde persbericht dat de Arbo Unie deed uitgaan.
 
up date 31 jan 2013
" De Raad van Commissarissen van Arbo Unie heeft Ir. Wim Schimmel benoemd tot CEO van Arbo Unie. Wim Schimmel zal Ir. Margriet Tiemstra opvolgen en start per 1 april 2013 bij Arbo Unie.
Wim Schimmel (1966), thans directeur en partner van Verdonck, Klooster & Associates B.V. (VKA), heeft een significante bijdrage geleverd aan het op gestructureerde en planmatige wijze realiseren van de groei van VKA tot een ambitieus en onafhankelijk adviesbureau.
Na een aantal lastige jaren en fors ingrijpen, bevindt Arbo Unie zich nu in een fase waarin het nieuwe elan verder uitgebouwd kan worden. Wim’s jarenlange ervaring, uitgebreide netwerk en verbindend leiderschap zal hij inzetten om deze uitstekende uitgangspositie van Arbo Unie een forse impuls te geven. Het is zijn ambitie om Arbo Unie verder uit te bouwen tot een unieke samenwerkingspartner en gezonde groei te realiseren. Daarnaast heeft Wim bewezen in staat te zijn om met inspirerend ondernemerschap een organisatie met professionals een onbetwistbare plek in de markt te geven.
Wim Schimmel: “Ik kijk er naar uit om mijn kennis en ervaringen met het team te delen en verder te werken aan het verstevigen van de positie van Arbo Unie. De meer dan 100 jaar ervaring, de sterke naamsbekendheid en de gerealiseerde ombuiging in 2012 maken Arbo Unie uniek in de markt en geven haar een krachtige uitgangspositie.”

Wie is Wim Schimmel ?

Wim Schimmel blijkt - na wat zoek werk - van huis uit informaticus te zijn die zijn sporen bij Verdonck Klooster en Associates als directeur de laatste tien jaar heeft verdiend. VDk is/blijkt een kleinere IT Speler te zijn

Een aardige eerste indruk van Wim Schimmel is na lezing van het interview te verkrigen
http://www.vka.nl/sites/default/files/downloads/PurSang_2011-1_VKA.pdf

 Opvallende uitspraken zijn - vrij geparafraseerd:
* met een rapportcijfer van minder dan 7.5 ben ik niet tevreden '
* projecten waar niet goed in bent, moet je niet doen. voor mij geldt: schoenmaker blijf bij je leest
* we krijgen nu een periode waarin iedereen weet: het moet anders

Arbo Unie schijnt zichzelf op de schop te hebben genomen middels het programma onder de titel Paint it Black . Bij lezing blijven er echter nog wel wat vragen over.

Case: Arbo Unie werkte aan eigen gezondheid - aldus het bedrijf Turner gespecialiseerd in strategie implementatie:

" Het veranderprogramma Paint it Black voerde Arbo Unie naar structurele omzet- en kostenverbetering. Strategisch resourcemanagement en quick wins maakten een resultaatverbetering van ruim 2 miljoen euro zichtbaar. ‘We zochten naar omzetlekkages in het proces’, aldus John Zwanepol, directeur Personeel & Organisatie. ‘De vraag was waar vervolgens ons verbeterpotentieel lag en met welke aanpassingen we dit konden verzilveren’, zegt Lisette van Breugel, directeur Marketing & Sales. Het resultaat: Arbo Unie heeft grote stappen gezet richting zwarte cijfers
Arbo Unie dacht te kampen met een capaciteitstekort – het was echter een overschot. En wat vooral een technisch traject leek te zijn, bleek ook te gaan om gedragsverandering. Deze en andere verkenningsresultaten werden vertaald naar concrete maatregelen: de implementatie van Paint it Black. Blussen en bouwen ‘We formeerden het brandweerteam, dat zich met acht maatregelen richtte op “brandjes blussen” en daarmee op direct rendement. En we stelden het bouwteam in, dat verantwoordelijkheid nam in de planningsstructuur van onze professionals, de artsen’, vertelt Zwanepol.‘Doelstelling was het vergroten van de efficiency. Onze professionals moesten door duizenden codes en vierentwintig schermen heen om vervolgens hun keuze te bevestigen. Bleek de uiteindelijk gekozen code niet goed, dan moest alles overnieuw. "

Lees en beoordeel zelf.

 
 

woensdag 30 januari 2013

Met je voeten stemmen


De ontmoeting
Onlangs kwam ik - na langere tijd - een oude vriend tegen. Hij was opgetogen en goed gemutst, want hij had een andere betrekking aanvaard. Nieuwe energie was hoorbaar en voelbaar én hij had er weer ‘helemaal zin in’.

Flink de pee in
De laatste zes maanden was dat wel anders geweest, bleek uit zijn relaas. Want na het verschijnen van een nieuwe manager op het toneel was zijn werkplezier flink gedaald en zijn arbeidsvreugde danig op de proef gesteld. Kortom, hij had er flink de pee in.

'de manager'
Uitgebreid haalde hij een aantal exemplarische voorvallen aan. Collega’s figureerden daarbij met naam en toenaam. De hoofdrolspeler in dit kleine kantoordrama bleek geen naam te hebben, maar werd consequent vernoemd als ‘de manager’. Een fraai staaltje van coping (door middel van  het depersonaliseren van een ongewenste figuur).

Kaste der hoogmoedigen
Nu hebben de managers het de laatste tijd sowieso niet makkelijk. Ze staan in een kwaad daglicht. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de onlangs verschenen bundel ‘Beroepszeer, waarom Nederland niet werkt’.

Het gaat over de splijtzwam tussen de professionals en hun management. Een groot aantal auteurs veegt de vloer aan met de ‘nieuwe nomenklatoera, een kaste van dikbetaalde en machtwellustige nonvaleurs’. Onze arbeidscultuur gaat kapot aan deze managers, die zich overal mee bemoeien, maar nergens verstand van hebben.

Het komt menigeen ( te) bekend voor en velen weten er uit (bittere) ervaring over mee te praten. Maar toch: alleen klagen lijkt daarbij zowel de favoriete als gemakkelijkste copingstrategie.

Met je voeten stemmen
Mijn vriend heeft een andere weg bewandeld. Hij dook niet - zoals velen - gefrustreerd weg in de Ziektewet. Hij heeft gestemd met de voeten, is opgestapt en liet een dijk van een statement (‘wie niet horen wil, zal voelen’ ) binnen de organisatie achter.

Kijk, dat zouden er meer moeten doen.

maandag 14 januari 2013

Mijn pet

zakenpak
De typische bedrijfsarts zit in een strak zakenpak of deux-pièce, heeft een attachékoffertje in de hand en lease-bak voor de deur. Dit vertellen haio’s mij vrijwel standaard in de cursus ‘Leren samenwerken tussen huis- en bedrijfsarts’, waar ik docent ben.

twijfels
Vroeger was de bedrijfsarts een huisarts in ruste, of een gesjeesde specialist. Maar zijn die bedrijfsartsen van nu nog ‘echte’ dokters? Zijn ze wel onafhankelijk? Is de bedrijfsgezondheidszorg wel evidence-based? Twijfels te over.

geen keuze
Weinig haio’s hebben zelf overwogen bedrijfsarts te worden. ‘Die bedrijfsartsen zijn gewoon jaloers op ons, dé echte dokters, maar wij op hún salaris!’, verzuchtte een haio. De meesten hebben geen idee wat een bedrijfsarts doet. Spreekuren (‘Sturen jullie ze nu allemaal aan het werk?’), sociaal-medisch overleg (‘Bedrijfsartsen dienen toch het belang van de werkgever?!’), periodiek geneeskundig onderzoek (‘Jullie weten toch dat die medische check-ups evidence-based lariekoek zijn!’), verzuimadvies (‘Die werknemers kunnen het dus wel schudden’). Die beeldvorming is bijzonder hardnekkig. Er valt soms moeilijk tegenaan te praten. Van werken en arbeid hebben ze geen verstand.

vrijplaats
Maar wat moet je, als je het zelf een buitengewoon boeiend vak vindt. Wat is nu mooier dan een overspannen medewerker in drie maanden weer op de rails te hebben. Een opgebrande manager na zes maanden weer (maar dan wel anders) met zin naar het werk te zien gaan. Een ruzie op een afdeling te sussen. Middenmanagement de kneepjes van verzuimmanagement uit te leggen. Een directeur met hart- en privé-problemen na een ECG-tje en een babbel (hij in onderbroek) weer gerust naar huis te zien gaan. Een vrijplaats te zijn voor medewerkers van ‘bar en boos’-bedrijven.

duf imago ?
En dat geleuter over imago: gooi maar in mijn pet.

over de rooie ?

oververhit
B kijkt me vertwijfeld aan. Zijn klachten: knallende hoofdpijn, boos en verdrietig tegelijkertijd, concentratieproblemen én bijzonder emotioneel. Diagnose ‘acute overspanning’: een overkokende automotor. Vanochtend belde hij voor een zo snel mogelijke afspraak. Ik had wat tijd over aan het eind van de middag, dus dat kon.

bordjes in de lucht houden
In een niet te stoppen woordenstroom deed hij zijn verhaal: het laatste jaar liep op de dienst eigenlijk niets meer goed. Dus met pappen en nathouden alle bordjes in de lucht zien te houden. Hij was oververmoeid op vakantie gegaan.

moed in de schoenen
Bij terugkomst was B de moed volledig in de schoenen gezakt. Hij werkte in een klein team op locatie voor een grote klant. Zijn secretaresse had zich ziek gemeld (de zesde keer dit jaar), zijn enige collega had ontslag genomen (die zag het niet meer zitten), zijn regiodirecteur was door het management huiswaarts gestuurd (de derde in twee jaar) en de klant had het contract met ingang van 1 januari opgezegd.

aanpakken
B had zich echter vermand: niet lullen maar poetsen, was tenslotte zijn devies.
De druppel die de emmer deed overlopen, was het gesprek van gisteren met zijn nieuwe interimmanager. Dit was een verloren zaak, het hoofdkantoor wenste geen verdere ondersteuning meer te geven. Of hij het even aan de klant wilde vertellen en als laatste het ‘licht wilde uitdoen’.

zwaar gelag
Dit was dus het eindresultaat van vier jaar keihard werken. Een welwillende klant, die graag meer wilde dan alleen standaard. Een team dat er in het begin zin en lol in had gehad. Interessante inhoudelijke problematiek. Maar de crux lag bij de onheldere randvoorwaarden: altijd recht moeten praten wat krom was.

wat nu ?
En wat nu?, verzucht B, van beroep bedrijfsarts en werkend voor een landelijke arbodienst.
Wat zou u zélf aan een dergelijke patiënt adviseren, collega?, vraag ik mij ter opening hardop denkend af. 

Gamen

start
De ‘partij’ begint al direct als K de spreekkamer binnenkomt. Gedecideerd gaat hij zitten. Met een bescheiden maar niet te negeren klapje legt hij zijn dossier op tafel. Hij is er duidelijk klaar voor, ik ook. Hij heeft er zin in, ik niet zo. Zijn dossier is zeker drie cm dik; het mijne duidelijk veel dunner: 1-0 voor K.

spelregels
Ik leg K de spelregels van de second opinion uit. Altijd gemakkelijk scoren: 1-1 dus. Ik doe dit soort second opinions eens per twee à drie maanden en het zijn altijd ingewikkelde schaakpartijen.

de 4 o's
De vier O’s van onwetendheid, onkunde, onmacht en onwil spelen in wisselende samenstelling een rol. Soms is de medewerker een querulant, vaak heeft de werkgever/leiding steken laten vallen in begeleiding, meestal is de medewerker tot op het bot gekrenkt over het gebrek aan invoelingsvermogen.

uitleg
K legt omstandig zijn medische klachten (overspanning) uit, waarom hij niet kán werken (‘Ik wil wel, maar zij maken het mij onmogelijk’), waarom hij het niet pikt (heeft de vakbond ingeschakeld voor juridisch advies), en dat hij niet over zich heen laat lopen (‘Als ze oorlog willen, kunnen ze die krijgen!’). Zijn verhaal spoort aardig met het beeld dat ik na het lezen van het dossier heb overgehouden: 2-1 voor K.Mijn voorlopige conclusie: K is tot werken in staat en dus arbeidsgeschikt. De tussenstand is nu: 2-2.

hoe nu verder ?
Blijft het arbeidsconflict over. Dat is niet een zaak voor de bedrijfsarts. Ik beschik echter over voorinformatie uit zeer betrouwbare bron: in dit bedrijf wordt regelmatig vuil spel gespeeld. Dat telt mee. Eindconclusie: tot werken in staat, maar niet dáár, onder die omstandigheden en in die situatie; officieel heet zoiets ‘situationeel arbeidsongeschikt’. Dat brengt de eindstand op 3-2 voor K.
Zichtbaar opgelucht verlaat K de spreekkamer. Hier kan hij verder mee. Weer voor Salomon gespeeld.

Dierentuin

bazen
Vrijwel iedereen heeft een baas, chef of manager boven zich, een regelaar dus. Het is de bedoeling dat daardoor de zaken beter, gemakkelijker en overzichtelijker verlopen. Er wordt beleid gemaakt, dagelijkse problemen worden opgelost, en logistieke en financiële zaken afgehandeld. Kortom, als medewerker op de werkvloer moet je er baat bij hebben. Helaas gaat die vlieger niet altijd op.

de kriebels
Sommige medewerkers krijgen niet alleen de kriebels van hun chef, ze worden zelfs ziek van hem. Ze lijden aan bazenstress en worden overspannen van hun baas. Veel van die medewerkers komen bij de bedrijfsarts op het spreekuur om hun verhaal te doen, uit te huilen of tijd te winnen. Het is aan de bedrijfsarts om daarvan weer iets werkbaars te maken. Iets wat niet altijd meevalt, maar het hoort bij het vak.

management by fear
Sommige bazen zijn dan ook niet voor de poes. Zo ging Jack Welch, ex-directeur van General Electric, zeg maar de Cor Boonstra van de Verenigde Staten, prat op zijn favoriete managementstijl onder de bijpassende benaming ‘management by fear’. Meer een tijger dus.
dierentuin
Als je goed oplet en om je heen kijkt, kun je zo een hele dierentuin samenstellen. Ze lopen allemaal in de organisaties en bedrijven rond: de olifanten, de luiaards, de papegaaien, de brulapen, de haaien, de stokstaartjes en de hyena’s.

krijsende zeemeeuwen
Van de interimmanagers wordt vaak gezegd dat zij zich als zeemeeuwen gedragen: ze komen krijsend aangevlogen, poepen de hele zaak onder, en laten een rotzooi achter.

by surprise
De favoriete managementstijl van één van mijn vorige bazen was ‘management by surprise’: altijd kwam er weer een ander konijn uit zijn hoge hoed. Ik ben er nog niet uit bij welk dier dit het meest past.

Tompoezen

wet van Murphy
Hoofdpijndossiers. Wie heeft ze niet? Ogenschijnlijk is er niet zoveel bijzonders aan de hand, maar dan blijken gebruikelijke oplossingsstrategieën als diagnosticeren, interveniëren, faseren, structureren, niet afdoende. Zaken pakken verkeerd uit, flankerende acties mislukken, details worden hoofdzaken. De wet van Murphy (wat mis kan gaan, gáát mis) slaat toe. Het dossier wordt te dik. Kortom: de klad komt er definitief in.

zomaar uit de losse pols
Ik kan zo vijf casussen bedenken: een oudere mevrouw die niet kan werken (een volledige WAO 80/100%) maar dat juist erg graag wil (niet uit te leggen aan betrokkene). Een vijftiger die last heeft van wanen, maar elke vorm van therapie afwijst (een regelrechte ramp voor zijn afdeling en familie). Een jonge workaholic die ten onder gaat aan zijn eigen ego en ‘drive’ (regelrecht op weg naar een definitieve vastloper). Een boerenslimme medewerkster die heel goed zou kunnen werken, maar dát in het geheel niet van plan is te doen (een nagel aan je doodskist). Een borderliner met een paniekstoornis waar geen land mee te bezeilen valt.

last van
Ze geven aanleiding tot maag- en hoofdpijn, uitstel en ontwijkgedrag, gekreun en gesteun. Het houdt je uit de slaap en bezorgt je een slecht humeur. Het zijn net tompoezen: als je erin wilt happen, spuit het alle kanten uit en veroorzaakt het alleen maar meer rommel.

gouden wissel ?
Vandaag had ik er weer een.Onder het motto van de gouden wissel dacht ik slim te zijn en deze door te sluizen naar mijn collega. Want zoals je eraan komt, kom je er toch ook weer af? Aan het eind van de middag lag het dossier weer keurig in mijn vakje. Succes, sterkte en houdt moed, waren haar hartelijke groeten. Ik kon haar geen ongelijk geven.

Met de voeten stemmen

Coping

Onlangs kwam ik - na langere tijd - een oude vriend tegen. Hij was opgetogen en goed gemutst, want hij had een andere betrekking aanvaard. Nieuwe energie was hoorbaar en hij had er weer ‘helemaal zin in’.

de pee in
De laatste zes maanden was dat wel anders geweest, bleek uit zijn relaas. Want na het verschijnen van een nieuwe manager op het toneel was zijn werkplezier flink gedaald en zijn arbeidsvreugde danig op de proef gesteld. Kortom, hij had er flink de pee in.

de manager
Uitgebreid haalde hij een aantal exemplarische voorvallen aan. Collega’s figureerden daarbij met naam en toenaam. De hoofdrolspeler in dit kleine kantoordrama bleek geen naam te hebben, maar werd consequent vernoemd als ‘de manager’. Een fraai staaltje van coping (door middel van de humanisering van een ongewenste figuur).

beroepszeer en splijtzwam
Nu hebben de managers het de laatste tijd sowieso niet makkelijk. Ze staan in een kwaad daglicht. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de een tijdje terug verschenen bundel ‘Beroepszeer, waarom Nederland niet werkt’. Het gaat over de splijtzwam tussen de professionals en hun management. Een groot aantal auteurs veegt de vloer aan met de ‘nieuwe nomenklatoera, een kaste van dikbetaalde en machtwellustige nonvaleurs’. Onze arbeidscultuur gaat kapot aan deze managers, die zich overal mee bemoeien, maar nergens verstand van hebben. Het komt menigeen ( te) bekend voor en velen weten er uit (bittere) ervaring over mee te praten. Maar toch: alleen klagen lijkt daarbij zowel de favoriete als gemakkelijkste copingstrategie.

stemmen met de voeten
Mijn vriend heeft een andere weg bewandeld. Hij dook niet - zoals velen - gefrustreerd weg in de Ziektewet. Hij heeft gestemd met de voeten, is opgestapt en liet een dijk van een statement (‘wie niet horen wil, zal voelen’ ) binnen de organisatie achter.

Kijk, dat zouden er meer moeten doen.

Opfrisser

9.30 uur

Vrijdagochtend half tien. Een mevrouw snelt ons secretariaat binnen: op de twaalfde verdieping is iemand onwel geworden. De ambulance is al gebeld, maar of de bedrijfsarts kan komen kijken. Ik gris bloeddrukmeter en stethoscoop mee en even later rennen we de afdeling op. Grote ruimte, veel computers en overal ongeruste gezichten. Een vijftiger op de grond. Collega ernaast. Dreigend infarct? De man is aanspreekbaar, ademt rustig, pols is goed en bloeddruk 140 over 85.

abc oke
Eerste abc-tje is dus positief. Op dat moment hoor ik de ambulance aankomen en even later nemen de ambulanceverpleegkundige en -chauffeur de zaak professioneel over: korte doelgerichte vragen, rustgevende uitstraling, vriendelijke doch doortastende houding, snelle, effectieve handelingen: zuurstof erop, ECG gemaakt, infuus erin en al pratend wordt de eerste medicatie toegediend. De verpleegkundige en de chauffeur zijn buitengewoon goed op elkaar ingespeeld. Een genot om te zien hoe mooi werken kan zijn. Binnen vijftien minuten rijdt de brancard de afdeling af op weg naar het ziekenhuis. Ik praat daarna de afdeling bij.

in de spiegel
Op weg naar beneden enige ogenblikken voor (zelf)reflectie. Dat was weer goed gegaan. Maar wát als de ambulance er niet en het beeld anders was geweest? Alleen met stethoscoop ben je eigenlijk niet meer dan een veredelde EHBO’er.

ehbo - bhv
Spoedeisende hulp op de werkplek komt te weinig voor om je vaardigheden goed op peil te houden, maar vaak genoeg om een probleem te (kunnen) zijn. De laatste voorvallen schieten me te binnen: drie ernstige, psychische decompensaties: randje crisisdienst, verschillende vasovegetatieve ontregelingen, en onlangs een man met atriumfibrilleren. Het gebeurt toch vaker dan ik dacht. Mijn laatste reanimatietraining is toch al gauw een jaar of zes, zeven geleden.

Hoog tijd voor een opfrisser. Om scherp te blijven.

donderdag 20 december 2012

Crises ook in arboland ? kruiend ijs ? maar wat te doen ?


Crises in Arboland ?

Voor de oplettende bedrijfsarts is er niet veel nieuws te melden, maar toch gebeurt er van alles om eens goed over door te denken, zo aan het einde van het jaar.

Kruiend ijs
Business as usual blijkt niet meer te werken. Er lijkt meer sprake te zijn van kruiend ijs. De al langer lopende strategie crises in de bedrijfsgezondheidszorg en arboland komt aan het licht middels een bestuurscrises. Grote Arbodiensten lopen krakend vast.

Bestuurscrises
Ceo van Arbo Unie wordt ter zijde geschoven, als ook een groot deel van RvB van 365/Arboned. Zorg van de Zaak/Maetis Ardyn/Achmea lijkt als enigste van de Grote Drie nu (?) de dans nog te ontlopen, maar dat lijkt meer een kwestie van tijd. Maar wat moet de bedrijfsarts op de werkvloer daarmee ?

Grip ?
Wellicht dat de one liner: inzicht - grip - resultaat daarbij helpen kan. Welke resultaat wil de bedrijfsarts eigenlijk bereiken ? Kan dat met behulp van arbodiensten of is het werken vanuit een ZZP constructie beter ? Tja, de jonge Cruijff zie het al: elk voordeel heb zijn nadeel. Maar wat te doen ?

Veel bedrijfsartsen hebben weinig tot geen grip op hun eigen situatie, dus .... En zonder grip geen goed resultaat. Inzicht is nodig om meer grip te kunnen krijgen. Dus eerst maar eens een actueel rondje langs de velden om het inzicht in de kansen en bedreigingen beter te kunnen inschatten.

Ter lering ende vermaeck daarom de onderstaande column van Reijer Pille, directeur van de Falke Verbaan Groep die zijn visie op de laatste ontwikkelingen geeft. Genoeg stof tot overdenking !





Reijer Pille: Nu het jaar 2012 ten einde loopt, is duidelijk dat de crisis een aantal ontwikkelingen in de markt van arbodienstverlening heeft doen versnellen. Werden we begin dit jaar nog opgeschrikt door de privacyschendingen, die te zien waren in de Zembla-uitzendingen in maart jl., momenteel worden we geconfronteerd met een toenemende druk op de marktposities van de vier grootste arbodiensten.

Opvallend is dat de teloorgang van de grote partijen niet zozeer lijkt te worden veroorzaakt door de markt, maar vooral door het maken van verkeerde keuzes. Door de focus te leggen op vitaliteit en bevlogenheid in plaats van op verzuim, verloren zowel Achmea Vitale (thans Arbo Vitale) als 365 marktaandeel. Dit werd verder versterkt door het gebrek aan focus op marktsegmenten.

Daarnaast hebben bij alle grote dienstverleners -met uitzondering van HCC, nummer 5 van de landelijke partijen- prijserosie en het sturen op omzetmaximalisatie geleid tot kwaliteitsverlies en slechte resultaten die een verdere consolidatie noodzakelijk maken.

Dit heeft mede geleid tot de overname van Achmea Vitale door het Zorg van de Zaak Netwerk waarvan onder andere ook MaetisArdyn deel uitmaakt. Inmiddels is zeer recent bekend geworden dat de CEO van Arbo Unie haar contract niet zal continueren en dat de RvB van 365 is teruggetreden. Aandeelhouders worden kennelijk onrustig. Dit is verbazingwekkend want de neerwaartse trend is al jaren zichtbaar. Een verdere consolidatie of een verdere segmentatie en opsplitsing is dan ook te verwachten. De markt zit al lang niet meer te wachten op dienstverleners die aanbodgericht blijven denken en van alles willen aanbieden waar klanten op dat moment geen behoefte aan hebben.

Van de grote partijen lijken alleen het Zorg van de Zaak Netwerk en HCC een duidelijke strategie te hebben. Zorg van de Zaak is door middel van multibranding en segmentatie op deelmarkten in staat om zowel overnames te plegen als, door verregaande kostenreductie, financieel gezond te blijven. HCC bereikt hetzelfde door de focus op kwaliteit te houden en niet mee te gaan in prijserosie.

Daarnaast zien we het marktaandeel toenemen van nieuwkomers zoals Arbobutler, De Bedrijfspoli, GOED, etc., evenals dat van gespecialiseerde nichespelers zoals Immediator, Tredin en vernieuwde formules als APAC-Agens, Cohesie, VerzuimVitaal en 'De Arbodienst'.

Falke & Verbaan verwacht dat deze partijen hun marktpositie in 2013 zullen behouden of uitbreiden en dat zij -nog belangrijker- financieel gezond zullen blijven.

Wat betreft de ontwikkeling van Arbo Unie en 365: dit zal nog een hele opgave zijn. Temeer omdat dienstverleners die zich richten op het eigen-regiemodel (zoals Arbobutler, Immediator, De Witte Raaf en Metaplanning) een interessant alternatief vormen voor grote ondernemingen die uitgekeken zijn op de grote partijen.
Aan de andere kant van het dienstverlenersspectrum zien we de casemanagementbureaus die, na de schok die de Zembla-uitzending teweegbracht, een professionaliseringsslag doormaken. Dit doen zij door -zoals VerzuimReductie- compliant te worden aan wet- en regelgeving maar wel hun ontzorgende service aan bedrijven te behouden, gekoppeld aan respect voor werknemers.

Kortom: er is voor bedrijven en ondernemingsraden veel voordeel te behalen door zich goed op de markt te oriënteren.
Daarmee zijn de problemen echter nog niet voorbij. Andere knelpunten in de sociale zekerheid en bedrijfsgezondheidszorg worden steeds duidelijker:

  • De WIA/WGA-systematiek, die voor laagopgeleide arbeidsongeschikte werknemers met een laag inkomen geen inkomenscompensatie biedt. Dit is een probleem dat door werkgevers in branches zoals schoonmaak en thuiszorg steeds meer onderkend wordt. De aanbestedingen van de overheid leiden bovendien tot meer prijsdruk, hetgeen op zijn beurt leidt tot een hogere prestatiedruk bij werknemers, veelal medewerkers belast met een beperking en een slechtere gezondheid. Een groot deel van de werknemers komt uiteindelijk in het afvoerputje van de bijstand terecht en komt daar niet meer uit. Dit veroorzaakt een onacceptabel maatschappelijk probleem. De WIA/WGA in zijn huidige vorm lijkt aan zijn houdbaarheidsdatum toe te zijn.
  • De slechte afstemming (of zogezegd de stammenstrijd) tussen arbodiensten en UWV, ook wel tussen bedrijfsartsen en verzekeringsartsen, neemt extreme vormen aan door juridisering en inefficiëntie. UWV scoort goed als poortwachter met betrekking tot het WIA-volume, maar het apparaat is geldverslindend en inefficiënt. Werkgevers, bedrijfsartsen en werknemers ervaren een sterke wisselende kwaliteit en enorme interne gerichtheid.
  • De gevolgen van de vergrijzing en het gebrek aan preventie. Het Ontwerpadvies Stelsel voor gezond en veilig werken van de SER (november/december 2012) focust sterk op preventie in het kader van duurzame inzetbaarheid. Het is terecht dat men constateert dat bedrijfsartsen en arbodiensten weinig aan preventie doen. Maar dat is niet de enige oorzaak. Zorgverzekeraars hebben de laatste jaren veel geld gestoken in vitaliteit en gezondheidsmanagement. Met wisselend succes. Het bleek vooral geschikt als marketinginstrument voor collectiviteiten. Door de niet-zichtbare effecten haakten werkgevers al snel af. De vraag is: moet preventie wel het exclusieve domein van arbodiensten en bedrijfsartsen zijn? Wat dat betreft is het SER-ontwerpadvies nog veel te voorzichtig. Ondanks dat de SER het toenemende tekort aan bedrijfsartsen signaleert, ligt de focus nog te veel op de bedrijfsarts. Echter, ook hier moet men zich afvragen of andere professionals zoals huisartsen en paramedici zich meer zouden moeten richten op preventie. Sterker nog, moeten werkgevers en werknemers en overheid niet veel meer eigen verantwoordelijkheid nemen en zich meer richten op andere vormen van preventie, zoals leefstijlverandering en plezierig werken, in plaats van het initiatief aan de professionals over te laten?
  • De toename van het langdurig verzuim. Hoewel het gemiddelde verzuimpercentage in Nederland rond 4,3 % blijft hangen, neemt het langdurige verzuim in verschillende sectoren enorm toe. Dit merken de inkomensverzekeraars die eigen risicodragers tussen het tweede en twaalfde jaar van arbeidsongeschiktheid verzekeren ook. Deze zogenaamde ERD-portefeuilles zijn bij veel verzekeraars ernstig verlieslatend met als gevolg enorme premiestijgingen. Sommige eigenrisicodragers willen daarom weer terug naar de UWV. Ook hier lijkt het faillissement van het hybride stelsel in zicht. Dit kabinet zal een toename van de collectieve lasten, die daar het gevolg van is, niet kunnen tolereren.

Kortom: het is tijd voor een fundamentele discussie om het stelsel betaalbaar, efficiënt, sociaal en rechtvaardig te maken.

De Falke & Verbaan Groep doet alvast een voorzet:

  • Het hybride stelsel moet worden afgeschaft.
  • De UWV moet drastisch worden gereorganiseerd tot een kwalitatief hoogwaardige toezichthouder, die rapportages van bedrijfsartsen en arbodienstverleners toetst en 'bezwaar en beroep' behandelt. Hieraan vastgekoppeld moet worden een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig kenniscentrum en wellicht ook het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. Na iedere claimbeoordeling gaat het dossier terug naar de private uitvoerder.
  • Alle uitkeringstaken van de UWV moeten worden afgestoten en het toezicht versterkt en verbetert. Feitelijk zien we al een begin van deze ontwikkeling met de Nieuwe Ziektewet en de nieuwe ontslagprocedure die van kracht zijn geworden. De UWV houdt in dit model toezicht op de verzuimbegeleiding vanaf dag 1 van de verzuimmelding tot aan het einde van de 12-jaarsperiode.
  • Preventie en Duurzame Inzetbaarheid kennen vele kanten en oplossingen. Werknemers en werkgevers moeten hier zelf de koers bepalen.. Alle preventieve medische onderzoeken moeten gefinancierd worden voor zowel bedrijfsartsen als huisartsen vanuit een gemeenschappelijk preventiefonds en tegen uniforme tarieven onder beheer van de zorgverzekeraar. (In feite doen zorgverzekeraars dit op bescheiden schaal al). Op deze manier krijgt iedere werkende toegang tot medische preventieve zorg en wordt het ook betaalbaar. Alle overige vormen van preventie horen hier echter niet thuis. Deze vallen onder private financiering, anders wordt het onbetaalbaar.
  • De verzuiling in de sociaal-geneeskundige sector moet ongedaan worden gemaakt door opleidingen en specialismen onder een hoofdstroming te brengen. Dan wordt het weer betaalbaar en bovendien verhoogt dit de arbeidsmobiliteit en het onderlinge begrip.
  • Er moet een onderzoek gedaan worden naar een rechtvaardiger kosteneffectiever alternatief voor de WIA, mogelijk zelfs een vorm van risque professionel. Wie durft?

Plasje


K. is vanochtend de eerste op het spreekuur; hij is ‘ingestuurd’ door zijn chef. Bij de eerste aan-blik is het probleem al helder: te veel Heineken.

Dat is een terugkerend probleem voor K.: geen controle over de intake. Wat lallend staat hij nu met het secretariaat te klessebessen.



Hij grijnst. Alle twee kennen we de regels van voor naar achter. Ik probeer een glimlach te onderdrukken. Elke keer leg ik hem de spelregels weer uit, om dan over te gaan tot de afgesproken ademblaastest met de Dräger: 2,2 promille deze keer. Feestje gehad?, vraag ik. Nee, het voetbalelftal van zijn zoontje won gisteren de competitie. K. is een even fervent voetballiefhebber als doortastend bierdrinker. Mag en kan dus niet werken, eerst de roes uitslapen.

Binnen het bedrijf zijn de regels sinds kort helder: iedereen ‘droog’ onder werktijd. Dat geldt van de vloer tot aan de directeur, die hem - naar verluidt - ook graag lust. Twee basale redenen zijn er voor deze duidelijke aanpak. Aan de ene kant is dat het veiligheidsprobleem. Er zijn binnen het bedrijf veel rijdende functies: chaufferen met heftrucks en vrachtwagens. Het tweede probleem is dat zich in dit bedrijf een kleine, zeer hardnekkige groep buitengewoon forse drinkers bevindt. Een kratje per dag schijnt normaal te zijn. K. is een van hen.

 
Aanvankelijk werd het drink-gedrag oogluikend toegestaan, in de wetenschap dat ingrijpen veel rumoer zou geven. Totdat een medewerker tijdens een corrigerend gesprek de controle over zijn over-volle blaas verloor. Ten aanschouwen van de directeur ontstond er een steeds groter wordende plas op het mooie tapijt. De aardappelen waren afgegoten, dat wel. Maar ook de rapen waren gaar en de tijd was rijp bij de directeur voor de ‘zero tolerance’-aanpak. Vandaar.

Lekker werk en heerlijk moe !

 
Achterin onze stadstuin staat een doorgeschoten populier. Geschatte hoogte: 25 meter. Te hoog voor in de stad. Bovendien, als je er een schop tegen aangeeft zit er meteen een gat in. Kortom, verrot tot op de kern. Dus de hovenier gebeld om hem te rooien.

De hovenier klimt behendig met pikschoenen en sporen én met valbeveiliging omhoog. De zaagmachine in de holster. Veiligheidsbril en gehoorkappen worden opgezet, de veiligheidstouwen aangetrokken. De verrotte boom zwiept vervaarlijk op en neer onder het gewicht van de man (75 kg) en de apparatuur (20 kg). Het echt gevaarlijke werk gaat nu beginnen. Je ziet hem nadenken hoe hij dit varkentje zal wassen. Dan ‘geht’s los’.

De zaagmachine wordt op 20 meter hoogte aangetrokken, 95 decibellen vullen de lucht, benzinedampen stijgen op. Gestrekt achteroverhangend zet de man de 15 kg zware zaagmachine op schouderhoogte in de stam. De boomsplinters vliegen hem om de oren. Door bovenhands en van zich af te werken geeft hij arm-, schouder-, nek- en rugspieren vandaag een dubbele portie sportschool. De boom wordt binnen twee uur tijd in ‘mootjes’ van 30 cm dikte en 30-50 kg zwaarte tot op de grond toe ‘gechopt’.

De hovenier gooit de moten behendig naar omlaag. De jongens van beneden kunnen het tempo nauwelijks bijhouden en lopen en tillen zich het leplazarus. De behendigheid en souplesse waarmee dit alles gebeurt is een genot.

Evenals het commentaar. ‘Heftig werk, hé?,’ vraag ik. ‘Ja, lekker werk, altijd buiten en ’s avonds ben je heerlijk moe. Dat bomenwerk doe ik nu zo’n dertig jaar. Daar boven hangen, en dan tjakka! Dat geeft een echte kick. Kent u lekkerder werk?’

Kijk, dit soort mensen zie ik nou nóóit op mijn spreekuur.

donderdag 22 november 2012

TOP 500 bedrijven van Nederland - samengesteld door Elsevier





 

Ook interessant voor de bedrijfsarts:

Elsevier presenteert: top 500 bedrijven van Nederland - aankondiging  

Bron: Elsevier - woensdag 21 november 2012 08:17 door Ron Kosterman


Welke ondernemingen die in Nederland actief zijn zijn de grootste ?

De hele ranglijst staat deze week in Elsevier.

Voor het eerst stelde weekblad Elsevier deze Top 500 samen. De ranglijst – die tot stand kwam met medewerking van informatieleverancier Bureau van Dijk – is gebaseerd op de omzet van bedrijven over 2011 of, indien die omzet nog niet bekend was, de omzet over 2010.

Het zakenblad FEM Business publiceerde tot 2007 jaarlijks de Top 500 Nederlandse bedrijven. Elsevier zal vanaf nu jaarlijks de lijst samenstellen.

Gevarieerd
De Elsevier Top 500 wordt vanzelfsprekend aangevoerd door olie- en gasconcern Shell met een omzet van ruim 374 miljard euro. Laatste op de lijst is het nutsbedrijf Brabant Water met een omzet van 217 miljoen.

Daartussen houdt zich een zeer gevarieerd gezelschap van ondernemingen op. Grote productiebedrijven als Unilever, Heineken en AkzoNobel staan op de lijst, maar ook aannemers, accountants, auto-importeurs, kaasmakers, reisbureaus, scheepswerven, supermarkten en webwinkels. Het zijn ondernemingen die al snel enkele honderden miljoenen euro's omzetten, soms zelfs miljarden.

Familiebedrijven
Niet verwonderlijk gezien de Nederlandse handelstraditie is het forse aantal handelsbedrijven in de Top 500. Nummer 2 op de lijst is Vitol, een grondstoffenhandelaar met een omzet van 154 miljard euro. Branchegenoot Argos North Sea Group (12,5 miljard) staat op 26, direct gevolgd door graanhandelaar Nidera (12 miljard).

De lijst toont verder het belang van familiebedrijven voor de Nederlandse economie aan. Er staan er vele tientallen op. Enkele hooggeklasseerde ondernemingen zijn SHV (van de familie Fentener van Vlissingen), Pon Holdings (familie Pon) en Jumbo (familie Van Eerd).

Opvallend
Elsevier vergeleek de laatst bekende omzet met die over 2007, het jaar voordat de kredietcrisis losbarstte. Zetten de vijfhonderd bedrijven op de lijst in 2011 (of 2010) in totaal 1.850 miljard euro om, in 2007 waren dezelfde bedrijven goed voor circa 1.500 miljard.

Die stijging valt op, in de het licht van de economische neergang. De winstgevendheid van de bedrijven nam wel af – van 126 miljard euro naar 75 miljard.

vrijdag 16 november 2012

Zij wel, nu U nog ? Bent U al fit genoeg ?

Fysiek of mentaal ? ying - yang ?

Opvallend berichtje uit de consultancy branche. Fitheid als power punter. Fysiek blijken de consultants erg fit te zijn, want (blijkbaar) lekker afgetraind. Mentale fitheid blijkt aandachtspunt te zijn. Tja, merkwaardig dat me dat nou niets verbaast ?




Lees dus het onderstaande bericht erover:

WellVit fitheidstest: Kirkman consultants zijn topfit

Date: 16-11-2012
Source: Consultancy.nl
Consultants van adviesbureau Kirkman Company zijn topfit. Althans dat blijkt uit fitheidstests van WellVit, een bedrijf dat bedrijven adviseert op het gebied van gezondheid. Zo is de ‘metabolische’ leeftijd van de medewerkers van het consultancykantoor gemiddeld 21,7 jaar, terwijl de daadwerkelijke leeftijd van dezelfde consultants een stuk hoger is - gemiddeld 31,6 jaar.

De metabolische leeftijd staat ook wel bekend als de inwendige leeftijd van mensen. Een metabolische leeftijd wordt bepaald door onder meer de verhouding tussen spiermassa en gewicht, de conditie en de stofwisseling binnen het lichaam.

Fitheidstests
Medio oktober kwam een team van WellVit langs in Villa Beukendael, het kantoor van Kirkman Company. De aanwezige consultants werden zorgvuldig doorgelich op diverse aspecten, waaronder BMI, vetpercentages, lichaamsvocht, spiermassa en (over)gewicht. De conclusie was erg positief: de metabolische leeftijd was gemiddeld 21,7 jaar, terwijl de reguliere leeftijd 31,6 jaar was. “De fysieke fitheidscore van medewerkers van Kirkman Company is bijzonder hoog”, zegt Mascha Gravemaker van Wellvit. Op de vraag wat het geheim is achter de hoge fitheid van de consultants zegt Gravemaker het volgende: “Het merendeel van de medewerkers ziet het belang van sport en bewegen in en doet dit actief. Belangrijk dus om dit vol te blijven houden, zodat zij ook in de toekomst kunnen bogen op een jong, vitaal lichaam”.

Mentale fitheid
Toch kwam ook een aandachtspunt aan het licht. De adviseurs van het organisatieadviesbureau werken hard, iets wat niet ongewoon is in de adviesbranche, met als gevolg dat er verbetering geboekt kan worden in de mentale fitheid. Peter van der Boom, directeur van WellVit, licht toe: “Qua mentale fitheid scoren medewerkers van Kirkman Company wat lager dan het gemiddelde. Er wordt hard gewerkt en de lat ligt hoog. Het verbeteren van deze mentale fitheid zou dus een goede doelstelling zijn voor 2013”.









 Overdenker: bekijk in dit verband onderstaand model van Richard Droog - bedrijfsarts - (zie Droog Advies) eens:

 Productiviteit

Resource management is vaak gericht op de match (fit) tussen capaciteiten (kennis en kunde) van de medewerker en de functie.
De productiviteit van een medewerker wordt echter beïnvloed door meer factoren:

Hoe is de mentale en fysieke fitheid van het individu?
Hoe enthousiast is hij of zij?
Hoe goed is de match tussen de waarden van de medewerker en die van het team of de
organisatie (cultural fit)?
Hoe zinvol wordt het werk ervaren (aansluiting bij de visie)?
Ondersteunen de structuren en systemen de missie?

Voor een optimale productiviteit is een integrale benadering het meest effectief. Een integrale benadering kijkt naar:- het innerlijk van het individu (normen, waarden, denken, emoties, geloof, etc.);
- het uitwendige van het individu (gedrag, fysiek, uiterlijk);
- het innerlijk van de groep of organisatie (gemeenschappelijke normen en waarden, bedrijfscultuur, arbeidsklimaat, visie);
- uitwendige van de groep of organisatie (gedrag van de groep, de structuren, middelen, werkwijze, processen, procedures)
en de onderlinge samenhang tussen die vier elementen.





                                       

Inkomens afhankelijk zorgpremie - en hoe het verder ging

Waarom één plaatje meer zegt, dan 1 A4 tekst - al weer zo'n briljante tekening van Hein de Kort - 
bron: FD woe 14 nov 2012






HPO - High Performace Organisatie - de vijf basale kenmerken volgens André de Waal

Wat maakt een High Performance Organisatie ?

Velen in management en organisatie land zijn op zoek naar de Heilige Graal van het succes van een organisatie. Boekenkasten zijn er al over vol geschreven. Men denke aan de baanbrekende studies en verslagen van In search of excellence van Tom Peters en Robert Waterman uit 1982 ( al weer) of Good to Great van Jim Collins (2001).

André de Waal
Onze Nederlandse grootmeester André de Waal doet ook al meer dan twintig jaar onderzoek naar de slaag en faal factoren van organisaties. Uit lopend onderzoek blijkt dat er vijf  'harde 'kenmerken zijn die bepalend blijken te zijn voor een duurzaam succes. Het lijken open deuren maar neem eens de tijd erover door te denken. Pak de eigen organisatie als voorbeeld en loop het lijstje van de vijf kenmerken eens door:



1. kwaliteit van het management
2. openheid en actiegerichtheid
3. lange termijngerichtheid
4. continue verbetering/vernieuwing
5. kwaliteit van de medewerkers

en: ... ?
wat valt er te verbeteren ?
voldoet onze eigen (arbo)dienst aan deze criteria ?

verder lezen ?
Passie voor je vak ?

Wat te doen om ook een HPO te worden ?

lees de interessante overdenkingen van André de Waal in een aantal interviews

dinsdag 13 november 2012

De NVAB en haar Tien Geboden




De NVAB en haar Tien Geboden

Gaat wel lekker, toch ?
Zo op het eerste gezicht gaat het best wel goed met de beroepsvereniging der bedrijfsartsen, de NVAB: vereniging met lange traditie, want 75 jaar oud. 2000 leden met een actieve kern van 80-100 man/vrouw. Actief bestuur dat aan de weg timmert. En elk jaar weer de succesvolle BGD dagen, waar toch gauw 500-600 bedrijfsartsen op afkomen om zich te laten bijpraten. Grote boekenkast vol met richtlijnen (allemaal evidenced based natuurlijk), een veel bekeken website, een eigen kwaliteitsbureau met EBM hoogleraar en een uitgewerkt visitatiesysteem. Een bloeiende vereniging, toch ?

Grijs, grijzer, grijst
Toch zit de NVAB volledig in het slop. Ik kom daarop naar aanleiding van het recente rapport Profiel en producten van de bedrijfsarts. Het doel was – begreep ik - een moderne visie over het vak te schetsen. Een saaiere en grijzere voorstelling van mijn werk en vakgebied heb ik echter niet gelezen. Neem een exemplarische zin als: een product is een opzichzelfstaande en dus in beginsel afzonderlijk te benoemen activiteit, waarvoor indien relevant een factuur kan uitgaan. Nu lever ik persoonlijk (al dertig jaar) geen producten, maar verleen wel diensten. Maar dit cruciale onderscheid lijkt te subtiel voor de opstellers.

Waar is de klant ?
De bedrijfsarts wordt neergezet als routine professional volgens verdienmodel uurtje – factuurtje, werkend vanuit productcluster A,B en/of C. Geen wonder dat er niemand meer voor ons vak kiest.

Nergens wordt duidelijk wat het resultaat is van zijn en/of haar handelen. Echt problematisch is dat de klant geheel niet in beeld is. Alles lijkt gebaseerd te zijn op het adagium: wat dokter doet is goed. Alles komt voor de bakker, als je bedrijfsarts maar in de zorg positioneert. Geloof ons nu maar !

Bent U al bekeert ?
Over geloven gesproken: het stuk wordt – heel bijzonder - ‘opgevrolijkt’ met een tiental geboden van de bedrijfsarts. Ja, u leest het goed: van de bedrijfsarts of had er eigenlijk voor moeten staan ? 

De NVAB presenteert deze 10 ‘normerende uitgangspunten’– zo stellen de schrijvers – omdat die van belang zijn voor de kwaliteit van het werk van de bedrijfsarts. Het zijn korte statements die ‘duidelijk moeten maken waarop ‘we’ aanspreekbaar zijn. Het zijn ‘onze’ tien geboden’. ‘Wij houden ons aan die geboden, aldus de schrijvers, maar ‘wij vinden ook dat anderen ons daaraan kunnen en moeten houden’.

Ik begrijp eruit dat de NVAB schriftgeleerden vanaf het moment van goedkeuring door de ALV in november 2012 in rotten van tien klaar staan om ‘ons’ bij de les te houden. Het nieuwe polit bureau groet U.

Gebod tien: de aap uit de mouw ?
Het tiende gebod is de afsluitende klapper: ‘Goede bedrijfsgeneeskundige zorg wordt geleverd volgens afspraken die vooraf zijn overeengekomen met opdrachtgevers. Zulke overeenkomsten zijn bestand tegen een kwaliteitstoets zoals in deze tien geboden bedoeld. De bedrijfsarts is zelf voor die toets verantwoordelijk’.

Toegegeven, het is een beetje taaie tekst, maar begrijp ik het nu goed dat die Tien Geboden van de NVAB eigenlijk zijn bedoeld om de opdrachtgevers - die doerakken van werkgevers - de maat te nemen en bij de les te houden. De NVAB maat wel te verstaan !



Gelovige instemming: hallelujah !
Het rapport zal ongetwijfeld met algemene stemmen worden aangenomen, net als al die andere rammelende strategie rapporten als De bedrijfsarts – dokter en adviseur uit 2007 en de recente Strategische leidraad 2010-2015. De Commissie heeft namelijk gesproken en de bedrijfsartsen zijn een volgzaam volkje. Maar mag ik even de vraag stellen: wie bedenkt nu zo iets ?

Het kan beter: De Nieuwe Bedrijfsarts
Dit rapport gaat bij mij zo de prullenbak in. Al jaren ben ik bewust geen NVAB lid, want de NVAB is te sociaal conservatief. En nu worden ze ook nog eens echte ‘true believers’. Het wordt guur in Nederland. Maar lees eens het Manifest De Nieuwe Bedrijfsarts als je wilt weten hoe het anders, beter kan.


En: binnenkort op weblog De Nieuwe Bedrijfsarts: de zevendelige feuilleton De NVAB en het dode spoor - over waar het nu eigenlijk verkeerd gaat en vooral: wat er aan te doen.



zondag 4 november 2012

De inkomensafhankelijke zorgpremie en de bedrijfsarts - een brug te ver !

De inkomensafhankelijke zorgpremie: onbegrijpelijk, desastreus en oliedom:
Een brug te ver !


Zelden zo snel het politiek humeur zien omslaan: week 44 in 2012 in het kort

Maandag nog werd het nieuwe regeerakkoord tussen de VVD en de PvdA door velen bestempeld als 'dapper'. De VVD en de PvdA namen hun verantwoordelijkheid en zorgden dat Nederland - in tegenstelling tot onze zuiderburen- wel bestuurbaar bleef, en dat in tijden van crises.

Dinsdag druppelden de eerste onderliggende cijfers binnen: ongeloof viel velen ten deel; zal wel niet helemaal kloppen, toch ?

Woensdag werd in alle heftigheid (zie de CBP cijfers) duidelijk hoe de vlag er bij voor hing.

Donderdag was de geest uit de fles.

Vrijdag bleek dat de geest er niet meer terug in zal gaan.

Zaterdag kopt het AD met de nu al historische drietrapsraket van PvdA voorzitter Hans Spekman:
1. Het zorgplan is uitstekend,
2. Nivelleren is een feest
3. VVD-ers komen er wel overheen

Tussenstand zondag
Goed: even voor dit moment de balans opmakend, nu het eerste stof is neergedaald, wat blijft over ?

1. de inkomens afhankelijke zorgpremie staat geheel los van het oplossen van de crises.
2. het is een 120% politiek ideologisch (PvdA)getint besluit, namelijk nivelleren
3. het blijkt een belastingmaatregel van 10-11% voor een heel specifieke groep, namelijk de midden-inkomens - dus niks gelijk (ver)delen

De gevolgen zijn zeer verstrekkend, en nog te weinigen hebben dat door !
a. de (aan)sturing van het huidige zorgstelsel wordt totaal ontregeld - in wezen is dat het grootste probleem; en daar hebben te weinigen nog oog voor - dat is nog onvoldoend ingedaald zullen we maar zeggen

b. het zal impliceren dat het kwetsbare evenwicht in de solidariteit tussen gezond en ziek, tussen arm en rijk en tussen werkenden en niet werkenden definitief verbroken wordt.

Even concreet vertaald naar de dagelijkse werkelijkheid zoals bij mij om de hoek:
Welke hoger geschoolde middenklasser gaat een tientje per dag (meer) betalen voor een Tokkie van 120 kg, die elke dag naar Mcdonalds gaat, tien biertjes per dag drinkt en geen zin heeft om te werken, want met een wietplantage kun je toch ook goed rondkomen?

Ergo: de PvdA introduceert Amerikaanse toestanden in Nederland
De inkomensafhankelijke zorgpremie is onbegrijpelijk, desastreus en oliedom.

Velen denken( of hopen?)  nu nog dat het wel los zal lopen ( zie Spekman), een beetje hier en een beetje daar: wat maat werk en de scherpste kanten af toppen en 'we' (team Rutte 2) fiksen het wel.

Naar mijn overtuiging zal dit een brug te ver blijken, maar wie is wie in dit verhaal ?



Meer lezen ?

Wat betekent de inkomens afhankelijke zorgpremie voor het zorgsysteem ?
Lees het artikel in Me Judice

of

de actuele column van iemand dei het zorgstelsel als geen ander kent: Rob Scheerder:
het geweten van Schippers