zaterdag 11 juni 2016

We zijn banger voor zinloosheid dan voor de dood - de filosoof John Gray - weekend overdenking

 

Deze week start De Nieuwe Bedrijfsarts nieuwe serie De Weekend Overdenking
Inspirerende interviews en artikelen die aanzetten tot nadenken
 
De aftrap: John Gray - filosoof
bron: Vrij Nederland
 
 

                                                    
 
We zijn banger voor zinloosheid dan voor de dood’
Het leven heeft geen doel, zegt filosoof John Gray. En daarom hebben we verhalen nodig, mythen, illusies. ‘Dat wat lelijk is en zinloos, kan door een verhaal mooi en waardevol worden.’
Een van de laatste verhalen die Heinrich von Kleist schreef, heet het ‘Het marionettentheater’. De verteller van het verhaal komt op het marktplein de choreograaf van de opera tegen terwijl die naar dansende marionetten kijkt. De verteller verbaast zich erover dat de choreograaf zo geboeid staat te kijken naar de mechanische bewegingen van een pop en vraagt hem wat hij in het kinderspel ziet. De choreograaf, ‘onderwijl een snuifje nemend’, vraagt verwonderd aan de verteller of hij het dan niet ziet, de eindeloze gratie van de marionetten, niet gehinderd door bewustzijn, niet in staat tot geaffecteerdheid omdat ze niet reflecteren, enkel gehoorzamend aan de wetten van de zwaartekracht.
Het nieuwe boek van de Britse filosoof John Gray (1948) heet De Ziel van de marionet. Een zoektocht naar de vrijheid van de mens. De ondertitel is misleidend, want het klinkt alsof je na lezing een stukje dichter bij die vrijheid bent gekomen, terwijl Gray juist beschrijft hoe iedere menselijke poging vrij te worden gedoemd is te mislukken. Vrijheid heeft in dit boek niets te maken met hoeveel vrijheid anderen jou toestaan of hoe die begrensd wordt door de wet of welke rechten je hebt als mens. De vrijheid waar het Gray om te doen is, is de vrijheid van een marionet die onbevangen danst naar het pijpen van de poppenspeler, of de vrijheid van een beest dat zonder het zelfbespiegelende denken van de mens doet wat zijn natuur hem ingeeft. Het is de vrijheid van Adam en Eva in het paradijs voordat ze een hapje van die vermaledijde appel van de boom van de kennis namen, voordat ze zich begonnen te schamen voor hun naaktheid, voordat ze beseften wat het betekende om vrij of onvrij te zijn of überhaupt ergens een tel bij stilstonden.
Net als in zijn vele voorgaande boeken richt John Gray ook in dit boek zijn pijlen op het project van de Verlichting. De Verlichting verwachtte dat de mens met de ontwikkeling van de rede en vermeerdering van kennis onherroepelijk gelukkiger zou worden. De wereld zou er beter voorstaan wanneer emoties en instincten steeds minder en het verstand steeds meer de boventoon zou voeren. De natuur werd gezien als een uurwerk dat we op den duur zouden doorzien én beheersen.
Het verstand op het schild gehesen
Dat Gray al decennialang zijn scepsis over dit vooruitgangsdenken uit, laat onverlet dat hij in zijn werk keer op keer aan de kaak stelt wat het betekent rationeel te zijn en dat dat een gelegitimeerde vraag blijft. ‘Ratio’ betekent ook ‘verhouding’ – misschien een aanwijzing waarom het veelbesproken rendementsdenken, een afweging tussen kosten en baten, als zo rationeel wordt beschouwd. Nee, de mens is niet alleen maar rationeel en de homo economicus heeft ook al een paar jaar zijn hielen gelicht, maar er is nog geen ander soort mens voor in de plaats gekomen. Als rationaliteit calculeren betekent, kan dat net zo goed worden overgelaten aan de computer, die doet het nog sneller ook.
In de Verlichting hebben we het verstand op het schild gehesen. Niet onterecht, zou Gray zeggen, maar voor sommigen is de ratio zelf een soort religie geworden, en dat is dan weer heel irrationeel. Gray schrijft: ‘Het seculiere denken volgt een door religie ingegeven patroon terwijl het de meest waardevolle religieuze inzichten wegmoffelt.’
 
Eén zo’n religieus patroon is het gnosticisme. Gnostici waren er al in de klassieke oudheid, en geloofden dat ze de materiële wereld konden ontstijgen via mystieke praktijken, door te mediteren, te vasten, te preken enzovoorts. De materiële wereld was die van het lichaam, het verval en de dood, en de geest was het bewustzijn, de rede, het goddelijke en onsterfelijke. Alleen de volle ontwikkeling van de rede zou verlossing en het eeuwige leven brengen.
Bevrijd uit dat zwakke lijf
Volgens Gray is het gnosticisme nog lang niet verdwenen uit ons gedachtegoed: ‘De inzet van de moderne wetenschap is dat wij mensen boven de natuur kunnen staan en haar kunnen beheersen. Dat betekent ook dat we onze eigen natuur zouden kunnen controleren en kunnen uitschakelen. Tegenwoordig is het gnosticisme de godsdienst van mensen die geloven dat ze zelf een machine zijn. Een futuroloog als Ray Kurzweil denkt dat we dankzij onze toenemende kennis en technologische vooruitgang binnenkort onze herseninhoud ergens kunnen uploaden en ons lichaam niet meer nodig zullen hebben. De ondertitel van een van zijn boeken is veelzeggend:
Het moment waarop de mensheid de grenzen van de biologie overstijgt. De menselijke geest moet bevrijd worden uit dat zwakke lijf. Rondwarend in een of andere cloud zouden we niet langer kwetsbaar zijn voor tumoren of hartinfarcten, voor kogels of kalasjnikovs.’
Gray mag dan wel met verachting over Kurzweil praten, ondertussen is Kurzweil wel hoofd engineering bij Google, prees Bill Gates hem als ‘de beste voorspeller van de toekomst waar het op kunstmatige intelligentie aankomt’, ontvangt hij voor zijn onderzoek miljoenenbeurzen en bekleedt hij leerstoelen aan de meest prestigieuze universiteiten ter wereld. Zo subversief zijn zijn ideeën kennelijk ook weer niet.
‘Kurzweil zou in alle toonaarden ontkennen dat zijn bedenksels gnostische trekken hebben. Als hij al weet wat het gnosticisme is.’ Gray schept er zichtbaar genoegen in de theorieën van collega-filosofen en wetenschappers te ontmaskeren als irrationeel en religieus getint.
‘Niemand begrijpt het menselijke hart slechter dan hij die niet inziet hoe reusachtig zijn vermogen is tot het koesteren van illusies, ook als die strijdig zijn met zijn belangen’
Is filosofie wat u betreft vooral het doorprikken van mythen?
‘Ik ben niet zo’n denker als Richard Dawkins of Daniel Dennett, die vinden dat het menselijk denken op een gegeven moment een punt bereikt waarop het zich heeft ontdaan van alle mythes en illusies en irrationele ideeën. Dat lijkt mij dan weer een mythe.
Het geloof in de rationele mens is allang wetenschappelijk weerlegd. Denk aan de theorie van de cognitieve dissonantie, in de jaren vijftig ontwikkeld door de sociaal psycholoog Leon Festinger. Die theorie houdt in dat wanneer de overtuigingen van een mens in conflict zijn met dat wat hij waarneemt, hij bereidwilliger is zijn waarnemingen aan te passen dan zijn overtuigingen. Festinger deed een experiment om zijn theorie te bewijzen, beschreef het in het prachtige boek
When Prophecy Fails. Een vrouw uit Michigan beweerde dat ze contact had met buitenaardse wezens en dat de wereld op een zekere dag in december 1954 zou worden getroffen door een zondvloed. Alleen zij en haar volgelingen zouden het overleven, omdat ze net op tijd zouden worden weggevoerd door een vliegende schotel. Collega’s van Festinger infiltreerden in de sekte en beschreven wat er gebeurde toen de dag van de apocalyps aanbrak. Er gebeurde natuurlijk niets. Maar de sekteleden riepen: “Dankzij onze leider en haar bezwerende woorden zijn we gespaard gebleven!” en ze geloofden alleen nog maar sterker in de charlatan die voor hen stond.
In veel gevallen hadden mensen hun baan, hun huis, hun bezit en hun gezinnen opgegeven om met elkaar te wachten op het einde. Het besef dat ze verschrikkelijk in de luren waren gelegd en voor deze nonsens alles hadden achtergelaten, was wat je noemt geen werkbaar verhaal. Want daar zijn we toch allemaal op uit: een werkbaar verhaal dat het leven een beetje betekenis geeft. Het was veel makkelijker voor ze om te blijven geloven in hun leider. Zoals T.S. Eliot al schreef: de menselijke soort kan niet al te veel werkelijkheid verdragen.’
In zijn boek citeert Gray de negentiende-eeuwse dichter Giacomo Leopardi: ‘Niemand begrijpt het menselijke hart slechter dan hij die niet inziet hoe reusachtig zijn vermogen is tot het koesteren van illusies, ook als die strijdig zijn met zijn belangen, of hoe vaak het uitgerekend van datgene houdt waardoor het overduidelijk zelf wordt geschaad.’
‘Het is het besef van onze sterfelijkheid dat ons denk ik het meest onderscheidt van andere dieren. Andere dieren bouwen geen graftombes’
Hoe rijmt u uw eigen zo realistische denken met uw geloof in de noodzaak van mythen?
‘Volgens mij ben ik heel realistisch als ik zeg dat we mythen nodig hebben. Ze halen betekenis uit reeds gestrande betekenis. Dat wat lelijk is en zinloos kan door een verhaal weer mooi en waardevol worden.’
Waar komt ons verlangen naar mythen en illusies vandaan?
‘Het is het besef van onze sterfelijkheid dat ons denk ik het meest onderscheidt van andere dieren. Andere dieren bouwen geen graftombes. Bevers bouwen dammen, prieelvogels bouwen prachtige huisjes, maar in het dierenrijk delft alleen de mens een graf voor de doden. We beseffen dat ons leven eindig is en daarom willen we geloven dat ons leven zin heeft, dat het een coherent verhaal vormt, dat er een betekenisvol patroon in zit.
Er zijn veel filosofen geweest, Thomas Hobbes bijvoorbeeld, die veronderstelden dat de mens het meest van alles een gewelddadige dood vreest. Maar volgens mij kan je met een blik op de geschiedenis zeggen dat mensen niet zozeer bang zijn voor de dood, maar voor een gebrek aan betekenis. En in die zoektocht naar betekenis gaan mensen over lijken. Daarmee doel ik niet alleen op jihadisten; het geldt net zo goed voor communisten, nazi’s of christenen. De Tamiltijgers op Sri Lanka waren de eersten die bomvesten ontwikkelden. Zij geloofden niet in Allah of in God, maar in Lenin. Dat is van belang, want ze geloofden niet in een leven na de dood, ze bliezen zichzelf niet op omdat ze uitzagen naar tweeënzeventig maagden in het hiernamaals. Ze kozen de dood omdat ze daarmee hun leven in het teken van een verhaal stelden.’
‘Mensen kunnen hun leven op vele fronten beter maken, ze kunnen proberen iets van beschaving te beschermen, maar het morele verval ligt altijd op de loer’
Ze geloofden in een betere wereld.
‘En dat is een nog absurder geloof dan het geloof dat er tientallen maagden op je staan te wachten bij de hemelpoort. Mensen kunnen hun leven op vele fronten beter maken, ze kunnen proberen iets van beschaving te beschermen, maar het morele verval ligt altijd op de loer. Een betere wereld is alleen mogelijk voor een beperkte tijdspanne, het is een fragiel evenwicht, nooit definitief of vanzelfsprekend. Mensen denken dat we vooruitgang boeken, dat we in de loop der tijd steeds verder opschuiven naar een volmaakte wereld, soms onderbroken door een kleine terugval, vier centimeter vooruit, twee terug, maar op den duur toch vooruitgang. Het is niet waar. Godzijdank werden de nazi’s verslagen, maar de Tweede Wereldoorlog betekende niet twee centimeter terug in de beschaving, maar tien kilometer.’
Je hebt toch een verhaal nodig om je ergens voor in te zetten? Wat stelt u voor? Achterover leunen en uitzitten?
‘Nee, ik stel voor dat je probeert erger te voorkomen. Als Chamberlain premier was gebleven in de oorlog hadden de nazi’s misschien nog decennia lang hun gang kunnen gaan en waren de gevolgen niet te overzien geweest. Als Churchills uitdager, Lord Halifax, was verkozen, had Engeland geprobeerd vrede te sluiten met nazi-Duitsland. Churchills standpunt was dat er gevochten zou worden en dat overgave uitgesloten was, ook als dat beleid een allesverwoestende nederlaag zou betekenen.’
Dan had Churchill een ideaal voor ogen.
‘Ik zou zeggen dat hij praktisch was, dat hij wist dat vrede sluiten met Duitsland een onoverzienbare ramp voor Europa en ver daarbuiten zou betekenen. Het is het waard te proberen bepaalde vormen van beschaving vast te houden, ook als je weet dat er altijd weer een moment zal komen waarop we terug bij af zullen zijn. De geschiedenis is cyclisch. Dat is geen reden om op te geven: er zijn waarden die je moet beschermen, voor een jaar, een decennium, een generatie, voor zo lang het duurt. In het geval van Churchill was oorlog voeren de enige morele keus. Als het op buitenlandse politiek aankomt, weigert men te erkennen dat je soms moet kiezen tussen twee kwaden.’
Onmenselijke toestand
Gray trekt hard van leer tegen de halfslachtigheid van het Europese beleid. ‘IS is niet uit te roeien in een week of een maand. Het duurt misschien wel jaren. En daar hebben we geen zin in, dus gooien we een bom hier of daar en trekken we vervolgens onze handen er vanaf. Het is narcistisch beleid: we doen iets minimaals om ons geweten te sussen maar zijn niet bereid om ons er duurzaam voor in te zetten.
Ook de manier waarop met Griekenland wordt omgesprongen, is een toonbeeld van hoe Europa denkt dat het voor het maximaal haalbare moet gaan en weigert concessies te doen. Varoufakis zei iets heel verstandigs: als Europa Syriza niet serieus neemt en Tsipras met lege handen naar Athene wordt teruggestuurd, is de kans groot dat de regering uiteenvalt en bij de volgende verkiezingen de Gouden Dageraad de tweede of zelfs de eerste partij wordt. Vijf jaar geleden was het amper een serieuze partij, nu is het de op twee na grootste in het parlement. En intussen vragen we van de Grieken het onmogelijke. In de ziekenhuizen zijn er niet genoeg chirurgische handschoenen meer, infecties verspreiden zich sneller, mensen nemen hun eigen lakens mee naar het ziekenhuis omdat die niet meer worden gewassen, er zijn niet genoeg vaccins meer voor kinderen, enzovoorts. Een vrij onmenselijke toestand. Misschien is een Grexit de oplossing, ik weet het niet. Maar nu nog verder bakkeleien in Brussel en geen beslissingen nemen en zo de Gouden Dageraad in het zadel helpen is een scenario dat we absoluut moeten vermijden. Wees een beetje realistisch: werk met Syriza en voorkom zo dat je straks met de Gouden Dageraad zit opgescheept.’
Het geloof in een betere wereld of een hogere mensensoort zorgt uiteindelijk alleen maar voor geweld in de strijd die te bereiken, vindt Gray. We hebben weliswaar mythen nodig, maar we moeten nogal selectief zijn in het kiezen ervan omdat het gros niet alleen het eigen leven betekenis geeft, maar ook dat van een ander overbodig maakt.
Gray: ‘Schadelijk zijn die mythen die een bevolkingsgroep demoniseren, religies die andersdenkenden uitsluiten. Er zijn veel levensbeschouwingen en politieke ideologieën die zich daarvan bedienen. De mantra is dan: als er maar geen homo’s waren, geen Joden, geen Roma, geen bankiers of kapitalisten, dan zou het goed komen met de wereld. In zekere zin is het seculiere denken daarin nog verder doorgedraafd dan bijvoorbeeld het christendom. Volgens de christelijke theologie is de mens van nature nooit alleen maar goed – het kwaad is in de mens verankerd. Een ideale wereld wordt nooit bereikt zonder tussenkomst van een of ander opperwezen. Seculieren zijn eerder geneigd om de schuld van al het kwaad bij een bepaalde bevolkingsgroep neer te leggen.’
‘Ik probeer mijn lezers niet te overtuigen van een of ander standpunt. Ik wil hooguit dat mijn lezers zich bewust worden van bepaalde denkpatronen’
Wat zijn dan goede mythen om aan vast te houden?
‘Ik moet altijd denken aan een vriend, de schrijver J.G. Ballard, hij overleed een paar jaar geleden. Hij groeide op in Shanghai. Toen hij jong was, brak de Tweede Wereldoorlog uit en werd de stad bezet door de Japanners. Hij kwam met zijn ouders in een kamp terecht. Hij beschreef in zijn memoires dat hij het daar eigenlijk helemaal niet zo erg vond. Hij was een tiener, voelde zich sterk, uitgedaagd, zag de strijd om voedsel als een spel. Later, terug in Shanghai, wandelde hij met zijn vader door de verwoeste stad. Ze liepen een casino binnen. Overal lagen fiches, gebroken glazen, speeltafels lagen op hun kant, kroonluchters troonden er tussenin. Het glas glinsterde, het messing van de bar blonk. Het halfduistere casino maakte een magische indruk op Ballard. Hij realiseerde zich dat dat wat de ene dag vanzelfsprekend is, de volgende dag weg kan zijn, of, zoals hij zelf schreef, dat “de prachtigste dingen die je tegenkwam zo op de mestvaalt van de geschiedenis konden belanden. Ik had ook het idee dat het casino nu echter en betekenisvoller was dan toen het tot de nok met de gokkers en dansers was gevuld.” Ballard ontwikkelde zijn eigen persoonlijke mythen om met zijn trauma’s af te rekenen.’
Als u schrijft, probeert u ook een zinnig verhaal te produceren met een begin en een eind. Zijn uw boeken het betekenisvolle patroon in uw leven?
‘Anders dan veel andere filosofen, en veel wetenschappers ook, probeer ik mijn lezers niet te overtuigen van een of ander standpunt. Kinderachtige atheïsten als Richard Dawkins voeren in hun boek een kruistocht tegen iedereen die nog ergens in gelooft. Zij denken dat religie een soort primitieve wetenschappelijke theorie is die nu zo langzamerhand wel weerlegd is, terwijl de oudste kerkvaders al wisten dat je het scheppingsverhaal niet letterlijk moet lezen. Mijn boeken zijn voor iedereen. Ik wil hooguit dat mijn lezers zich bewust worden van bepaalde denkpatronen. Wat ze daar dan mee doen, moeten ze zelf weten. Voor mij is het het schrijfproces, het maken van iets, waar ik heel veel plezier uithaal.’
Dus betekenis zit hem voor u in het creëren op zich?
‘Ik praat liever niet over mijn persoonlijke ervaringen. Natuurlijk, ik heb mijn manier gevonden, bepaalde illusies overboord gezet en leef nu verder en geniet van wat ik lees en wat ik schrijf.’
‘Volgens mij is niet het bewustzijn de meest typerende eigenschap van de mens, maar zijn innerlijke verdeeldheid’
Het overboord zetten van illusies – werkt dat louterend? Benadert u zo toch een beetje meer de vrijheid waar u het in uw boek over heeft?
‘We moeten allemaal een manier vinden om met het gebrek aan zin om te springen. Daarvoor hebben we die mythen nodig – om de zinloze realiteit iets van betekenis te verlenen. Maar het blijft een strijd, want er is nu eenmaal geen doel in het leven en een perfecte wereld is een illusie.
De vrijheid waar Kleist het over had, die van de marionet en die van het dier, is een toestand waarin de mens niet wordt gekweld door zijn tweeslachtige natuur. Volgens mij is niet het bewustzijn de meest typerende eigenschap van de mens, maar zijn innerlijke verdeeldheid: geen enkel ander dier streeft naar bevrediging van begeerten en doet ze tegelijkertijd af als zondig en slecht, geen enkel dier is zijn hele leven bang voor de dood en tegelijkertijd bereid te sterven voor een verhaal, geen enkel dier wordt heen en weer geslingerd tussen zijn natuur, zijn lijfelijkheid en zijn bewustzijn.’
En zo blijft die vrijheid onbereikbaar.
‘Vrij zou de mens zijn als die óf geen enkel zelfbewustzijn zou bezitten en kon dansen als de marionet, of wanneer hij het volle bewustzijn zonder de kluisters van de materiële wereld zou hebben: het bewustzijn van een god. Het verlangen vrij te zijn, het verlangen verlost te worden van een ellendige wereld en ons ambigue gestel is nu eenmaal een religieus verlangen dat zo oud is als mensheid. We zijn allemaal grootgebracht met die paar brokjes bedorven christendom waardoor we denken dat aan het einde van de tunnel het paradijs gloort.’
Heeft u zelf geen religieuze denkbeelden?
‘Ik herinner me een interview van de BBC uit de jaren zeventig waarin dezelfde vraag werd gesteld aan P.G. Wodehouse. Een schrijver, maar heel veel wijzer dan welke filosoof dan ook. Hij moet toen al een jaar of negentig zijn geweest.
Hij antwoordde: “It’s frightfully hard to say you know”. Dat zou ik nu ook willen zeggen: frightfully, frightfully hard to say.’
‘Als je regeert, als je minister bent, moet je zo realistisch mogelijk zijn. Voor een individu, voor ieders persoonlijk leven, vind ik het een intolerante eis’
Laat ik het anders formuleren: wanneer betrapte u uzelf voor het laatst op een irrationele gedachte?
‘U moet nu niet denken dat ik uw vraag ontwijk, maar ik zou het echt niet weten. Het is verschrikkelijk moeilijk te zeggen. Er zit ongetwijfeld ook een zweem religie in mijn denken verstopt, er zijn vast mythen waarin ik geloof zonder me daar bewust van te zijn. Het zijn heel subtiele dingen, ze komen en gaan. Maar waarom zou ik het zeker moeten weten? Die mythen zijn niet altijd schadelijk. Als je regeert, als je minister bent of president, dan moet je zo realistisch mogelijk zijn en op basis daarvan beslissen. Voor een individu, voor ieders persoonlijk leven, vind ik het een intolerante eis. “Geloof of geloof niet!” Waarom zou ik daarop moeten antwoorden?’
Als we altijd met mythen, fantasieën en illusies zullen blijven leven, waarom zouden we dan überhaupt nog ons best doen om iets van een objectieve waarheid te vinden?
‘Dat klinkt een beetje naar de vraag waarom je überhaupt nog zou leven terwijl je weet dat je toch wel doodgaat.’
Ik bedoel: kunnen we het onszelf niet gemakkelijk maken in ons eigen gekozen verhaal?
‘Het is niet zo makkelijk om een goed verhaal te vinden, een verhaal waar je anderen niet mee schaadt. Maar als je er een vindt, grijp het, klamp je er aan vast!’
John Gray, ‘De ziel van de marionet. Een zoektocht naar de vrijheid van de mens’, Ambo Anthos, 174 p., € 18,99. U kunt het boek hier bestellen.
 
 

woensdag 8 juni 2016

Gaat de bedrijfsarts toch nog op de schop? De NVAB papers : is de bedrijfsarts de dodo onder de dokters ?

Is de bedrijfsarts de dodo onder de dokters ?

Het hoge woord is eruit. Positie en takenpakket van de bedrijfsarts moeten op de schop. Dat stelt de KNMG/NVAB-werkgroep Toekomst Arbeidsgerelateerde Zorg (TAZ) voor. De gevolgen daarvan zijn – ook voor niet-bedrijfsartsen – ingrijpend: de huisarts krijgt er bijvoorbeeld een nieuwe collega bij in het gezondheidscentrum. Roepnaam: de arbeidsarts. Maakt u alvast een kamertje vrij?

En om het nog dichterbij huis te houden: ook de sociaal-medische begeleiding van zieke medewerkers in ziekenhuis, zorginstelling of gezondheidscentrum zal totaal anders worden georganiseerd. Alles wat nu werkt, wordt anders. Heel anders.
 
Verkondiger van deze blijde boodschap was de voorzitter van de KNMG-werkgroep prof. dr. Gerrit van der Wal. Hij gaf de NVAB, de beroepsvereniging van bedrijfsartsen, de primeur van dit baanbrekende nieuws tijdens zijn presentatie ‘Zorg die Werkt’ op de jaarlijkse Bedrijfsgeneeskundige Dagen.
 
                             
 
 
Ja, de NVAB was het gezeur over de positie van de bedrijfsarts meer dan beu. Nee, een stelselwijziging was niet aan de orde, én de financiering was ook niet het probleem. Dat was tenminste jarenlang hét standaard antwoord van de NVAB. Zij die daaraan twijfelden, hadden het allemaal niet goed begrepen. Ook dat was een vaste NVAB-tekst.
 
De werkgroep TAZ zet nu definitief in op een grote stelselwijziging met arbeidsparticipatie als behandeldoel (voor alle artsen) en financiering vanuit het basispakket zorgverzekeringswet. De coming out compleet.
 
 
                               
                     
 
 
 
Het is letterlijk een ‘baanbrekend’ plan. Positie en takenpakket van de huidige bedrijfsarts worden namelijk opgesplitst. Er komt straks één discipline voor het specialisme arbeid en gezondheid met drie uitstroomprofielen. Want naast een (uitgeklede) bedrijfsarts, en verzekeringsarts (oude/nieuwe stijl) wordt de sociaal-geneeskundige familie uitgebreid met een geheel nieuwe dokter: de arbeidsarts
.
Het plan: de uitgeklede bedrijfsartsen werken in opdracht van een bedrijf, verzekeringsartsen (oude/nieuwe stijl) in opdracht van een verzekeringsmaatschappij (UWV of particuliere verzekeraar), én de splinternieuwe arbeidsarts – in de eerste lijn – in opdracht van de ‘werkende’. Die werkende – eigenlijk iedereen tussen 16 en 67 jaar – krijgt drempelloze en vrije toegang tot de arbeidsarts. Gratis dus, zonder eigen bijdrage – alles betaald vanuit basispakket Zvw. Zorgpremie gaat (fors) omhoog.
Wellicht pijnlijk, maar het is voor de goede zaak en het helpt werkend Nederland vooruit. Zeker weten. Wis en waarachtig
 
 
 
                           
 
 

Lange tijd heeft deze werkgroep onder de radar gewerkt. Je moet een broedende kip tenslotte niet storen: voorstellen zijn gewikt en gewogen, deskundigen geraadpleegd, notities geschreven, langdurig is aan teksten gesleuteld. Totdat dit najaar uitgebreide vergaderstukken uitlekten – in kleine kring beter bekend als de NVAB-papers. Kortom: de TAZ werkgroep, met grote NVAB-delegatie, is niet over één nacht ijs gegaan. Hier is over nagedacht.
 
Het lijkt allemaal verrassend veel op het oude FNV-plan van de werknemersarts. Hetzelfde maar toch anders.
 
Maar één dingetje: welk probleem moest hier ook al weer mee worden opgelost?
 
 
 
                             
 
 

zondag 29 mei 2016

Newsdesk De Werkplaats - week 21 doorgenomen: Grote veranderingen op komst - VERS VAN DE PERS - BEDRIJFSARTS toch nog OP DE SCHOP ?

Bericht van de Newsdesk De Werkplaats

Berichten uit de samenleving, kolom sociale zekerheid, sectie bedrijfsgezondheidszorg - week 21 - 2016

Over op handen zijnde veranderingen , zelfs mogelijke game changers.
Wat zit er in het vat, en wat in de pijplijn.
 
Wat viel op deze week en hoe dat te duiden ?
 
1. Brief van Autoriteit Persoonsgegevens van 24 mei 2016 aan Oval - te lezen als vooraankondiging naar een komend onderzoek naar arbo sector.

Wordt de hele arbo branche binnenkort onderzoeksobject van Autoriteit Persoonsgegevens ? De kans erop lijkt vrij groot. Een nadere toelichting en overdenking

Opnieuw is er een sterk verhoogde 'belangstelling' waarneembaar bij Autoriteit Persoonsgegevens in de arbosector.

Recent heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) haar oude beleidsregels uit 2008 geactualiseerd en verwerkt tot de nieuwe publicatie De Zieke Werknemer. Deze beleidsregels zijn met ingang van 29 april 2016 - 0900 uur in werking getreden (middels publicatie in de Staatscourant).

Al eerder deed de zogenaamde Abrona zaak veel stof opwaaien en was aanleiding tot een uitgebreide (interpretaties) debatten in allerlei gremia. Kern: hoe moeten 'het werkveld ' dit rapport lezen ?

Ook deze nieuwe beleidsregels geven aanleiding tot veel vragen én debat. Zoals mooi terug te lezen valt op de Oval site.

Bericht 26 mei 2016:  Reactie AP op brief OVAL inzake verwerking persoonsgegevens en verzoek uitstel handhaving

Het AP reageert middels brief dd 24 mei 2016 op brief van Oval van 12 mei met verzoek van Oval tot opschorting voor periode van zes maand van eventuele handhaving.

Deze brief van de AP is meer dan close reading waard.
Let op de (*)
In deze brief valt het volgende te lezen:


  • Oval zal uiterlijk op 1 juli 2016 (*) namens branche (*) een inhoudelijke reactie (*) aan het AP sturen. Binnen zes week vanaf nu dus.
 
  • Naast de voorbereiding van een inhoudelijke reactie zal tevens een analyse (*) bij leden met oog op mogelijke impact op dienstverlening, systemen en gegevensstromen tussen arbodienstverleners en hun opdrachtgevers (*) plaats vinden.

  • De AP lijkt Oval enige lucht te geven, maar schaakt vooruit. Dat valt te detecteren uit de volgende zinnen:

  • AP vindt het 'niet opportuun om vlak na uitleg van norm haar handhavende bevoegdheden in te zetten'. Dat is het positieve signaal. Dat is de lucht. Maar noemt nergens een termijn. Van de gevraagde zes maand is niets terug te lezen. Maar 1 juli staat wel genoteerd.

  • De AP stelt harde clausules als zij stelt dat de AP 'er aanhecht dat betrokken partijen de komende tijd  starten met analyse (*) en indien nodig (*) voorbereidingen (*) treffen om implementatie van aanpassing in systemen mogelijk te maken.

  • Aan het werk - lijkt het AP te zeggen. Kort door de bocht samen te vatten als: niet lullen, maar poetsen. Geen woord over een 'inhoudelijke reactie'. AP lijkt met meer dan gewone belangstelling  naar de analyse uit te kijken, maar gaat stap verder als Oval wellicht van te voren bedacht, want wil tevens implementatieplan zien ( indien nodig). Analyse kan als breekijzer worden geinterpreteerd

  • AP gaat ervan dat  'de norm- lees de beleidsregels- zo helder zijn dat betrokken partijen meteen de nodige voorbereidingen kunnen treffen om implementatie van aanpassing in systemen mogelijk te maken.

  • De klapper zit in de laatste alinea: Mocht het AP signalen ontvangen dat betrokken partijen geen begin hebben gemaakt met analyse (*) dan wel implementatie(*) van de norm (*) dan kan voor AP alsnog aanleiding zijn om onderzoek te starten met mogelijke bestuurlijke sanctie tot gevolg.
 
Tip: lees de brief nog eens zorgvuldig na en overdenk de implicaties
 

 


 
links:

Autoriteit Persoonsgegevens - algemeen


Beleidsregels De Zieke werknemer - in werking miv 29 april 2016 0900 uur


 
 
 
Vers van de pers !
 
Bericht 2: Gaat bedrijfsarts toch nog op de schop ?
KNMG- NVAB doen voorzet
 
Vorig najaar lekte vergaderstukken van de KNMG werkgroep Toekomst Arbeidsgerelateerde Zorg uit. Dat deed in inner circles nogal wat stof opwaaien.
 
Oval nodigde daarop NVAB bestuur uit voor nadere toelichting. NVAB bestuur ontkende in grote lijnen.
 
Daarna bleef het lang stil.
 
Op de BG dagen van afgelopen week lichtte de voorzitter  van de werkgroep Gerrit van der Wal een tip van de sluier op.
 
KNMG blijkt (toch) voor grote stelselwijziging te zijn. Naast bedrijfsarts en verzekeringsarts blijkt er derde uitstroom profiel te komen: de arbeidsarts, gefinancierd uit basispakket Zvw. Tenminste: dat zijn de voorstellen.
 
 
 
Eerste reactie van de Newsdesk: dit komt niet uit de lucht vallen. Lees eerdere blog daarover.
 
 
 
 
Tweede reactie van de Newsdesk: NVAB bestuur lijkt wat uit te leggen te hebben aan Oval.
 
 
 
Lees en beoordeel zelf: Bekijk de presentatie van prof dr Gerrit van der Wal. Vers van de pers ! Net op het net.
 
 
 
Nadere berichten en duidingen, commentaar volgen binnenkort
 

vrijdag 27 mei 2016

De NVAB papers - gaat de bedrijfsarts dan toch nog op de schop ?

Vrijdag 27 mei 2016
 
Gisteren een nieuwe blog aangeleverd bij Medisch Contact - dé website voor artsen en het weekblad voor alle KNMG-ers.
 
 
Maar deze was/bleek toch ietsiepietsie te spicy.   De redactie vond hem in ieder geval niet geschikt voor publicatie.  Maar even zo goed dus nu wel te lezen op De Nieuwe Bedrijfsarts. Oordeel zelf. U kunt zelf het aantal pepertjes scoren. 
 
 
 
 
De NVAB papers: gaat de bedrijfsarts - toch nog - op de schop ?
Wordt de bedrijfsarts dan toch nog opgesplitst in een werknemers én werkgevers arts ? En dat allemaal met medeweten, mogelijk zelfs op initiatief van de NVAB ?
Gaat het oude plannetje van de FNV uiteindelijk - via een achterdeurtje én na 6 jaar gesjor, lobbywerk én stemmingmakerij rond positie van bedrijfsarts - dan toch nog stiekum door ?
En zet de KNMG werkgroep Toekomst Arbeidsgerelateerde Zorg (TAZ) in op een grote stelselwijziging- met arbeidsparticipatie als behandeldoel en (dus ?) financiering vanuit het  basispakket Zvw?
Komt er straks één discipline voor het specialisme arbeid en gezondheid met drie uitstroomprofielen ? Bedrijfsartsen, werkend in opdracht van een bedrijf. Verzekeringsartsen die werken in opdracht van een verzekeringsmaatschappij(UWV of particuliere verzekeraar), én een nieuwe functie: de arbeidsgeneeskundige, die werkt in opdracht van de werkende. Lees én begrijp ik dat nu allemaal goed ? Een arbeidsgeneeskundige - werkend in opdracht van werkende ??
Voor me - op mijn bureau - liggen de uitgelekte stukken van deze KNMG werkgroep TAZ die lange tijd onder de radar opereerde. Boven op de stapel: de KNMG visie - Zorg die werkt - conceptversie 25 september 2015 (49 bladzijden dik). Daaronder: een zogenaamde covernotitie met algemeen commentaar (11 bladzijden). Gevolgd door: bijlagen bij vergaderstukken van 6 oktober 2016 met werkaantekeningen en interviews met deskundigen en nog wat losse memo's en notities. Een heel pak papier dus. Goeie dag. Ik weet niet wat ik lees.
Takenpakketten voor de werkgeversarts/bedrijfsarts en werknemersarts/arbeidsgeneeskundige blijken al keurig te zijn uitgewerkt - zo valt uit de bijlagen op te maken. Ik val van mijn stoel. Moet resetten.
Even nadenken: allemaal half jaar oud. Dus niets staat nog écht vast. Toch ? Ouwe bouwtekeningen- zal ik maar zeggen. Wellicht zijn er nieuwe inzichten opgedaan in de tussentijd. Dat is het positieve nieuws. Maar stel eens dat dit allemaal toch werkelijkheid wordt ? Wat dan ?
De voorstellen van de KNMG werkgroep TAZ blijken bij nader inzien naadloos aan te sluiten bij nieuwe strategienota van de NVAB. (Helaas nog niet openbaar). De NVAB wil ook naar 'een andere configuratie' van de bedrijfsgezondheidszorg. En hanteert hetzelfde denkraam: sociaal medische begeleiding is vorm van behandeling. Behandeling is zorg én dus lijkt financiering vanuit het basispakket Zvw vanzelfsprekend. Geen valide redenering, onbegaanbare weg, maar even zo goed bekend NVAB deuntje. Maar waarom moet de functie bedrijfsarts worden opgesplitst ? Wat is de meerwaarde van een arbeidsgeneeskundige ? Gaat dat werken ? Dat is mij niet helder.
Deze plannetjes (b)lijken ook niet zomaar uit de lucht te komen vallen. In januari van dit jaar pleitte de drie BGZ professoren ( Van Mechelen, Anema en Hulshof) ook al voor een grote stelselwijziging. Toeval bestaat niet, zou je denken.
Ter zake: hoe moet dit verder, wanneer is 'men' uitgedacht ?  Wellicht zal prof dr Gerrit van der Wal al komende vrijdag 27 mei (om 11.55 uur  om precies te zijn) een tip van de sluier oplichten tijdens zijn presentatie Zorg die werkt. Een KNMG-visie (nog in ontwikkeling) over de arbeidsgerichte medische zorg. Ben erg benieuwd.
Nog in ontwikkeling dus. Dat is mooi: maar welke kant uit ?
Links:

dinsdag 24 mei 2016

Managers lijken op dieren

Oude column uit de mottenballen

Dierentuin

Publicatie
Nr. 4 - 21 januari 2002
Jaargang
2002
Auteur
Dolf Algra

Vrijwel iedereen heeft een baas, chef of manager boven zich, een regelaar dus. Het is de bedoeling dat daardoor de zaken beter, gemakkelijker en overzichtelijker verlopen.
 
Er wordt beleid gemaakt, dagelijkse problemen opgelost, en logistieke en financiële zaken afgehandeld. Kortom, als medewerker op de werkvloer moet je er baat bij hebben.
 
Helaas gaat die vlieger niet altijd op.

Sommige medewerkers krijgen niet alleen de kriebels van hun chef, ze worden zelfs ziek van hem. Ze lijden aan bazenstress en worden overspannen van hun baas. Veel van die medewerkers komen bij de bedrijfsarts op het spreekuur om hun verhaal te doen, uit te huilen of tijd te winnen.
 
Het is aan de bedrijfsarts om daarvan weer iets werkbaars te maken. Iets wat niet altijd meevalt, maar wel de jeu van het vak.

Sommige bazen zijn dan ook niet voor de poes. Zo ging Jack Welch, ex-directeur van General Electric, zeg maar de Cor Boonstra van de Verenigde Staten, prat op zijn favoriete managementstijl onder de bijpassende benaming ‘management by fear’. Meer een tijger dus.

Als je goed oplet en om je heen kijkt, kun je zo een hele dierentuin samenstellen.
 
Ze lopen allemaal in de organisaties en bedrijven rond: de olifanten, de luiaards, de papegaaien, de brulapen, de haaien, de stokstaartjes en de hyena’s.
 
Van de interimmanagers wordt vaak gezegd dat zij zich als zeemeeuwen gedragen: ze komen krijsend aangevlogen, poepen de hele zaak onder, en laten een rotzooi achter.
 
De favoriete managementstijl van één van mijn vorige bazen was ‘management by surprise’: altijd kwam er weer een ander konijn uit zijn hoge hoed.

Ik ben er nog niet uit bij welk dier dit het meest past.

woensdag 18 mei 2016

System meltdown op het spreekuur - Jim Faas - blog Medisch Contact

Oud NVVG voorzitter Jim Faas - is van af nu begonnen met blogs op de site van Medisch Contact - onderstaand zijn eerste worp - herkenbaar - helder, to the point 

                     
Maandagochtend negen uur. Buiten regent het. Binnen start een nieuwe dag. Voor me zit Kees. Het eerste ziektewetconsult van vandaag. Kees werkte voor een bedrijf met zelfsturende teams. Daar blijkt hij niet tegen te kunnen. Hij raakt het overzicht én de draad kwijt. Hij wordt dan rood, gaat hakkelen én loopt weg.                              
 
 
Zijn verzuim is de laatste twee jaar enorm gestegen. Kees trekt het niet meer, maar de organisatie evenmin. Bij de zoveelste reorganisatie is Kees dan ook aan de kant geschoven. Kees is niet alleen de pineut, maar heeft zich ook ziekgemeld en zit daarom nu hier.
 
Je zou dit gedrag medisch kunnen duiden. Schot voor de boeg: autismespectrumstoornis. Moet Kees daarvoor nu wel of niet langs de psychiater? En wordt hij daar ‘beter’ van? Hij is dan wel verzekerd van gratis stempel. Maar voor je het weet transformeert dat stempel (ha fijn: erkenning!) in een stigma (hoe vervelend: ik ben besmet!). En zie daar dan maar weer eens vanaf te komen. Dat schijnt heel lastig te zijn. Alle juichverhalen uit de re-integratiewereld over omkering van beperkingen in ‘talenten’ ten spijt. Kees is pas vijftig en moet dus nog wel even mee.
 
Maar: is er eigenlijk wel iets mis met Kees? Gewoon een bijzondere medewerker, beetje teruggetrokken type: so what? Een uitgesproken nerd. Een detailfreak. Geen gezellige maar wel een vriendelijke vent – als je het hem niet te moeilijk maakt. En niet onbelangrijk: dit is toch 30 jaar goed gegaan? Tot aan die zelfsturende teams, dus.
 
Ik worstel. Wat is de kip, wat het ei. Maar ja: hier heb ik voor doorgeleerd, toch ? Laten we de zaak nog eens doorlopen. Of Kees kan niet meer meekomen én dat heeft een medische oorzaak – ik kies dan het meest passende label uit. Of mijn conclusie is dat Kees zich onvoldoende heeft aangepast aan de eisen van deze tijd. Tough luck! Sluit aan in de rij baanlozen. Jammer voor Kees, maar ik kan het werkloosheidsprobleem niet in mijn eentje voor hem oplossen.
 
Sla ik linksaf – medisch label – dan gaat Kees de verzuimbegeleiding in en kan er twee jaar worden uitgetrokken om hem te re-integreren. Hij komt daardoor financieel voorlopig niet in de problemen. Kosten voor de maatschappij. Het pamperen kent dan geen einde want Kees kan altijd terugvallen op zijn ‘stoornis’.
 
Ik kan ook rechtsaf slaan – de wereld verandert en jij dus wel of niet ook – onder het motto: niks aan de hand, gewoon iemand die niet meer op de werkplek past en dus de bakens moet verzetten. Kees moet subiet ander werk gaan zoeken. Daar staat hij dan. Geen ziekengeld. Op zijn vijftigste werkloos. De statistieken doen de rest.
 
Nu de hamvraag: is Kees mét medische diagnose nou zo’n heel andere vent dan zonder medisch label? En rechtvaardigt dat een compleet ander uitkeringsregime? Lijn 1: twee jaar compensatie voor ziekte, mogelijk gevolgd door een langdurige arbeidsongeschiktheidsuitkering. Lijn 2: pak ‘m beet twee jaar WW. Slechte arbeidsmarktkansen, waarna de bijstand lonkt, als ie daar al recht op heeft.
Halverwege ‘t spreekuur blijkt dat Kees een plaatsje in lijn 1 claimt. Hij is niet gek. Kwestie van gezond verstand en berekend gedrag. Als ik daar niet in meega, kan ik een forse dosis verzet verwachten. Ziek zijn blijkt toch lucratiever te zijn.
 
Do your job, Faas!
 
Ik pak stiekem het handboek verzekeringsgeneeskunde erbij. Op zoek naar het hoofdstuk: wat te doen bij een system meltdown?
 
 

dinsdag 17 mei 2016

Zware beroepen en loopbaan

Nieuw onderzoek bevestigt oude inzichten. Erasmus onderzoeker en gezondheidseconoom Bastiaan Ravesteijn onderzocht de zware beroepen en promoveert daarop over twee dagen, donderdag 19 mei.
 
 
Top 5 fysiek zware beroepen:
 
1. metselaar,
2. timmerman,
3. postsorteerder,
4. bakker en
5. verpleger.
 
Top 5 beroepen met minste regelruimte:
1. lopende bandmedewerker,
2. bediener van machines in chemische fabrieken,
3. metselaar,
4. postsorteerder en
5. kassamedewerker.

Geen zware arbeid meer op latere leeftijd

Onderzoek naar gezondheidsverschillen tussen arm en rijk

Mensen met zware beroepen zouden zich na hun vijftigste moeten omscholen. Zo wordt voorkomen dat hun werk zoveel schade toebrengt dat ze niet meer kunnen werken. Het gezondheidseffect van een jaar fysiek zwaar werk op latere leeftijd is namelijk vergelijkbaar met het effect van maar liefst zestien maanden ouder worden.
 
Dat blijkt uit promotieonderzoek door gezondheidseconoom Bastian Ravesteijn naar het effect van beleid op de gezondheidsverschillen tussen arm en rijk. Hij verdedigt zijn proefschrift op donderdag 19 mei 2016 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
 
Hoe kan overheidsbeleid gezondheidsverschillen tussen arm en rijk verkleinen? Die vraag staat centraal in het proefschrift van Ravesteijn 'Measuring the Impact of Public Policy on Socioeconomic Disparities in Health'. Hij onderzocht het effect van beleid op de gezondheidsverschillen tussen arm en rijk.
 
Ravesteijn stelt dat mensen met zware beroepen geholpen zouden moeten worden om zich na hun vijftigste om te laten scholen. Zo wordt voorkomen dat hun werk zoveel schade toebrengt dat ze niet meer kunnen werken. Het gezondheidseffect van een jaar fysiek zwaar werk op latere leeftijd is namelijk vergelijkbaar met het effect van maar liefst zestien maanden ouder worden. Voor het hebben van beperkte controle over de dagelijkse bezigheden op het werk - wat vaak voorkomt bij zware beroepen - is het effect zes maanden. Langer doorwerken betekent dat mensen met deze zware beroepen langer worden blootgesteld aan effecten van werken die de gezondheid schaden, juist op een leeftijd waarop dat werk hen het zwaarst valt.
 
 
Top vijf van zware beroepen
De promovendus heeft op basis van data over kenmerken van beroepsgroepen een lijst met 320 beroepsgroepen opgesteld, gerangschikt naar de mate van gezondheidsbelasting. De fysiek meest zware veelvoorkomende beroepen zijn: metselaar, timmerman, postsorteerder, bakker en verpleger.
 
De top vijf voor beperkte controle over de dagelijkse bezigheden bestaat uit lopende bandmedewerker, bediener van machines in chemische fabrieken, metselaar, postsorteerder en kassamedewerker.

Voor zijn onderzoek gebruikte Ravesteijn data over werk en gezondheid in Nederland en in Duitsland waar mensen tot 29 jaar lang werden geobserveerd. Zo kon rekening worden gehouden met factoren die zowel selectie in beroepsgroepen als de gezondheid beïnvloedden.
 
Ravesteijn toont verder aan dat mensen met laag gewaardeerde beroepen in Nederland drie keer zo vaak een slechte gezondheid rapporteren als mensen met hoog gewaardeerde beroepen. Hun sterftecijfer is tweemaal zo hoog en ze raken tweemaal zo vaak arbeidsongeschikt. Een algemene verhoging van de AOW-leeftijd is daarmee nadeliger voor mensen met zware beroepen: als zij twee jaar langer moeten doorwerken, dan is dat een relatief groter aandeel van hun resterende verwachte levensduur na pensionering. AOW-leeftijd voor mensen in ‘lichtere’ beroepen - doorgaans mensen met een hoge opleiding en een hoger inkomen - sterker laten stijgen lijkt wèl een verstandige beleidsmaatregel.
 
Effecten van latere schoolkeuze
Eén van de andere studies in het proefschrift gaat over de effecten van een latere schoolkeuze op gelijke kansen in het onderwijs en op de gezondheid op latere leeftijd. Volgens de promovendus zorgt het uitstellen van de schoolkeuze met een paar jaar voor meer gelijkheid tussen tussen arm en rijk.
In Nederland kiezen kinderen al na groep acht voor een middelbare schoolniveau, zodat ze al vroeg van elkaar gescheiden worden en op verschillende niveaus les krijgen. Dit in tegenstelling tot landen als Finland, waar kinderen van verschillende niveaus sinds de jaren '70 tot hun zestiende bij elkaar in de klas zitten.
 
Zo wordt voorkomen dat kinderen op een te jonge leeftijd een bepaalde richting inslaan. Doordat de schoolkeuzeleeftijd in Finland op sommige plekken eerder werd verhoogd dan in andere regio’s was het voor Ravesteijn mogelijk de effecten van dit systeem te schatten terwijl er kon worden gecontroleerd voor verschillen tussen geboortecohorten en regio’s.
 
 
De promovendus concludeert dat het verhogen van de schoolkeuzeleeftijdin Finland—waar de schoolkeuzeleeftijd met vijf jaar werd verhoogd —goed bleek uit te pakken voor kinderen uit gezinnen met lage inkomens. Hun kans om een universitair diploma te halen steeg van 6 naar 7,5 procent. De kans op een universitaire opleiding voor kinderen uit gezinnen met hogere inkomens daalde door de lagere schoolkeuzeleeftijd juist, van 24 naar 22,5 procent.
 
 
De late schoolkeuzeleeftijd had effecten over de gehele levensloop: de sterftekans van kinderen uit arme gezinnen tot aan het vijftigste levensjaar nam met 20 procent af, zo blijkt uit het onderzoek van Ravesteijn. Ook hier was het effect voor kinderen met rijkere ouders negatief: hun (oorspronkelijk lagere) sterftekans nam juist met 25 procent toe, zodat het verschil in sterftekans tussen arm en rijk vrijwel verdampte. In het oude systeem hadden kinderen uit gezinnen met lagere inkomens nog een 50 procent hogere overlijdenskans.
 
 
Scholieren worden in het voortgezet onderwijs op een spoor gezet en vormen er hun sociale netwerk dat over de gehele levensloop van invloed zal zijn op hun gedrag. Beroepskeuze en levensstijl kunnen ook van invloed zijn op de overlijdenskans.

zondag 8 mei 2016

Aanjager instroom bedrijfsartsen

 

Aanjager instroom bedrijfsartsen
                    

Van Gastel is de naam. Drs. M.P. van Gastel. ABD Topconsultant. Nieuwe taak: aanjager, kwartiermaker. Opdracht: bevorderen van de instroom van bedrijfsartsen. Het devies bij deze opdracht is simpel: move ‘em on, head ‘em up and ride ‘em in. Rawhide!
 
 
 
                                            Afbeeldingsresultaat voor rawhide
 
Kopje koffie?

Meteen ter zake maar. Het probleem: een dreigend tekort aan bedrijfsartsen. Er zijn nu nog 1750 bedrijfsartsen, maar over vier jaar nog 1200. Dus een daling van 130 bedrijfsartsen per jaar. Ouderen gaan met pensioen en jongeren stromen nauwelijks in. De oorzaak: het slechte imago van het ‘vak’ bedrijfsarts én de onbekendheid bij basisartsen met werk van de bedrijfsarts. Tenminste: dat staat in deze stapel rapporten. Nieuwe aanwas is nodig. Interventie is onafwendbaar. Dat is mijn specialiteit als aanjager.

De aanpak: in gesprek gaan met partijen in het veld. U dus. Voor de zomer nog. Heel veel babbel-de-babbel. Nagaan wat nodig is om de instroom weer op gang te brengen. Basisidee lijkt nu: het imago een beetje oppoetsen en het werk aantrekkelijker maken.
 
Stroopwafel erbij?

De aanpak in vijf zinnen: er zijn genoeg rapporten geschreven, nu spijkers met koppen slaan. Koe bij de horens vatten én de pijnpunt(en) op tafel leggen. Commitment organiseren. Uitgangspunt is geen financiering van de overheid. Dus zelf je broek ophouden. Normaal toch?
 
Is dit anders dan u had gehoopt? Mogelijk een bittere pil, een tegenvaller wellicht? Beter luisteren en lezen voortaan. Want dit stond al in graniet geschreven. Ok, even diep ademhalen. Nu: back to reality. Overheidsgeld is gepasseerd station. Dat is en harde randvoorwaarde en heldere boodschap.
Even zo goed: de karavaan trekt verder. Wij dus ook. Daarvoor zit hier ik hier én jullie daar. Het is nu tijd om afspraken te maken over de verdeling van de pijn en wie wat doet. Baseline: meedoen of afhaken. Nu beslissen.
 
Glaasje water?

Het eindproduct: een rapport met een concreet uitgewerkt en toepasbaar voorstel. Het liefst namens u, de veldpartijen. De trefwoorden zijn: gezamenlijke agenda én gezamenlijke routekaart. Samen dus. Met handtekeningen. Geen weg terug. Dus met harde commitment. Zo niet: dan zonder jullie. Maar dat is dan een echt ‘lost case’, lijkt me.
 
Het tijdpad: afronding en opleverdatum is uiterlijk oktober 2016. Dus nog een paar maandjes. Zomertje erbij. Makkie. Alles is namelijk al bekend. Tijd van afwachten, moeilijk doen, doorschuiven, circulatievoetbal én wegkijken is nu echt voorbij. Niet op de eigen postzegel blijven zitten. Het is nu de tijd om knopen door te hakken. Daar is geen woord Spaans bij, toch? Als je maar wilt, dat is het verschil! Dus wie zet de eerste stap?
 
Biertje dan maar?
Bitterballetje erbij?
Ober, muziek graag!
 
Don’t try to understand ‘em
Just rope, throw an’ brand ‘em
Soon we’ll be livin’ high an’ wide
Move ‘em on, head ‘em up and ride ‘em in.
Rawhide!
 
Kijk, ik zie ze al aan komen rennen, die jonge garde!
 
 
 
 
                                             Afbeeldingsresultaat voor rawhide                     
                                                             
 
 
 
 
 
 

vrijdag 29 april 2016

Wat is belangrijk aan werk ?

 
Wat is er belangrijk aan werk ?
 
Op die vraag komen steeds wisselende antwoorden. Dit is een overzicht van ouder onderzoek  van Frank van Luijk
 
 
Wat vind ik belangrijk in het werk ?
in volgorde van belangrijkheid- kenmerken van het werk
 
  1. interessant werk , werk dat ik graag doe
  2. goede contacten - met collega's en chef
  3. goede beloning
  4. prettige werktijden
  5. veel zelfstandigheid
  6. veel afwisseling
  7. goede overeenstemming tussen capaciteiten en wat gevraagd wordt
  8. goede werkzekerheid
  9. goede werkomstandigheden
  10. veel mogelijkheden om nieuwe dingen te leren
 
En: waarom werken wij ?

het lijstje met hoofdkenmerken
1. inkomen verwerven
2. ik hou van werken
3. contact met mensen, ergens bijhoren
4. zelfstandigheid, eigen baas zijn
5. geeft betekenis, een doel hebben in het leven
6. iets presteren, creatief zijn
7. zelfontplooiing, groei
8. werken als morele plicht
9. anderen een dienst bewijzen
10. status, erkenning, door tr werken ben je iemand
11. houdt me bezig. druk
12. iets doen wat in de lijn van mijn capaciteiten is
13. uitdaging
 
Dit is het laatste onderzoek: Bron Consultancy

De 10 belangrijkste kenmerken van goed werkgeverschap

26 april 2016 Consultancy.nl
  
 
Een aangename werksfeer en goede arbeidsvoorwaarden, dat zijn volgens een enquête gehouden onder zo’n 15.000 professionals de belangrijkste kenmerken van goed werkgeverschap.
 
Uit onderzoek van onderzoeksbureau ICMA, in opdracht van uitzendorganisatie Randstad, blijkt dat talent in ons land vooral op zoek is naar een prettige werkomgeving en een goed salaris met goede secundaire arbeidsvoorwaarden.
 
Opvallend is dat uitdagend en interessant werk pas op de zevende plaats komt van de top 10 belangrijkste aspecten van goed werkgeverschap. Voor het onderzoek ondervroeg ICMA meer dan 15.300 respondenten (mannen en vrouwen, werkend en niet-werkend in de leeftijd van 18 tot 65 jaar) naar hun voorkeuren op het vlak van arbeid en werkgeverschap.
 
Op plek drie staat baanzekerheid, gevolgd door een goede balans tussen werk en privé. De financiële gezondheid en flexibele werktijden winnen aan populariteit. Het belang van carrièremogelijkheden nam af onder respondenten, terwijl meer werknemers de ‘kwaliteit van het product’ belangrijk vinden als ze een nieuwe werkgever zoeken. Opleidingsmogelijkheden blijven belangrijk voor 16% van alle ondervraagde personen.
 
 
Verschil ouderen en jongerenVoor oudere Nederlandse werknemers, met veel ervaring en over het algemeen een stabiel opgebouwd (gezins)leven, zijn factoren als werksfeer, salaris, baanzekerheid en een financieel gezonde organisatie de belangrijkste drijfveren in de zoektocht naar een werkgever.
 
Zij ervaren dat het, naarmate men ouder wordt, moeilijker is om een nieuwe baan te vinden. Zij geven prioriteit aan factoren als baanzekerheid en stabiliteit. Ook de werklocatie is belangrijk; de afstand tussen werk en wonen moet niet te groot zijn. De groep tussen 25 en 44 jaar zit in een levensfase waarin het ouderschap vaak een hoge prioriteit heeft. Flexibel kunnen werken wordt dan als zeer aantrekkelijk ervaren.
 
Jongere werkzoekenden (18-24 jaar) zijn relatief minder gefocust op sfeer, salaris, werkzekerheid en de balans tussen werk en privé dan oudere werknemers. Jongeren zoeken vooral werkgevers die een inhoudelijk interessante baan bieden, met goede opleidingsmogelijkheden en (internationale) carrièrekansen. Daarnaast vinden jongeren sterk management en imago belangrijker dan de oudere werkenden.
 
VerwachtingskloofUit de resultaten blijkt verder dat er een discrepantie bestaat tussen wat talent belangrijk vindt en hoe zij werkgevers hierop beoordelen.
 
Zo komen de twee belangrijkste factoren – een fijne werkomgeving en goede arbeidsvoorwaarden – niet voor in de top 10 van bedrijfseigenschappen.
 
Werkgevers geven daarentegen veel meer aandacht aan zaken als salaris en baanzekerheid. “Dit betekent dat er geen goede match is tussen de wensen van professionals en wat organisaties daadwerkelijk aanbieden”, aldus de onderzoekers.