donderdag 18 juli 2013

Arbodienst aansprakelijk gesteld voor nalatigheid bij reintegratie

17 juli 2013

Opvallend bericht van site HR praktijk.
Een arbodienst wordt aansprakelijk gesteld voor nalatigheid bij re-integratie. Dat kan grote gevolgen en implicaties hebben. Daarom integraal het betreffende bericht.
 
Ga voor de integrale uitspraak naar bijgaande link:
Rechtbank Midden-Nederland, sector kanton, 24 april 2013, LJN: CA0043
 

bericht Hr Praktijk: 17 juli 13

Een onderneming wisselt na 3 jaar van arbodienst. Het UWV heeft ten aanzien van een zieke werknemer van de onderneming beslist dat door de onderneming niet aan de re-integratieverplichting is voldaan. Het UWV legt de onderneming vervolgens een loonsanctie op. De onderneming houdt de nieuwe arbodienst hiervoor aansprakelijk.

Klopt dit?
Wat waren de feiten?

De onderneming is per 1 januari 2010 gewisseld van arbodienst en de betreffende werknemer was al sinds januari 2009 arbeidsongeschikt. Bij de beoordeling na 2 jaar ziekte heeft het UWV een loonsanctie opgelegd omdat te laat het zogeheten 2de spoor is ingezet.

Tweede spoor

Van een arbodienst mag worden verwacht dat de werkgever het volgen van het 2de spoor wordt geadviseerd, zodra duidelijk is dat re-integratie 1ste spoor in eigen of passende arbeid bij de werkgever niet meer tot de mogelijkheden behoort.

De bedrijfsarts van de nieuwe arbodienst had ook zonder over het dossier van de vorige bedrijfsarts te beschikken een actievere rol moeten spelen om een goede evaluatie te maken van het eerste ziektejaar en voorbereidingen moeten treffen voor re-integratie 2de spoor.

De arbodienst mag zich niet achter haar algemene voorwaarden verschuilen waarin is bepaald dat de werkgever verplicht is om alle informatie te verschaffen die zij nodig heeft voor het deugdelijk uitvoeren van de overeengekomen diensten. Die verplichting van de werkgever doet aan de eigen verantwoordelijkheid van de arbodienst voor een deugdelijke eerstejaarsevaluatie niet af. De rechter houdt de arbodienst aansprakelijk.

 

donderdag 11 juli 2013

Zin in werk - de serie - de toelichting

Zin in het dagelijks werk

door:PETER HENK STEENHUIS − 29/06/13, 00:00
bron: Trouw - Letter en Geest - zaterdag 29 juni 2013    
De wekelijkse serie 'Zin in werk' verschijnt in boekvorm. Aanleiding voor de makers om zichzelf en hun werk onder de loep te nemen.


 
 
   
'Op de vraag wat de zin van het leven is, antwoordt iedereen met een opsomming van zijn levensloop", schrijft György Konrád op de eerste bladzijde van zijn roman 'Tuinfeest'. Bij een dergelijke opsomming wordt de invulling van ons dagelijkse werk steeds belangrijker. Kwam je een eeuw geleden op een verjaardag, dan sprak je over familie, de kerk, de partij, het verenigingsleven. Nu praat je over je werk.

Ons werk is tegenwoordig meer dan levensonderhoud alleen - het is onlosmakelijk verbonden met ons gevoel van eigenwaarde. Alleen weet bijna niemand wat zijn buurman precies doet. Goed, iets op Schiphol, of in het vastgoed, of in de haven. Maar wat dan? Geen idee.

Een paar jaar geleden werd ons huis verbouwd. Het kreeg onder meer een nieuw fundament. Terwijl ik op zolder zat te werken, stond het pand te trillen op zijn grondvesten. Het gedreun was dof en leek in de verste verte niet op het rauwe geluid dat heien gewoonlijk maakt. Ook bleef de gebruikelijke echo weg. Hoe ging dat eigenlijk in zijn werk, heien in een bestaand pand? Ik liep naar beneden en raakte met de heiers aan de praat. Het viel me op met hoeveel kennis en plezier zij vertelden over holle buizen, zandlagen en trillingsarm heien. Daarna sprak ik ook met timmerlieden, elektriciens, loodgieters. In de verhalen over hun werk lag altijd een zekere trots, als ik tenminste de goede vragen stelde - anders trakteerden ze me op een dooddoener en gelach.

Met fotograaf en filmmaker Marcel Prins besloot ik werkend Nederland in kaart te brengen, inzoomend op het detail. Eerst zochten we de heier op. Hij vertelde ons dat de hedendaagse heipalen niet meer van hout zijn, maar uit ijzeren, holle buizen bestaan die aan elkaar worden gelast tot ze de gewenste lengte hebben. "Met een krijtje schrijf ik op de buizen hoe diep we in de grond zitten, dat noemen we kalenderen. Ik heb nu drie buizen weggeslagen, zevenenhalve meter."

Ik probeerde die ochtend zo precies mogelijk te beschrijven hoe de heier één paal de grond in sloeg. Marcel fotografeerde het krijtje. Na afloop wisten we: zo moest het worden. Wij wilden een pars pro toto van iemands baan maken, een deel van het werk zo gedetailleerd beschrijven en fotograferen dat je zicht krijgt op het hele beroep.

Een paar jaar geleden besprak ik met de filosoof Theo de Boer het gedicht 'Praise Song for the Day' van Elizabeth Alexander. Dat gedicht begint met de woorden: Each day we go about our business. Een krant had die zin vertaald als 'Elke dag doen we onze dingen'. Naar mijn idee was dit een waardeloze vertaling, het gedicht begon nu met een stoplap. "Nee hoor", zei Theo de Boer. "Wie de dagelijkse werkelijkheid wil verbeelden, moet de dagelijkse taal toelaten in zijn poëzie." Hetzelfde geldt voor de dagelijkse werkelijkheid van iemands baan. Als je die wilt verbeelden, dan moet je de dagelijkse taal ervan toelaten in je verhaal.






Fietsenmaker Jos Dol vertelde hoe zorgvuldig hij een slag uit een achterwiel haalde: "Met twee handen pak ik aan beide kanten van het wiel telkens twee spaken vast, alsof ik een harp bespeel. Zo voel ik hoeveel spanning op de afzonderlijke spaken staat. Hoe vaster de spaak, hoe hoger de spanning. Door met die spanning te spelen, haal ik de golf uit het wiel."

Op dat stukje kregen we een reactie van Barbara Zwaan, theologe aan de Universiteit Leiden. Zij vergeleek Jos Dol met filosofe en mystica Simone Weil. Zwaan: "Wanneer Weil over aandacht schrijft, gebruikt ze grote, hoogstaande bewoordingen. Deze fietsenmaker zegt eigenlijk precies hetzelfde, maar impliciet en misschien daarom nog indrukwekkender. Dit is levende aandacht, aandacht voor het werk. De mensen in 'Zin in werk' vallen samen met wat ze doen. Ze zijn één met hun bezigheid, die daardoor voor mij iets mystieks of spiritueels krijgt, zonder dat het hier gaat om een hogere werkelijkheid: de mensen voeren immers gewoon hun beroep uit."

Hoe kunnen mensen zo opgaan in iets wat eigenlijk doodgewoon is: hun dagelijks werk? Socioloog Richard Sennett schrijft in 'The Craftsman' (2009) dat mensen door het leren van een vak een gevoel van eigenwaarde of zelfrespect krijgen, onafhankelijk van de erkenning van anderen. Het is een misvatting te denken dat de beloning voor ons werk buiten dat werk zou liggen, in salaris of aanzien. Sennett: "Trots op je werk - de beloning voor vaardigheid en toewijding - vormt het hart van het ambacht."

Ons dagelijks werk is een van de belangrijkste bronnen van menselijk geluk. Het is te vinden in de aandacht waarmee mensen werken, hun concentratie, hun betrokkenheid, hun aanwezigheid in het moment.

Aanwezig zijn in het moment, dat willen we allemaal. We volgen er dure cursussen voor, terwijl het eigenlijk de gewoonste zaak van de wereld is. Want hoe vaak slagen we erin op te gaan in ons werk en de tijd te vergeten?

Veel vaker dan we denken. Misschien wel iedere dag. En wie dat gevoel kent, weet dat je dan gaat zingen.

Chiel Hendriks, edelsmid: 'Ik begin grof, daarna wordt het steeds zoeken'

Marieke Ostendorf, chirurg: 'We slaan drie ankertjes in zijn schouder'

Bart van de Merkt, schoonmaker: 'Als ik keihard kan werken, ben ik tevreden'

Lilian Verhaak, hovenier: "Snoeien is kijken'


Voor meer informatie: http://zininwerk.dyndns.org/

 
 

Zin in werk - interview met interviewer/maker Peter Henk Steenhuis


Zin in Werk - de serie - uit Trouw

Zin in werk is een serie interviews met over mensen en werk, gemaakt door Peter Henk Steenhuis(tekst) en Marcel Prins (fotografie) en welke elke week verschijnt de bijlage Letter en Geest van het  dagblad Trouw ( de zaterdag aflevering).  Een bundeling van de eerste serie van 50 afleveringen is nu verkrijgbaar in boekvorm - dus een aanrader voor elke bedrijfsarts.

Peter Henk Steenhuis, journalist: 'Taal is inhoud'

 
 
bron: Trouw - Letter en Geest - zaterdag - 29/06/13, 00:00

"Ik ben nu het interview met fotograaf Marcel Prins aan het uittypen. Dat doe ik altijd. Het gesprek, dat ik heb opgenomen op een minuscuul, digitaal apparaatje, tik ik van begin tot eind letterlijk uit. Daarna begin ik aan het schrijven van het verhaal.

Wanneer begint een interview? Misschien al bij het allereerste telefoontje, als ik een oriënterend praatje maak. Dan luister ik scherp: begrijpt hij of zij wat de bedoeling is en krijg ik gedetailleerde antwoorden?

Het interview met Marcel Prins heb ik voor het laatst bewaard. Na een jaar lang samen optrekken om beroepen in woord en beeld te vangen, weet hij precies wat ik zoek.

Ik heb Marcel veelvuldig zien fotograferen, maar wat doet hij nou precies? Nu pas begrijp ik hoe belangrijk licht voor hem is. 'Licht is vorm', zegt hij. Hoewel ik het gesprek helemaal op band opneem, schrijf ik de belangrijkste uitspraken ook op. Die vormen de kern van het stukje dat ik straks schrijf.

Ik let erg op technische details. Begrijp ik alles? Anders zit ik mezelf straks achter de computer te vervloeken. Ook ben ik gespitst op mooie woorden. De taal is voor mij wat het licht is voor Marcel. Toen de dijkgraaf zei: 'Ik ben een duizenddingendoekje', wist ik dat ik hem daarmee kon karakteriseren. Hij had ook kunnen zeggen: 'Ik ben multidisciplinair'.

De persoonlijke taal vormt een risico: Hoe karakteristieker de woorden, hoe groter de kans op onbegrijpelijkheid.

Ik ben altijd op zoek naar actie. De lezer moet het idee krijgen dat hij erbij is geweest. Ik gebruik daar kleine tussenzinnetjes voor. Zo laat ik Marcel vragen: 'Wil je je laptop pakken en aan die tafel bij het raam gaan zitten?' De lezer, die inmiddels weet dat de fotograaf op zoek is naar goed licht, ziet de journalist opstaan en zijn ratjetoe verplaatsen. Terloops krijgt de lezer zicht op het mobiele karakter van het werk van de journalist.

Ik schrok van mijzelf toen ik de eerste foto zag. Wat een boze man. Onmiddellijk wist ik dat ik die waarneming kon gebruiken. Veel geïnterviewden vinden van zichzelf dat ze streng kijken wanneer ze geconcentreerd bezig zijn. Nee, welk woord gebruikte Marcel precies? Ze vinden zichzelf 'nors'. Norsheid heeft kennelijk iets met concentratie te maken. Dat moet in de neerslag van het interview.

Schrijven is schrappen, zegt men vaak. Marcel gaat door tot hij het gevoel krijgt dat 'portret en detail samen, kortstondig, een kern vastleggen van iemands werk'. Mijn doel: met ongeveer vijfhonderd woorden een kernachtig beeld geven van de persoon die het werk verricht. En van de zin die hij daarbij ervaart.

Nu komt de finishing touch, het moeilijkste gedeelte van mijn werk: wat kan eruit?

Het laatste deel van mijn werk leest u niet."

Voor meer informatie: http://zininwerk.dyndns.org/
 

Zin in werk - interview met fotograaf Marcel Prins

Zin in Werk - de serie - uit Trouw

Zin in werk is een serie interviews met over mensen en werk, gemaakt door Peter Henk Steenhuis(tekst) en Marcel Prins (fotografie) en welke elke week verschijnt de bijlage Letter en Geest van het  dagblad Trouw ( de zaterdag aflevering).  Een bundeling van de eerste serie van 50 afleveringen is nu verkrijgbaar in boekvorm - dus een aanrader voor elke bedrijfsarts.

Interview met Marcel Prins, fotograaf: 'Licht is vorm'

bron: Trouw - Letter en geest - zaterdag 29/06/13, 00:00   

 


"Voor ik iemand fotografeer, kijk ik eerst goed waar het licht vandaan komt. Licht is voor mij het allerbelangrijkst: licht is vorm. Een foto is een plat stuk papier, een gezicht krijgt alleen vorm doordat het licht er op een bepaalde manier op valt. Hier is het licht goed, er zijn een paar grote ramen. En het is bewolkt, daar ben ik blij mee, want zo blijven de contrasten beheersbaar.

Nu ga ik een foto maken van jou. Wil je je laptop pakken en aan die tafel bij het raam gaan zitten? Jouw werk is makkelijk, je bent te verplaatsen. Bij veel anderen in dit boek kon dat niet en moest ik me zien te redden op de werkplek, wat lang niet altijd de handigste plaats is om te fotograferen. Een automonteur kan moeilijk buiten de wielen gaan uitlijnen.

Ik doe meestal eerst de lichten uit. Mengvormen van dag- en kunstlicht geven vieze, gekleurde slagschaduwen. Als er te weinig daglicht is, zet ik een lamp neer die dezelfde kleur heeft als het daglicht en simuleer ik een raam.

Ga nu gewoon aan het werk. Was je aan het schrijven? Tik rustig verder, je vergeet mij vanzelf. Ik probeer me zo op te stellen dat de personen die ik fotografeer mij vertrouwen. Voelt iemand zich niet op zijn gemak, dan wordt het geen goede foto. Ik leg daarom altijd uit wat ik doe, waarom ik een lamp opstel, een scherm plaats om zonlicht te weren.

Een foto moet het verhaal in één beeld vatten. Voor deze serie wil ik alle aandacht vestigen op wat iemand doet. Het moet functioneel zijn, zowel documentair als stijlvol. Daarom fotografeer ik met weinig scherptediepte, waardoor het gezicht scherp uitkomt en de omgeving vervaagt.

Wat vind je van deze foto? Een boze man die naar een scherm zit te turen? Mensen vinden vaak dat ze een beetje nors kijken wanneer ze geconcentreerd zijn. Die momenten spoor ik juist op.

Ik ben op zoek geweest naar de kijklijnen. Bij een foto over concentratie probeer ik mee te kijken met de gefotografeerde die aan het werk is. Bij de piloot en de vuilnisman was dat lastig, omdat ik niet verder in de cockpit of op het dashboard kon kruipen. Soms koos ik ervoor iemand te fotograferen terwijl zij wegkijkt. Bij de geurspecialiste zit de concentratie in het wegdromen, zij zoekt in haar geheugen naar de bestanddelen van de geur die ze ruikt.

Behalve het portret fotografeer ik ook altijd een detail. Daar houd ik erg van, onbetekenende dingen die ineens betekenis krijgen, poëzie van het alledaagse worden: het krijtje van de heier, het knoopje in de draad van de chirurg, de zeem van de glazenwasser, de sleutels van de penitentiaire inrichtingswerker.

We gaan nog even door. Tot ik het gevoel krijg dat portret en detail samen, kortstondig, een kern vastleggen van iemands werk en de kijker het idee geven: ja, zo gaat dat bij een schoorsteenveger, een zangjuf, een vertaalster, een stratenmaker. Of een journalist."
 
Voor meer informatie: bekijk de site zin in werk:  http://zininwerk.dyndns.org/

Yalom - weergave van een recent interview in dagblad Trouw

 

Yalom - een bericht van de westkust
Het is al weer enige tijd geleden dat er in de Nederlandse media iets over Irvin D Yalom, de bekende Amerikaanse psychiater/schrijver verscheen. Maar recent publiceerde dagblad Trouw -  misschien wel de beste krant van Nederland - een interview van Monic Slingerland met Yalom, vanuit de tuin van zijn huis.
 
Tijd voor een kort moment van reflectie.
 
 
 


 

'Goed dat Spinoza niet online was'

 
De Amerikaanse psychiater Irvin Yalom behandelt mensen die aan doodsangst lijden met filosofische argumenten. 'Als het niet werkt, stuur ik ze door.'
   
De fiets van Irvan Yalom staat vooraan bij de open garagedeur. De nu 82-jarige psychiater en schrijver gebruikt hem elke dag voor tochtjes rond zijn huis in Palo Alto in Californië. Maar over de Golden Gatebrug in San Francisco fietst hij niet meer. "Dat is me tegenwoordig te steil."

Yalom blijft werken, al nam hij al jaren geleden afscheid als hoogleraar psychiatrie aan Stanford University. Elke middag ontvangt hij twee of drie patiënten, die doorgaans geobsedeerd zijn door de dood, of onmachtig om liefde te geven of te ontvangen. Yalom zet de levensvisie van filosofen als Epicurus, Spinoza of Nietzsche in om zijn patiënten weer vol in het leven te laten staan. Met boeken als 'Tegen de zon in kijken' of 'Scherprechter van de liefde' geeft hij zijn lezers de kans om mee te kijken.

Terwijl we door de tuin met oude bomen naar zijn werkruimte lopen, vertelt hij dat hij hier elke ochtend een paar uur schrijft. "Deze ochtend dus niet." Het interview verstoort zijn schema. Zelf gaat hij in zijn vaste stoel zitten waarin hij therapeutische gesprekken voert. Uitnodigend wijst hij naar de stoel van de patiënt. Na vijftig minuten - de standaardtijd van een therapeutisch gesprek - zal hij vragen of dit voldoende materiaal heeft opgeleverd.

In deze kamer schreef hij eindelijk over Baruch Spinoza (1632-1677), de Joodse filosoof die Yalom al jaren fascineert. Pas na een bezoek in Nederland aan Rijnsburg, het huis waar Spinoza leefde nadat hij uit de Joodse gemeenschap gestoten was, lukte het Yalom om zijn bevlogenheid in een roman te vertalen. Het grootste deel ervan berust op historische feiten, een enkele bijfiguur is door Yalom bedacht. In 'Het raadsel Spinoza', vorig jaar uitgekomen, beschrijft Yalom hoe de Duitse nazi Alfred Rosenberg een deel van de manuscripten van Spinoza redt van de vernietiging. Vlak voor het interview hoort Yalom dat 400 pagina's van de dagboeken van Rosenberg gevonden zijn.

Wat fascineert u zo in Spinoza?
"Hij was een outsider, uit de Joodse gemeenschap gestoten. Hij leidde een geïsoleerd bestaan. Het fascineert me ook dat hij boeken geschreven heeft die de wereld hebben veranderd. Ik gebruik in mijn boek 'Tegen de zon in kijken', waarin ik schrijf over mensen die doodsangst hebben, het woord rimpelingen. Dat beeld dat je door een steen in de vijver te gooien, golfjes veroorzaakt die ver doorgaan, dat helpt mensen om zich te verzoenen met de eindigheid, ook hun eigen dood. Met zijn boeken heeft Spinoza zulke rimpelingen voortgebracht, die ons nu nog bereiken."

Was dat isolement een voorwaarde voor Spinoza om te kunnen schrijven?
"Godzijdank was er geen internet in zijn tijd. Ik merk het zelf ook: steeds blijf je je mail checken. Ik heb vanochtend maar kort kunnen schrijven. Toen ik 'Nietzsches tranen' schreef zat ik op de Seychellen. Je hebt afzondering nodig."

In 'Tegen de zon in kijken' beschrijft u hoe u met de filosofie van Spinoza, en ook Epicurus, de doodsangst van uw patiënten probeert te bezweren. Is zo'n irrationele angst niet veel te sterk voor zo'n rationele benadering?
"Elk mens wil in leven blijven en we weten zeker dat we doodgaan. Doodsangst is dus reëel en niet uit te bannen. In mijn boek spreek ik over mensen die geobsedeerd zijn door de dood, die bij elk pijntje denken dat ze doodgaan, die in paniek raken als ze bloed moeten laten prikken. Zo'n angst verhindert mensen om echt te leven. Het paradoxale is dat het spreken over de dood, het omgaan met de dood en het onder ogen zien van de dood, mensen leert volledig te leven. Dat is tenminste mijn ervaring met terminale kankerpatiënten. Ik gebruik daarbij Epicurus, die schrijft dat de periode voor we begonnen te leven, net zo is als de periode na onze dood. Als we niet bang zijn voor die periode ervoor, waarom zouden we dat dan wel zijn voor wat erna komt?"

Werkt dat altijd? "Ik kies mijn patiënten zo uit, dat het bij hen werkt. Als ik na twee of drie sessies merk dat mijn aanpak niet aanslaat, verwijs ik door naar een collega."

Hebben religieuze mensen meer doodsangst?

"Dat hangt er vanaf hoe ze met religie omgaan. Wat mij betreft hebben we geen religie nodig om volledig te leven, zonder buitensporige angst voor de dood. We hebben ook geen religie nodig om ons verbonden te voelen, een essentiële voorwaarde voor levensgeluk. "

U schrijft dat sommige patiënten zich vastklampen aan religieuze voorstellingen, om vragen over de dood uit de weg te gaan. In uw boeken lijkt religie vooral over het leven ná de dood te gaan. Voor de meeste religieuze mensen die ik ken, gaat religie vooral over het leven vóór de dood. Hoe zit dat?

 "Ik ben, daar ben ik heel duidelijk in, een overtuigd atheïstische Jood. Atheïstisch sinds mijn dertiende. Anders dan bij Spinoza maakte mij dat niet tot buitenstaander. Mijn ouders hadden een kruidenierszaak in Washington, in wat nu een slechte buurt is. Ze waren te arm om de winkel op sabbat te kunnen sluiten. Je zou ze cultuurjoden kunnen noemen. Mijn vader zei dat hij niet meer in God kon geloven sinds de Holocaust.

"Ik krijg hier patiënten voor wie het geloof veel betekent. Pas nog een non, die het bidden miste. Mijn inzet is mensen te helpen. Als dat betekent dat ze iets aan hun geloof hebben, dan help ik ze daarbij. Mijn mening is daarbij niet van belang. Maar ik moet zeggen, die vraag die je me nu voorlegt, komt eigenlijk zelden aan de orde tijdens therapiesessies. Ik denk ook niet dat mensen die veel naar de kerk gaan mij opzoeken als ze problemen hebben.

"De opvatting dat het vasthouden aan een leven na de dood ons geen dienst bewijst, is al duizenden jaren oud. Je komt hem tegen bij Plato, de Stoïcijnen. Ik denk dat het gegeven dat er in de VS zo'n enorm sterke evangelisch-christelijke groepering is, de vooruitgang van ons denken wat dit betreft in de weg staat."

Bij het afscheid lopen we door het huis. Op de grond liggen stapels nog ingepakte exemplaren van een van de boeken van zijn vrouw Marilyn. Irvin Yalom en zij zijn al 67 jaar bij elkaar. "We kennen elkaar sinds we vijftien zijn."

Wat is het geheim van zo'n lang, goed huwelijk?

Even is hij stil. "We mogen elkaar. We respecteren elkaar. I like her."

Hij biedt een lift aan naar het station. In de auto ligt op de passagiersstoel een gesproken cursus confucianisme. Yalom draait die als hij naar San Francisco rijdt, een wekelijks ritje.

"Duizend jaar oosterse filosofie. Heel interessant."


bron: Dagblad Trouw - misschien wel de beste krant van Nederland

datum: 25/06/13, 00:00

interview: Monic Slingerland

plaats: PALO ALTO (CALIFORNIË)                            


 

woensdag 10 juli 2013

Terugtredende overheid maakt veerkrachtiger

Over minder overheid en meer ......

Vorige week verscheen het rapport Terugtreden is vooruitzien van de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). In het rapport pleit de RMO voor een meer terugtredende overheid. Dat verhoogt de veerkracht van de samenleving, aldus de schrijvers. Een interessante optie om eens nader onder de loep te nemen, want ook de sociale zekerheid en de zorg worstelen met dit vraagstuk.


Eén van de opstellers van het rapport is Paul Frissen, die een 'frisse' blik op deze problematiek heeft. Dit blijkt ook uit eerdere publicaties van zijn hand, zoals het boek De Staat van verschil - over de rol van de overheid en het bijzonder aardige boekje met de prachtige titel Van de goede bedoelingen en de dingen die nooit voorbij gaan - een verzameling columns van de hand van Paul Frissen. Zeer verfrissend dus.

Interessante man om eens nader mee kennis te maken:

 
 
Onderstaand daarom het interview met Paul Frissen, overgenomen uit/bron Trouw - 5 juli 2013, over het RMO rapport:


Yes, they can, de burgers kunnen het zelf. Dat is de boodschap die hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen de overheid wil meegeven. Als lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling schreef hij mee aan het advies 'Terugtreden is vooruitzien', waarin de overheid wordt gemaand niet alleen in woord, maar ook in daad haar bemoeizucht met burgers in te tomen. En de burgers zelf moeten aanvaarden dat de staat niet steeds voor hen klaarstaat

Aanvaard ook dat de staat niet altijd voor je klaarstaat.

Bemoeizucht? Het Rijk trekt zich toch juist terug?
"De overheveling van taken naar de gemeenten is een fascinerend proces. Zullen gemeenten meer overlaten aan de samenleving of gaan ze zichzelf oppompen? Hoe sympathiek ook: de keukentafelgesprekken over hoe mensen zoveel mogelijk zelf hulp kunnen organiseren met familie en buren, dragen het stempel van de overheid. De bemoeienis gaat onverminderd door en de neiging om achter de voordeur te kijken neemt alleen maar toe, vrees ik. Te veronderstellen dat als de overheid het niet doet, niemand het zal doen, is een raar idee. Veel Nederlanders steunen ontwikkelingsorganisaties, zijn mantelzorger en vrijwilliger. Die solidariteit is gebaseerd op lotsverbondenheid, niet omdat de overheid voorschrijft dat we solidair moeten zijn."

Waarom is het een probleem dat de overheid voor ons zorgt?
"We betalen, maar de overheid bepaalt. Het systeem loopt vast, de kosten zijn niet meer te dragen. Of zijn we bereid 70 procent van ons inkomen af te dragen aan de staat? Ik denk het niet. De solidariteit komt onder druk, want mensen zullen niet bereid zijn dubbele premies en belastingen af te dragen, terwijl ze er steeds minder voor terugkrijgen. Want wat collectief is, wordt heel schraal. De tweedeling neemt toe. Je zult zien dat mensen met geld gewoon de zorg en het onderwijs kopen die ze nodig hebben.

"We pleiten er als raad niet voor de verzorgingsstaat helemaal af te schaffen, maar hij zit in de weg. Hij heeft de autonomie en het initiatief bij mensen weggehaald. Neem de consultatiebureaus: hele vragenlijsten worden ingevuld om risicofactoren in een gezin zo vroeg mogelijk op te sporen. Ooit gehoord van operatie badeend? Bij huisbezoeken in Noord-Holland werd gecheckt of er een badeend was, als indicatie of er voldoende speelgoed was.

"De zorg, sociale zekerheid en onderwijs zijn in Nederland van oudsher heel veerkrachtig. Maar ze gaan nu gebukt onder een enorme hoeveelheid regels en bureaucratie om te controleren of dit soort maatschappelijke organisaties het wel goed doen."

Wat is de oplossing?
"Als je vindt dat burgers zelfredzaam zijn, dan moet je hen niet beschouwen als uitvoeringsorganisatie die doet wat de overheid voor hen bedenkt en met minder geld. Accepteer dan dat ze dingen niet meer doen, het anders doen en zich zelfs tegen het overheidsbeleid verzetten. Ja, en dan zullen er verschillen ontstaan.

"Als je de mogelijkheden verruimt voor burgerinitiatieven - ook om er privaat geld in te steken - dan zijn we meer in staat deze samenleving te verbeteren. Ze zullen beter aansluiten bij wat burgers zelf willen, met minder regels en minder afhankelijkheid van de overheid.

"Het leidt tot grotere variëteit, bijvoorbeeld in het onderwijs, scholen op basis van maatschappelijke opvattingen, identiteit, geloofsovertuiging. Of dorpen die hun kleine schooltje behouden met private gelden. Waarom niet?

"Laat ouders de opvang zelf organiseren. Dan krijg je meer crèches die 's nachts open zijn, voor kinderen van ouders die in de zorg en schoonmaak werken. Het kan nog goedkoper zijn ook."

Zijn de burgers wel klaar voor zo'n nieuwe relatie?
"Je kunt niet verwachten dat de samenleving het van a tot z voor je regelt. Voor de meest kwetsbaren zal er nog een vangnet zijn. De groep die we nu als kwetsbaar beschouwen, wordt waarschijnlijk een stuk kleiner. Een derde woont in een sociale huurwoning. Zijn die geen van allen in staat een woning op de markt te vinden?

"Die nieuwe, vrijere relatie zal bij sommigen schuren. Want het betekent ook vrijheid en tolerantie voor burgers in de biblebelt, die zelf beslissen over hun scholen, hun zorg en inenting bij mazelen. De overheid en de ggd's moeten zich daar niet mee te bemoeien."

Wat is de RMO?
De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) adviseert gevraagd - en soms ongevraagd - regering en parlement over sociale verhoudingen en burgerparticipatie. In mei werd een rapport uitgebracht over de organisatie van solidariteit, waarvoor ze ook een opinieonderzoek liet doen onder Nederlanders over de beleving van solidariteit. Een essay 'Swingen met lokale kracht', over het oplossen van problemen in de eigen leefomgeving, staat op stapel.






Onderstaand tevens het volledige bericht van het RMO en de links naar de betreffende achtergrondrapporten:

Terugtreden is vooruitzien - RMO juli 2013

De beweging van een terugtredende overheid slaagt alleen wanneer maatschappelijke initiatieven ruimte krijgen om publieke voorzieningen naar eigen waarden en inzicht te organiseren.
 
Dat vereist een fundamentele verandering van de verhouding tussen overheid en samenleving op het gebied van zeggenschap, financiering en rechtsstatelijke waarborgen. Ook vraagt het van overheden, politici én samenleving dat zij accepteren dat er meer verschil ontstaat in identiteit, omvang, keuzeaanbod en kwaliteit van voorzieningen als zorg, onderwijs en welzijn.
 
Dat stelt de RMO in zijn op 5 juli verschenen advies ‘Terugtreden is vooruitzien. Maatschappelijke veerkracht in het publieke domein’.
 
Een overheid die meer aan de samenleving wil overlaten zal moeten erkennen dat maatschappelijk initiatief in de toekomst geen extraatje is voor de organisatie van publieke voorzieningen, maar het uitgangspunt.

Anders blijft de ‘gelijkheidsfuik’ van de overheid in stand. Gelijke gevallen moet zij immers gelijk behandelen, waardoor het systeem voortdurend uitdijt, weinig ruimte biedt om verschil te maken en ‘loslaten’ in de uitvoering al snel ‘meer monitoring en controle’ betekent. Dit risico is reëel bij de op handen zijnde decentralisaties van onder meer AWBZ en jeugdzorg.

In tegenstelling tot de overheid zijn maatschappelijke initiatieven niet gevangen in deze gelijkheidsfuik. Zij organiseren hun dienstverlening op basis van een zelfgekozen doelgroep, probleemdefinitie en oplossingsrichting.

De initiatieven kunnen dus oplossingen bieden die passen bij de voorkeuren van mensen in de samenleving. Maar zij zullen ook verschil maken, de dingen anders doen dan de overheid ze wellicht vooraf had bedacht. Daarover ontstaat vaak politiek ongemak, waardoor loslaten in de praktijk moeilijk is. De RMO is van mening dat daadwerkelijk terugtreden van de overheid pas lukt wanneer:
  1. Maatschappelijk initiatief inhoudelijke en financiële zeggenschap heeft. Maatschappelijk initiatief is geen beleidsinstrument van de overheid. Maatschappelijke initiatieven kunnen de organisatie van publieke voorzieningen slechts op zich nemen, wanneer zij inhoudelijke en financiële zeggenschap hebben over de manier waarop zij die organisatie vormgeven. Scholen kiezen bijvoorbeeld zélf de wijze en inhoud van het onderwijs dat bij hun identiteit en doelgroep hoort. Het ligt dan ook meer voor de hand om al het onderwijs ‘bijzonder’ te maken en opleidingen meer mogelijkheden te geven om toegangscriteria en collegegelden vast te stellen.
  2. Nieuwe financieringsarrangementen tot stand komen. Overheden hebben bij herhaling te maken met onbeheersbare kosten, bijvoorbeeld in de zorg. De remedie voor de overheid is de aanspraken te verkleinen, maar dat heeft meer regels en bureaucratie tot gevolg. De organisatie van maatschappelijk initiatief kan deze spiraal doorbreken, maar alleen indien de overheid het mogelijk maakt dat er meer private middelen beschikbaar zijn. Denk aan vormen van publieke en private cofinanciering of een grotere bestedingsruimte voor burgers door fiscale aanpassingen. Ook zullen maatschappelijke initiatieven zelf risicodragend moeten zijn zodat zij de financiële verantwoordelijkheid van hun keuzes daadwerkelijk dragen.
  3. De overheid meer rechtsstaat en minder verzorgingsstaat is. Maatschappelijke initiatieven maken verschil. Dat betekent dat ze beter aansluiten bij de wensen van hun doelgroep, bijvoorbeeld doordat ze een bepaalde leefstijl ondersteunen, maar ook uitsluiten op basis van de identiteit die ze vertegenwoordigen en de missie die zij uitvoeren. De rechtsstaat kan beschermen en begrenzen. Een sterke rechtsstaat beschermt verschil door het tegengaan van monopolies en garandeert de vrijheid van vereniging en het recht op uittreding. Tevens is de rechtsstaat de waarborg tegen ongewenste vormen van maatschappelijk initiatief en een goede toegang tot recht wanneer verschillen tot conflicten leiden.

Achtergrondstudie

In het kader van de publicatie van het advies heeft de RMO twee achtergrondstudies laten doen. Arjen Boin en Michel van Eeten hebben een studie gedaan naar het concept ‘veerkracht’: ‘Maatschappelijke veerkracht: een nieuw ideaal doorgrond’. Deze studie is als bijlage aan het advies toegevoegd dat hieronder is te downloaden.

Willemijn van der Zwaard heeft voor haar stage bij de RMO een historische studie gedaan naar de verstatelijking van publieke voorzieningen aan de hand van drie bepalende momenten in de wording van de Nederlandse verzorgingsstaat: ‘Van rechtsgrond tot grondrecht’. Deze studie is hieronder ook te downloaden.

Te downloaden

Terugtreden is vooruitzien
Persbericht
Achtergrondstudie ‘Van rechtsgrond tot grondrecht’

dinsdag 9 juli 2013

Jumbo, ziekteverzuim en een lopende Fnv actie

Verzuimbeheersing is soms een hoofdpijndossier voor directies en hun Hrm afdeling.
Voor een vakbond soms een prachtige 'binnenkomer en cliffhanger '- voor acties op een breed front.

Dat wordt duidelijk uit de actueel lopende actie van FNV Bondgenoten bij het Jumbo distributie centrum.

'Jumbo hanteert het mechanisme 'ziek zijn is een keuze'. Maar aldus deze medewerker: ziek zijn is geen keuze, ziek zijn overkomt je en dat is al ernstig genoeg!

Een aardige variant op het bekende motto in verzuimland: verzuim is een keuze - van de Falke en Verbaan Groep

En zoals zovaak: er blijkt veel meer aan de hand te zijn. Onder de vlag van ziekteverzuim gaat een grote bak ongenoegen en onvrede (geen respect)  over van alles en nog wat schuil.

Oordeel zelf en bekijk de actievideo van de Fnv Bondgenoten, en tja: de beste meneer Jan Wever had niet zijn leukste dag van de week., dat is duidelijk 'aan hem af te lezen'.

Video FNV Bondgenoten : actie bij Jumbo - 8 juli 2013


Het bericht:

Donderdag 4 juli geven 150 distributiewerkers van het Jumbo-distributiecentrum in Woerden de supermarktketen een officiële waarschuwing. Aan hun regiomanager overhandigen zij een brief met hun eisen. De belangrijkste: “Jumbo, houd je aan de afspraken over ziektebeleid en respect!” Jumbo krijgt tot maandag 8 juli de tijd om met de Vakbond van Distributiewerkers in overleg te treden over de geschillen.

“Hallo Jumbo! Afspraak is afspraak!”

“Wat ons betreft is het nu genoeg geweest,” zegt Ruben Benjamins, distributiewerker bij Jumbo in Woerden. “In 2011 maakten wij afspraken over een transparant ziektebeleid, invloed op en zeggenschap over onze werktijden en geen verslechtering in onze arbeidsvoorwaarden. Doodnormale zaken die voor ons heel belangrijk zijn, maar voor Jumbo kennelijk niet. Want we zijn nu dik twee jaar verder en we constateren dat de afspraken niet of nauwelijks worden nagekomen. We zien eerder verslechteringen dan verbeteringen.”

Ziek zijn is geen keuze

Binnen het DC zijn verschillende werkers al de dupe geweest van het ziektebeleid van Jumbo. Bij een aantal werkers beïnvloedde de mening van de manager de diagnose van de bedrijfsarts. Ook komt het voor dat bij werkers die aangeven weer volledig aan het werk te kunnen hun betermelding niet wordt geaccepteerd. En er zijn distributiewerkers die ziek zijn gemeld, die alsnog aan hun collinorm worden gehouden.
 
Gea Lotterman mede-initiatiefneemster van het Meldpunt Verzuimbegeleiding van FNV: “Het lijkt alsof Jumbo het motto ‘Ziek zijn is een keuze’ hanteert. Het niet accepteren van een ziekmelding, geen toegang geven tot een arboarts en op de stoel van de bedrijfsarts gaan zitten. Dat zijn allemaal zaken die niet bij een goede, respectvolle verzuimbegeleiding horen. Wederzijds vertrouwen en respect voor de privacy van werknemers vormen de basis van een ziektebeleid gericht op duurzame inzetbaarheid.”

Meldpunt Verzuimbegeleiding

Begin februari van dit jaar startte FNV Bondgenoten het online meldpunt Verzuimbegeleiding om de ervaringen van werknemers met arbodiensten en/of verzuimbedrijven te verzamelen. Volgens de bond dienen wet- en regelgeving te worden aangescherpt om wanpraktijken in verzuimbegeleiding tegen te gaan. Werknemers kunnen tot 1 september hun ervaringen melden via www.meldpuntverzuimbegeleiding.nl.
 
 
 
bron: fnv

Leefstijl advisering - de discussie voortgezet

Te dik, te dun, te .....

De discussie over leefstijladvisering wordt opnieuw actueel door voorzetje van Paul Rosemoller  , voorzitter van Convenant Gezond Gewicht om afspraken over leefstijl in cao verband vast te leggen. Een brug te ver voor de FNV blijkt uit onderstaande discussie/bericht zoals overgenomen uit HR Praktijk:


Overgewicht? FNV tegen eisen levensstijl werknemers

Je baas die je verbiedt om kroketten te eten. Het moet niet gekker worden. Als het aan Paul Rosenmöller ligt, komen dat soort afspraken in de cao. FNV Bondgenoten denkt daar iets anders over.
“Het gaat wel erg ver om als werkgever eisen te stellen aan de levensstijl van werknemers”, zegt adviseur veilig en gezond werken Beater van der Velden. “Natuurlijk mag je verwachten dat je personeel  naar behoren functioneert, dus dronken op het werk verschijnen, of een drugsverslaving waar het werk onder lijdt, daarover heeft een werkgever wat te zeggen. Maar of jij tijdens je lunch kiest voor een salade of een broodje kaassoufflé, en of je een sport beoefent, dat laten we graag aan de werknemer zelf over.”


Afspraken over levensstijl
 

Rosenmöller is als voorzitter van het Convenant Gezond Gewicht voorvechter van een gezonde levensstijl. Bewustwording is een van de taken van het Convenant, maar volgens de voorzitter moet die ook worden omgezet in acties. Kantines met een gezond aanbod of fitnessabonnementen via de werkgever zijn volgens hem niet voldoende.
Het liefst ziet hij daarom afspraken over een gezonde levensstijl in het bedrijfsbeleid. Maar anders is de cao voor hem een goede gelegenheid. Hij wil daarom graag dat de Stichting van de Arbeid zich hiervoor gaat inzetten.


Aan de werknemer zelf
 

Maar volgens Van der Velden is dat niet de goede weg. “Natuurlijk vinden wij een goede gezondheid belangrijk. Maar hoe je daarvoor zorgt, is aan de werknemer zelf in zijn of haar privésituatie. Laat de werkgever maar wat doen aan de werksituatie waar hij wel wat over te zeggen heeft. Hij moet ervoor zorgen dat werknemers veilig en gezond kunnen werken. Helaas worden er in Nederland nog steeds veel te veel mensen ziek van of door hun werk."

Bovendien lopen we volgens haar het risico dat dit soort afspraken over levensstijl  in de plaats komen van goede arbo-afspraken. "Terwijl het voor de gezondheid van de werknemer effectiever is om wat te doen aan de ongezonde werksituatie of belasting van het werk. En niet aan de belastbaarheid van de werknemer. Dit soort afspraken zouden een verschuiving betekenen van de verantwoordelijkheid om veilig en gezond te kunnen werken van de werkgever naar de werknemer. En dat is voor ons onbespreekbaar.”

Overgewicht
 

Volgens Rosenmöller laten onderzoekscijfers opnieuw zien dat overgewicht een hardnekkig probleem is dat samenwerking vereist van alle betrokken partijen. Een aantal gemeenten en bedrijven laten al zien dat het mogelijk is om gezond eten en bewegen te bevorderen als er wordt samengewerkt, maar dit moet volgens het Convenant Gezond Gewicht op veel meer plekken gebeuren. “We zien mooie voorbeelden van publiek-private samenwerking in JOGG-gemeenten als: Rotterdam, Zwolle, Veghel, Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Daar werken verschillende bedrijven en organisaties samen om gezond eten en bewegen te stimuleren.”

maandag 8 juli 2013

Verzuim in sector zorg en welzijn blijft structureel hoog : 5.2% - werk aan de winkel !

Slechte rapport cijfers in de zorgsector; zo meldt de Inspectie SZW, de voormalige Arbeidsinspectie vandaag 8 juli 2013 in het rapport sector rapportage Zorg en Welzijn 2010 - 2012

De sector Zorg en Welzijn telt zo'n 16.000 instellingen en 1,35 miljoen werknemers.
De sector is in een achttal segmenten onder te verdelen, te weten:
1. ziekenhuizen
2. verpleging, verzorging , thuiszorg en kraamzorg
3. gehandicaptenzorg
4. ggz
5. welzijn en maatschappelijke dienstverlening (wmd)-
6. jeugdzorg
7. ambulancediensten
8. kinderopvang




De cijfers zijn tegenvallend voor de sector:
  • Het gemiddelde verzuim is hoger als het landelijk gemiddelde: 5.2 % in de zorgsector tegen 4.3 % ( landelijke gemiddeld) - gerekend over de periode 2005-2011.
  • het arbeidsgerelateerde verzuim in de sector is 20% hoger dan gemiddeld in Nederland (1.2% in de zorg en 1.0% landelijk)
  • een kwart van de Wia instroom is afkomstig uit de zorgsector
  • het arbeidsgerelateerde verzuim kent drie belangrijke oorzaken, namelijk psychosociale belasting, fysieke belasting en biologische agentia.
Ook het arbozorgsysteem is doorgelicht en met name de het segment Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening scoort opvallend slecht/ondermaats op bijna alle indicatoren.

Er valt nog veel te verbeteren blijkt uit de cijfers met name tav psychosociale arbeidsbelasting en werkdruk.

Meer gedetailleerde cijfers zijn terug te vinden in de sectorrapportage en de inspectie rapporten per segment.

Wanneer starten de aanbieders(de arbodiensten) met een gerichte sectorale aanpak met eigen expertise centra ? De klant kan wel wat hulp gebruiken !
 

Kortom: er is werk aan de winkel !





Ziekte verzuimpercentage BV Nederland zakt naar 3.8%

             

Verzuim blijft dalen

Utrecht, 8 juli 2013 –

In het eerste half jaar van 2013 is het ziekteverzuim gedaald van 4.1% in 2012, naar 3.8% nu. Het percentage werknemers dat aangeeft weleens ziek naar het werk te gaan, steeg van 56% in 2012, naar 66% nu.

Dat blijkt uit een analyse van 365/ArboNed, gebaseerd op ruim 1 miljoen werknemers.
Van de mensen die aangeven weleens ziek naar het werk te gaan, wil het merendeel gewoon graag zijn werk blijven doen.

Slechts 9% zegt bang te zijn voor de gevolgen – denk aan mogelijk baanverlies - van ziekteverzuim en gaat om die reden ziek aan het werk. “Dat percentage is overigens wel toegenomen”, aldus Dr. Corné Roelen, bedrijfsarts en epidemioloog bij 365/ArboNed. “In 2010 gaf 6% van de werknemers aan bang te zijn dat hun baan op de tocht staat als ze lang of regelmatig verzuimen.”

Het percentage mensen dat aangeeft ziek naar het werk te gaan, omdat anders niemand het werk overneemt, is gestegen van 15% in 2010 naar 25% nu. Dit kan ook verklaren waarom de gemiddelde verzuimduur is gedaald van 23 dagen in 2012 naar 21 dagen in het eerste half jaar van 2013. Mensen gaan kennelijk sneller weer aan het werk, omdat anders het werk blijft liggen en achterstanden ontstaan “Kortdurend verzuim door de hardnekkige griepepidemie dit voorjaar kan ook een rol spelen in de kortere verzuimduur die we nu registreren”, voegt Roelen daaraan toe.

Verzuimoorzaken

In de verzuimoorzaken zag 365/ArboNed weinig verschuivingen het afgelopen half jaar: 37% van het langdurig verzuim wordt veroorzaakt door klachten van spieren en gewrichten, 32% door overige lichamelijke klachten en 31% door psychische klachten. Verzuim met psychische klachten duurt langer (174 dagen) dan verzuim met lichamelijke klachten (166 dagen). Psychisch verzuim komt vaker voor bij vrouwen (38%) dan bij mannen (26%) en in meer dan 70% van de verzuimgevallen is psychisch verzuim stressgerelateerd. “Door economische ontwikkelingen in de afgelopen jaren zijn bedrijven gaan reorganiseren en hebben veel mensen hun baan verloren. Dat maakt dat hetzelfde werk met minder personeel moet gebeuren. Werknemers ervaren hierdoor een hogere werkdruk en hebben minder het gevoel dat ze hun eigen werk kunnen organiseren. Stress in het werk ontstaat als je de controle over je werk dreigt te verliezen”, verklaart Roelen.

Kosten van een behandeling

Werknemers ervaren ook de financiële druk van de recessie en maken zich zorgen over hun persoonlijke situatie. “Mensen hebben minder geld te besteden”, merkt Roelen in zijn spreekkamer. “Ze zoeken soms niet de hulp die ze nodig hebben, omdat ze de eigen bijdrage voor de behandeling van psychische klachten niet kunnen missen. Natuurlijk hebben mensen een eigen verantwoordelijkheid om te werken aan hun herstel. Maar als ze een noodzakelijke behandeling niet kunnen betalen, dan overleg ik met de werkgever over de kosten. Werkgevers zijn weliswaar geen zorgverzekeraars, maar niets doen lost het verzuim vaak niet op. En langdurig verzuim kost een werkgever vaak meer geld dan een behandeling.”

bron:arboned/365

donderdag 27 juni 2013

NVAB RICHTLIJN ONTWIKKELING: EEN KOEKOEKSJONG ?

               

Vorige week luidde de beroepsvereniging van bedrijfsartsen, de NVAB, de noodklok. In een brandbrief aan zowel minister Asscher van Sociale Zaken als Schippers van VWS wordt dringend aandacht gevraagd voor het feit 'er binnenkort acht NVAB richtlijnen de gebruikelijke wetenschappelijke geldigheidstermijn van 5 jaar ruim hebben overschreden'.
 
Ja, daar schrik je als minister toch wel even van. Heftig.
 
Aangezien de NVAB onvoldoende bij kas zit om de actualisatie van deze richtlijnen zelf te betalen (richtlijnontwikkeling blijkt namelijk een erg dure hobby te zijn), en de andere subsidie-infusen intussen zijn opgedroogd, doet zij nu een dringend beroep op de overheid voor subsidie.
 
O, zit die zo. Tja, dat wordt een beetje lastige zaak, gezien de toch wat precaire economische situatie waarin Nederland zich nu bevindt en de bezuinigingen die moeten worden doorgevoerd.
 

Deadline: 1 januari 2014

Maar - en nu komt de aap uit de mouw - indien de actualisatie van de richtlijnen niet op tijd wordt afgerond is de NVAB genoodzaakt om deze richtlijnen per 1 januari 2014 in te trekken.
 
Hé, lezen we dat nou goed? Richtlijnen intrekken? Gaan we nu een potje lopen dreigen? Interessant gegeven overigens: het zou een unicum zijn! Een wetenschappelijke beroepsgroep, die een streep trekt.
       
Dat intrekken van die richtlijnen heeft grote en vergaande consequenties, aldus de NVAB. Niet alleen voor de dagelijkse praktijk van de bedrijfsartsen, maar ook van de verzekeringsartsen, en de toetsing van medische deel van de reïntegratie (Wvp en Wia).
 
Ho, ho, ho, dames en heren van de NVAB, overdrijven we nu niet wat? Uit recent onderzoek met de passende titel: waarom NVAB richtlijnen niet worden gevolgd - een kwalitatief onderzoek naar het oordeel van bedrijfsartsen (Plomp, TBV sept 2012) blijkt dat ongeveer de helft van de bedrijfsartsen de richtlijnen niet uitvoert omdat deze juist niet bij die dagelijkse praktijk blijken aan te sluiten!
 

Drie opties

Tijd voor de tussenstand in dit debatje: Hmm, komt allemaal toch behoorlijk opgeklopt over. Timing en toon zijn bovendien niet goed. En: waarom wil een wetenschappelijk beroepsvereniging aan een overheidssubsidie infuus liggen?

Op weg naar de oplossing dan maar. Hoe nu verder ? Er tekenen zich een drietal opties af:
  1. De laat- maar -waaien- optie:  gewoon doen alsof de brief niet verstuurd is. Dat lijkt het beste, want de brandbrief is categorie beetje dom. Dus: brief in de onderste la leggen en het er niet meer over hebben.
  2. De paradoxale optie: De ministerie antwoordt de NVAB officieel dat de minister helaas niet op het verzoek in kan gaan (omdat .. en gezien ...) en gaat daarna over tot de orde van de dag. De NVAB is dan 'gedwongen' hun dreigement van intrekking door te zetten, want: wie a zegt moet b doen. Bovendien: grote jongens huilen niet. Dus intrekken die richtlijnen. Dat brengt de NVAB in een lastig parket. Want: welke sluitende argumentatielijn heeft zij ter beschikking om dit soort besluiten te kunnen cq mogen nemen. Is zij uberhaupt geautoriseerd om zo iets te kunnen cq mogen doen en hoe serieus neem je jezelf als beroepsvereniging als je tot dergelijke acties overgaat ?
  3. De pas-op-de-plaats optie: De huidige richtlijnontwikkeling bij de bedrijfsartsen lijkt op een koekoeksjong en is verworden een 'industrietak' die buitensporig veel geld opslokt. De dagelijks praktijk is het kind van de rekening en komt in het hele verhaal nauwelijks voor.

Juist de huidige opzet, en structuur vormen dé belemmering tot verbetering, innovatie en vernieuwing. Er moet tegenwicht worden geboden ten opzichte van het doorgeschoten EBM denken, waarvan het 'schriftgeleerde'/true believers-gehalte sterk stijgende is. Niets dodelijker voor innovatie als de EBM mantra '' 'Can you provide me with the evidence for what you just said…? '
 
 
                            
 
Een grondige en fundamentele reflectie op de zin en onzin, plussen en minnen van de huidige opzet is daarom noodzakelijk. Innovatie in de praktijk moet weer leidend worden. Kortom: eerst bezinnen, alvorens verder te beginnen.

Your votes please

Optie twee lijkt mij overigens een aardig experiment om mee te starten. Doorschakelen naar optie drie volgt daarna vanzelf.

Wat zou U kiezen?
 

woensdag 26 juni 2013

Arboned - 365's oude/nieuwe topman Paul Verburgt: alle ballen op de bedrijfsarts

Back to basics: alle ballen op de bedrijfsarts

365/ArboNed krabbelt  weer op uit het dal, na fors te zijn uitgegleden in de zomer van 2012. Zie eerdere berichtgeving daarover in weblog De Nieuwe bedrijfsarts.

Oud ceo van ArboNed Paul Verburgt is terug gehaald om de zaak weer op orde te brengen. Recovery management heet dat in het jargon. Of in gewoon Nederlands: de tering naar de nering zetten.

Lange tijd heeft Verburgt zich in de luwte opgesteld, maar recent kwam hij naar buiten middels een smakelijk interview in het vakblad Arbo.

100% Verburgt zoals de insiders hem kennen: openhartig, duidelijke maar ook onverbiddelijke boodschap, bijzondere beelden.

Een paar opvallende uitspraken:

over de déconfiture van 365: 'het is allemaal te hard en te snel gegaan. Het is bijna kapot gegaan door een te snelle implementatie van een niet optimaal werkend computersysteem voor het MKB, daarnaast aan een koerswijziging naar het bieden van engagement, zingeving, balans en bevlogenheid voor medewerkers van onze klanten en een wel heel radicaal beleid in het verschuiven van personeel.

over bevlogenheid: 'voor dat uitwaaieren naar bevlogenheid is geen markt', 'De filosofie over bevlogenheid zat vooral in de hoofden van de vorige bedrijfsleiding'

over recovery acties: we zijn van 1200 naar 1000 arbeidsplaatsen terug gegaan. Iedereen die niet direct nodig was en wiens functie te weinig bijdroeg aan de omzet werd boventallig verklaard 'we hebben heel wat management en staf geschrapt'.

over de kern van de business: verzuimbeheersing en preventie - dat is een hele nette business waar klanten wat aan hebben''

over bedrijfsartsen: alle ballen op de bedrijfsartsen, het zijn de dragers van onze diensten. ze mogen twee dagen per maand aan ontwikkeling doen, we gaan er alles aan doen om de meest excellente bedrijfsartsen binnenboord te halen - ik waarschuw de concurrentie maar alvast ! Want zonder medici geen brandstof om de motor te laten draaien'.

over bedrijfsartsen: ze moeten niet als spreekuurkonijnen in hun hol zitten en patientjes ontvangen.
ze zijn heel goed in het volgen van protocollen en richtlijnen, maar het ontbreekt ze nogal eens  aan organisatiesensibiliteit. Ze concentreren zich teveel op de casuïstiek.



Lees het verdere interview via de link:
http://www.365.nl/nieuwscentrum/nieuwsarchief/back-to-basics-alle-ballen-op-de-bedrijfsarts/

donderdag 13 juni 2013

Wie is Marius Touwen ? een impressie uit de tweede hand


Big boss in arbo land

Marius Touwen is een 'grote jongen' in arboland en eigenaar van het Zorg van de Zaak netwerk, en - na overname van Achmea Vitale- nu de grootste arbodienst van Nederland.

Interessant dus om eens zijn visie op het vakgebied te vernemen. Want dat geeft informatie en vooral inkleuring over de denk wereld van de 'arbobovenbazen'.

 Een aantal redacteuren van het vaktijdschrift TBV gingen bij Marius Touwen op werkbezoek en dit leverde een aantal bijzondere inkijkjes op, die de moeite van het noteren waard zijn. ( bron: TBV 21- nr 3 maart 2013 - blz 133 tm137)

Zakelijk slim
Touwen was een slimme zakelijke ondernemer in reïntegratie land en zijn binnenkomst in de wereld van de arbodiensten verloopt min of meer toevallig middels overname van een kleinere arbodienst. Dat pakt echter minder goed uit als gehoopt:  'het werd één groot drama'.

Vooral de communicatie met de bedrijfsartsen blijkt problematisch te verlopen ( 'we konden totaal niet met de artsen opschieten') en is aanleiding de business strategie te veranderen: er wordt in het vervolg een management laag als buffer tussen de eigenaren/aandeelhouders en de bedrijfsartsen gecreeërd. Dat pakt beter uit.

Kralen rijgen
Touwen blijkt in de tussentijd zijn visie op de arbowereld meer vorm te hebben gegeven (' ik heb nu meer visie, die ik toen niet had ') en slaat aan het 'kralen rijgen ': de een na de andere aanverwante club (GIMD, Skils, Margolin, Tinguely xperts, LPD payrolling) worden overgenomen en zo ontwikkelt zich een nieuw uitgebreid netwerk met allemaal één visie: Zorg van de Zaak.


Ergernis
Touwen is op zoek naar de 'heilige gralen' ( slimme ideeën) van de arbo, maar bemerkt dat 'de rest' niet happig is om die zomaar vrij te geven: 'een groot probleem in onze sector is dat veel mensen vinden dat ze iets methodisch slims hebben bedacht en dat geheim willen houden. dat is heel belemmerend' - 'teveel mensen zitten vastgeplakt aan eigen ideetjes zonder deze te willen delen '. Een bijzondere observatie eigenlijk.

Concurrentie
Van gezonde concurrentie in een zakelijke wereld moet Touwen blijkbaar niet zoveel hebben. Dat wordt helder als Touwen in het interview - geheel onnavolgbaar-  uithaalt naar de Falke&Verbaan Groep. Er moet nog even een appeltje geschild worden, dat is duidelijk. Hij wekt daarbij de indruk van slecht verliezer te zijn na het mislopen van een grotere opdracht. Dat zit blijkbaar nogal diep want hij kan het niet laten zijn gram te ventileren. Een uiterst curieus tussenstukje in het interview.

Scenarioplanning
Scenarioplanning (' we hebben er veertien beschreven') is hét nieuwe instrument, waarbij- in de visie van Touwen - de bedrijfsarts leidend is. Die bedrijfsarts moet overigens wel de spreekkamer uit en het bedrijf in, 'want als bedrijfsarts moet je weten wat erop de werkplek gebeurt'.

 
Gedragsbeïnvloeding
Met primaire preventie heeft Touwen geen goede ervaringen opgedaan ( 'ik zou het woord preventie eigenlijk willen begraven'), maar gedragsbeïnvloeding staat wel hoog op zijn hitlijstje:  'ik denk dat we ons moeten concentreren- via gerichte producten, op hoe medewerkers aan het stuur komen in hun eigen werkzame leven', wat met het scenariodenken/planning vorm gegeven kan worden in gesprek tussen werkgever en werknemer. De bedrijfsarts speelt daarbij - in de visie van Touwen vooral een ondersteunende rol vooral 'in het duiden van problemen' ( 'de probleem analyse is daarvoor een pracht instrument')

Segmentering, profiling en staging
Ouderwetse PMO's hebben bij Touwen afgedaan 'we deden het pmo, rapportje erbij en that's it'. Dat heeft geen toegevoegde waarde constateert Touwen nu: 'we waren vergeten om duidelijk te maken waarvoor we dat doen, welk scenario er daarna is.

Naast die scenario planning zet de Zorg van de Zaak vol in op segmentering van doelgroepen. Touwen onderscheid daarbij drie doelgroepen: @home, @risk en @ work met allemaal hun eigen plan van aanpak.


Positie bedrijfsarts - traditioneel ?
Alhoewel Touwen de bedrijfsarts 'weer aan het stuur wil hebben', blijft onhelder welk stuur hij exact voor ogen heeft.  Daar had het interview duidelijk meer de diepte in kunnen gaan.

Het lijkt erop dat Touwen de bedrijfsarts toch een vrij traditionele, maar ook vooral beperkte rol toedicht  met als kerndomein de sociaal medische begeleiding. De scenario aanpak moet de motor worden/zijn in 'het gesprek tussen werkgever en werknemer'. Of de bedrijfsarts zelf mede kan bijdragen in deze ontwikkeling of slechts 'volger' is blijft (helaas) onderbelicht.

De mensch Touwen zelve: een puzzel ?
Touwen zelf komt in het interview naar voren als een sociaal, maar ook slim zakelijk gedreven man. Zijn adagium is: als de werkgever zorgt voor de medewerker, zorgt de medewerker voor de zaak. Een win win situatie dus. Een mooie gedachte. Maar of zo iets  'verkoopbaar' is- wat Touwen graag wil - is weer een andere vraag.

Touwen lijkt  - door de regels door lezend - een nogal complexe vent - een lopende puzzel eigenlijk. Alhoewel open en mededeelzaam bekruipt je het gevoel dat hij wel erg graag de 'Touwtjes' zelf in handen houdt. Oogt niet als een gemakkelijke 'grote jongen' dus.

En ja: daar kennen we er wel meer van.

 

dinsdag 28 mei 2013

Familie bedrijven - de kurk waarop Nederland drijft

Familiebedrijven: beter en succesvoller ?

In het weekblad Elsevier verscheen recentelijk een erg aardig artikel over familiebedrijven.(familie bedrijven top 100- 18 mei 2013) De meesten kennen de grote jongens onder hen wel: de SHV, Heineken. Blokker., van der Valk, van Bommel.Velen zijn niet zo bekend, en dat willen ze graag zo houden, want ze opereren het liefst in de luwte.

Zeventig procent !
Zeventig procent van alle bedrijven blijkt een familiebedrijf  ( 260.000)te zijn en bieden werk aan 4.3 miljoen mensen ( 50% van alle werkgelegenheid) en zijn goed voor 53% van de verdiensten van de bedrijven. Kortom: ze doen er toe !



Gerrit van der Valk



Familiebedrijven
Familie bedrijven blijken beter recessie bestand dan 'gewone'bedrijven, want zijn meer op de lange termijn gericht en minder op snelle winst maximalisatie. Familie bedrijven investeren vooral in zich zelf.

HPO ?
Andre de Waal, bekend organisatie onderzoeker, beschreef de kenmerken van een zgn High Performance Organisatie ( HPO). De vijf kritische suceesfactoren zijn daarbij:
1. lange termijn denken
2. investeren in kwaliteit medewerkers
3. investeren in kwaliteit management
4. continue drive voor innovatie en verbetering
5. openheid en actie gerichtheid

Het lijken allemaal open deuren, maar veel bedrijven gaan liever voor het korte termijn succes met zo min mogelijk investeringen. De krant staat er vol van.

Nogal wat familiebedrijven lijken dit HPO denken geincorpereerd te hebben. Erg interessant gegeven.

De top tien Familiebedrijven in Nederland
1. SHV - familie Fentener van Vlissingen - conglomeraat oa in energie, transport (Mammoet), Makro groothandel
2. Heineken - familie Heineken- bier
3. BCD Holdings - familie Fentener van Vlissingen
4. Pon Holdings - familie Pon - importeur van oa Opel, Volkswagen, Porsche
5. Jumbo - familie van Eerd - supermarkt
6. Koninklijke Volker Wessels - famile Wessesl - bouwbedrijf
7. Hoogwegt Groep - familie Hoogwegt- voedingsmiddelen
8. Blokker - familie Blokker - keten van oa Blokker, Bart Smit en Xenos
9. VanDrieGroup - familie van Drie - vlees verwerking
10. Hunter Douglas - familie Sonnenberg - luxaflex

Meer lezen ?

a. Familie bedrijven- gezond en innovatief
onderzoek Ing - maart 2013 -

b. familiebedrijven - Nijenrode Universiteit

De oudste familiebedrijven in Nederland:
bron: Ons Familiebedrijf

Elke dag schrijft de Kamer van Koophandel nieuwe bedrijven in het register bij. Sommige blijken echte blijvers. Opmerkelijk genoeg zijn de tien oudste ondernemingen van Nederland alle familiebedrijven. De tien koesteren hun ambachtelijkheid zonder dat dit ten koste gaat van innovatie.

1. Touwfabriek G. van der Lee uit Oudewater, opgericht in 1545. Hoewel de touwfabriek tegenwoordig is gespecialiseerd in het maken van kernen voor staalkabels, rekkers voor zware sleepverbindingen en het importeren van standaard touw, maakt Van der Lee ook nog steeds touw op de oude ambachtelijke wijze. De 350 meter lange lijnbaan is de enige in Europa die nog in gebruik is
pm: is recentelijk ter ziele gegaan (zie eerder bericht op weblog De Nieuwe Bedrijfsarts)
.
2. Tichelaars Koninklijke Makkumer Aardewerk- en Tegelfabriek uit Makkum, opgericht in 1594. Jan Tichelaar (47), dertiende generatie, vindt dat een familiebedrijf steeds de bakens moet verzetten om te overleven. Zijn bedrijf begon met de productie van bakstenen en dagelijks aardewerk, maar maakt nu sieraardewerk. De twee pijlers van het bedrijf zijn vakmanschap en keramische kennis. Tichelaar doet actief aan productontwikkeling en creëert zelf een markt. Hoewel de familie een rendabele onderneming nastreeft, beschouwt Tichelaar het behouden en ontwikkelen van het vakmanschap als hoofddoel. Op de tweede plek komt de shareholders value.

3. Koninklijke Klokkengieterij Petit & Fritsen uit Aarle-Rixtel, opgericht in 1660. Voor Frank Fritsen is de sleutel van het bedrijfssucces “oprechtheid”. Fritsen, de zestiende generatie, beschouwt ook het feit dat de aandelen niet verwaaid zijn, als een sterk punt. “Veel familiebedrijven zijn ter ziele gegaan omdat er teveel aandeelhouders waren die er iets uit wilden halen.” Zelf kocht hij zijn vader en broer uit. Over de opvolging is Fritsen duidelijk. “Al wat je moet doen, gaat fout.” Het zou mooi zijn als een van zijn twee kinderen de klokkengieterij zou voortzetten, maar een verplichting is het niet.

4. Van Eeghen Groep uit Amsterdam, opgericht in 1662. Voor Willem van Eeghen, de veertiende generatie, speelt de factor familie zeker een rol in het succes van het internationale handelshuis. “Familie is bereid om offers te brengen in minder florissante tijden. Zeker in familiebedrijven die twee à drie generaties oud zijn, is er een zekere bereidheid om genoegen te nemen met een niet optimaal dividend. In structuurvennootschappen daarentegen wordt voortdurend naar de aandeelhouders gekeken.” Het archief van Van Eeghen telt 150 meter. “Ik kijk nog wel eens hoe voorouders handelden in crises zoals de Franse Revolutie of de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog.”

5. Bavaria uit Lieshout, opgericht in 1680. De bierbrouwer uit het Brabantse Lieshout is de tweede grootste bierbrouwer van Nederland. Het door de familie Swinkels gerunde familiebedrijf troeft de concurrentie dikwijls af door innovaties, zoals het brouwen van hoogwaardig pilsener (1924), het toevoegen van een eigen bottelarij (1934) of het ontwikkelen van alcoholvrij malt-bier (1978).

6. Nolet Jeneverstokerij-Distilleerderij uit Schiedam, opgericht in 1691. Het beroemdste product is de Ketel 1 graanjenever, naar eigen zeggen “het best bewaarde geheim van Schiedam”. Al tien generaties achtereen wordt dit distilleerproces van grondlegger Joannes Nolet doorgegeven van vader op zoon.

7. Koninklijke De Kuyper uit Schiedam, opgericht in 1695. “De Kuyper is 100% familiebedrijf”, schrijft deze onderneming uit jeneverstad Schiedam op haar website. Al in de vroege negentiende eeuw exporteren de Schiedammers hun product. In de 20e eeuw gaat De Kuyper likeuren maken en zich ook op de binnenlandse markt richten.

8. C. de Koning Tilly uit Haarlem, opgericht in 1696. Directeur-eigenaar Rudy van Dobben is de enige die de receptuur van Haarlemmerolie, het oudste verpakte geneesmiddel van Europa, kent. Van Dobben koestert het op perkament geschreven recept. Zijn kinderen willen niet in de zaak, maar wat hem betreft blijft de Haarlemmerolie altijd bestaan: “Niet door vererving, wel door verwerving.”

9. Vergeest Metaalbewerking uit Druten, opgericht in 1700. Zijn voorouders waren hoefslagers voor boeren, zijn grootvader Arnoldus Vergeest mechaniseerde het bedrijf in de vorige eeuw. Kleinzoon Nol Vergeest, die samen werkt met zijn vrouw Miranda Theunissen, register-accountant, maakt nu de staalconstructies en beplating van complete bedrijfshallen.

10. Koninklijke Joh. Enschedé uit Haarlem, opgericht in 1703. Dit bedrijf drukt geld, postzegels en waardepapieren voor tientallen landen. Nog altijd is Joh. Enschedé een familiebedrijf: de aandelen zijn voor 65% in handen van de familie, de resterende 35% zijn ondergebracht in een investeringsmaatschappij. Aan het hoofd van het bedrijf staat sinds 1991 geen Enschedé meer.

donderdag 25 april 2013

Tien kernwaarden van de NVAB bedrijfsarts - baanbrekend, papieren tijger of een zelfsnijdend zwaard?

Een tien voor de bedrijfsarts ?

Het thema van de BGD dagen - de jaarlijkse toogdagen voor de bedrijfsartsen, die lid zijn van de NVAB, de wetenschappelijke beroepsvereniging van bedrijfsartsen - is: tien voor de bedrijfsarts . De BGD dagen vinden dit jaar op 30 en 31 mei plaats.

Centraal in deze BGD dagen staan de zgn Tien kernwaarden van de bedrijfsarts - een document welke in het najaar van 2012 als leidend kader voor haar leden door de beroepsvereniging is vastgesteld.

Het is een interessant en belangwekkend document, maar het kan ook een als zelfsnijdend zwaard voor de NVAB leden uit pakken. Hoe ?

Nieuw professioneel statuut ?

De NVAB heeft deze kernwaarden geformuleerd in nasleep op het vele rumoer rond de positie van de bedrijfsarts. Een sterk politiek geframede discussie, waarbij door meerdere partijen op vele borden tegelijk wordt gespeeld.

Doel van de NVAB was én is nog steeds de bedrijfsarts terug te leiden naar het beloofde land, en haar bakermat: de zorg. Dus weg onder het zware juk van het - in de visie van de NVAB - niet meebewegende Ministerie van Sociale Zaken én op zoek naar de groene weiden aan de overkant bij het Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport ( VWS).

Zelfregulerend vermogen afdoend ?
Al jaren heeft de NVAB haar positie gemarkeerd middels allerlei documenten als een beroepscode, professionele statuut en beroepsprofiel. Met name het professioneel statuut bleek een papieren tijger te zijn.

Tja: de werkelijkheid blijkt  zich - zoals zo vaak eigenlijk - niet aan de afspraken te houden.

Niet helder is wat de status van al deze documenten nu eigenlijk is en vooral ook hoe ze zich tot elkaar verhouden. Dat is van belang, aangezien de maatschappij de dokters ( met de KNMG als haar vertegenwoordiger) vergaande vrijheden heeft toegestaan met betrekking tot het uitoefenen van het vak. Vrijblijvend is dat echter niet en trekt een grote wissel op het zogenaamde zelfreinigende vermogen van de beroepsgroep. Regelmatig roepen problemen en incidenten bij professionele beroepsgroepen diepgaande maatschappelijke discussies op, zoals bijvoorbeeld nu actueel bij accountants en advocaten.

Verenigingsrecht
Middels het verenigingsrecht zijn de leden van een beroepsvereniging  aanspreekbaar op cq juridisch gebonden aan de door de eigen beroepsvereniging vastgestelde standpunten. Dit gegeven kent echter geen brede verspreiding en menig lid van een beroepsvereniging ( ...en zo ook bij de NVAB) denkt er het zijne cq het hare van én denkt dat de soep niet zo heet wordt gegeten als opgediend, totdat ...

Totdat ....
Tja, totdat er een wakkere partij opstaat die een NVAB lid of de NVAB als geheel vraagt om op basis van deze Tien Kernwaarden - boter bij de vis - te leveren, en geen genoegen meer neemt met 'ja, maar.....' . En dat kan tot heel bijzondere zaken leiden.

Probleem: het gat tussen wenselijkheid en werkelijkheid van alledag; tussen vrijblijvende intentie en daadwerkelijk leveren.  

In de Tien Kernwaarden wordt hoog opgegeven waar een bedrijfsarts aan dient te voldoen. Maar nergens wordt concreet omschreven wat onder 'goede bedrijfsgeneeskundige zorg' exact wordt verstaan.

De werkelijkheid van alledag verstaat zich echter niet met de door de NVAB gewenste werkelijkheid. In dit kader zijn de kernwaarden nummer 3, 10 en 5 van groot belang.

De NVAB stelt in kernwaarde nummer 3 dat 'de bedrijfsarts zelf verantwoordelijk is voor de aard en inhoud van de zorgverlening'. Dat houdt in dat de bedrijfsarts direct geacht wordt invloed te hebben op de inhoud van de afspraken en het contract en dus (mede of eind ? ) verantwoordelijk is voor het inkoopproces. Dit is veel/meeste gevallen niet (afdoend) aan de orde.

Middels kernwaarde nummer 10 wordt de bal (of is het een dilemma ?) rond gemaakt als gesteld wordt dat 'overeenkomsten nooit in strijd met de tien kernwaarden mogen zijn en dat de bedrijfsarts zelf verantwoordelijk voor het toetsen van de overeenkomsten aan deze kernwaarden'. Hiermee hangt de bedrijfsarts zichzelf op, lijkt het.

Ook kernwaarde nummer vijf kan een bottle neck of definitieve nekslag voor de bedrijfsarts zijn cq worden als gesteld wordt dat ' goede bedrijfsgeneeskundige zorg vereist actueel inzicht in en dus regelmatig onderzoek van de werkomstandigheden. De praktijk leert ons dat dit in vele gevallen (veel) te weinig gebeurt.

Het lijkt louter een kwestie van tijd totdat een partij (vakbond, hoofd personeelszaken, OR, directeur bedrijf ? )  een bedrijfsarts of  misschien de NVAB als beroepsvereniging met dit document in de hand vraagt te leveren: Zou u  de omschrijving 'goede bedrijfsgeneeskundige zorg' eens exact  ( in maat en getal) kunnen beschrijven en toelichten ? Heel concreet graag en het liefst op 1x a4. Bijvoorbeeld: hoe lang kan/mag/moet een spreekuurconsult duren ?

De tijd van 'ja, maar .....'is dan voorbij.  De NVAB en haar leden lijken hoog spel te spelen.

Papieren tijger of zelfsnijdend zwaard ?

Zal dit document positief sturend uitpakken of juist een zelfsnijdend zwaard blijken te zijn ? De toekomst zal het uitwijzen. Benieuwd of dit punt op de BGD dagen aan de orde al komen.

Kwestie van: wie kaatst moet bal terug verwachten ?



NVAB - 10 kernwaarden van de bedrijfsarts

 

1. Al het handelen van de bedrijfsarts is gericht op het voorkomen van beroepsziekten en beroepsgebonden aandoeningen, en op behoud van duurzame inzetbaarheid van de werknemer. Dit in het belang van die werknemer, de maatschappij waarin hij leeft, en de organisatie waaraan de bedrijfsarts adviseert.

 

2. Goede bedrijfsgeneeskundige zorg gaat over de wisselwerking tussen arbeid en gezondheid. De bedrijfsarts stemt die zorg af op de specifieke arbeidssituatie: een zorgpakket op maat.

 

3. De bedrijfsarts levert bedrijfsgeneeskundige zorg vanuit een professioneel onafhankelijke positie, waarin hij de verantwoordelijkheid neemt voor de aard en inhoud van zijn zorgverlening.

 

4. Goede bedrijfsgeneeskundige zorg is zowel preventief als curatief en impliceert dat de werknemer vrije toegang tot die zorg heeft (bijvoorbeeld in een open spreekuur). Zijn recht op privacy wordt altijd gerespecteerd.

 

5. Goede bedrijfsgeneeskundige zorg vereist actueel inzicht in en dus regelmatig onderzoek van de werkomstandigheden.

 

6. De bedrijfsarts is toegankelijk voor leidinggevenden en de vertegenwoordiging van werknemers, en andersom zijn deze ook aanspreekbaar voor de bedrijfsarts.

 

7. Goede bedrijfsgeneeskundige zorg vereist, indien geïndiceerd, samenwerking met of verwijzing naar andere deskundigen binnen en buiten de arbeidsorganisatie en de gezondheidszorg.

 

8. Goede bedrijfsgeneeskundige zorg voldoet aan wettelijke kaders en door de beroepsgroep opgestelde wetenschappelijk onderbouwde (‘evidence based’) richtlijnen en normen. Elke bedrijfsarts kent die kaders, richtlijnen en normen. Het medisch beroepsgeheim wordt altijd gerespecteerd.

 

9. Goede bedrijfsgeneeskundige zorg impliceert een goede bedrijfsarts: hij is opgeleid en geregistreerd op basis van in het beroepsprofiel vastgelegde en toetsbare kennis en vaardigheidseisen.

 

10. Goede bedrijfsgeneeskundige zorg wordt geleverd volgens afspraken die zijn overeengekomen met opdrachtgevers. Zulke overeenkomsten zijn nooit in strijd met deze tien kernwaarden. De bedrijfsarts is zelf verantwoordelijk voor het toetsen van de overeenkomsten aan deze kernwaarden.

 

 

 

dinsdag 16 april 2013

Historische ontdekking van oud regeer akkoord

Regeerakkoord Rutte II ontdekt in Nationaal Archief

Regering had aanvankelijk intentie om te regeren

Bruggen slaan

Door Cornelis Tjakke en Jochem van den Berg • maandag 15 april 2013, 11:03

In het Nationaal Archief zijn onlangs documenten ontdekt die erop wijzen dat de PvdA en de VVD in november 2012 een regeerakkoord hebben gesloten. De Nationale Archivaris Henk Schutte spreekt van een ‘historische ontdekking’.
Het document draagt de titel ‘Bruggen slaan’, maar vermoedelijk is dit symbolisch bedoeld. Het lijkt erop dat de opstellers van het document een alomvattende visie op de toekomst van Nederland hebben geprobeerd te formuleren. Schutte: “Dat maakt het document een zeldzame vondst. Er zijn uit die periode weinig teksten bekend waarin sprake is van coherentie of visie.”
Tot nu toe werd aangenomen dat het huidige kabinet slechts plannen uitvoerde die werkgevers en werknemers samen bedachten. Schutte: “Het document laat zien dat de regering aanvankelijk wel degelijk de intentie had om te regeren. Ze wilde bijvoorbeeld niet toegeven aan de reflex om op elk incident te reageren met nieuwe regelgeving.”
Volgens Schutte is de ronkende taal in het document kenmerkend voor het politieke klimaat van de tweede helft van 2012. “Hoewel er weinig bekend is over de politieke verhoudingen van die tijd, lijkt het erop dat de auteurs van het document met hun krachtige taal tegengestelde politieke visies probeerden te verhullen.”
Het is nog niet duidelijk of er een verband bestaat met andere documenten uit 2012 die onlangs zijn opgedoken, zoals het verkiezingsprogramma van de PvdA. Schutte: “Op het eerste gezicht is dat wel iets heel anders. Het lijkt meer weg te hebben van het programma van D66, maar dat klopt dan weer niet met de informatie die we hebben over de auteurs van het document.”
Het document zal de komende weken tentoongesteld worden in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Volgens Schutte heeft het Nederlands publiek een unieke kans om een staatsrechtelijk document uit 2012 te zien.

link: http://www.speld.nl/2013/04/15/regeerakkoord-rutte-ii-ontdekt-in-nationaal-archief/